Stof (5)

Drie dagen kostte het om het boek te lezen. Ik sloeg het voor de laatste keer dicht. Op hetzelfde moment werd het tentdoek opzij geduwd en kwam de man mijn tent in. Hij ging tegenover mij zitten en keek mij met een flauwe glimlach aan. “Wijzer geworden?” Ik keek in die vlammende ogen en knikte voorzichtig. “Mooi, pak je spullen, we vertrekken.”
“Nu?”
“Nu.”
“Ik mag de tent niet uit.”
“Niemand durft je tegen te houden.” Ik schudde mijn hoofd. “Je denkt aan de oudsten? Die zijn voor alles bang. Van hen heb je nog het minste te vrezen. Kom op, er wordt op ons gewacht.”

Niemand probeerde mij tegen te houden. Niemand probeerde de man tegen te houden. Hij stelde zich voor als Hugo, maar op mijn vragen over waarom hij mij was komen halen wou hij geen antwoord geven. We liepen over de groene vlakten, vernoemd naar de kleur van het frisse gras, maar waar we heen gingen werd mij ook niet verteld. Met geen duidelijke toekomst en blijkbaar geen verleden, had ik alleen nog het heden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *