Maarten van Roozendaal

Samen met J. zat ik backstage bij De Uitmarkt. 2004, gok ik. We zaten aan de bar met Maarten van Roozendaal. Hij praatte precies zoals hij zong. Met ronkende stem, met veel bravoure en met heel veel consumptie. Op een gegeven moment ontdekte ik dat iedereen in mijn omgeving, om die reden, continu de hand over z’n biertje legde. 

Van Roozendaal vertelde dat hij een nummer had geschreven over een vrouw die een striptease voor hem doet. Hij zegt haar dat ze alles moet uittrekken, behalve haar hoed. Die hoed moet ze oplaten. “Maar dat is een lied van Randy Newman”, zei ik. Dat kon hij beamen. You can leave your hat on. Goed lied. Inmiddels was Casper van Kooten ook aangeschoven. Die had net Lange Frans en Baas B. gezien. “We maken de verkeerde muziek”, zei hij tegen Van Roozendaal.

Dat deden ze inderdaad. Maarten van Roozendaal, die maandag op 51-jarige leeftijd is overleden, maakte kleinkunst. Waarom, in godsnaam, noemen we dat kleinkunst? In deze radiomonoloog voor Casa Luna vertelt Van Roozendaal dat hij er trots op is een kleinkunstenaar te zijn. Hij erkent dat het een lullige naam is, maar als Frank Zappa of Lou Reed of Tom Waits of Randy Newman Nederlands waren geweest, dan hadden ze kleinkunst gemaakt. En dan hadden ze, denk ik dan, het hele jaar door in Nederlandse theatertjes moeten optreden. Dan hadden ze theaterprogramma’s gemaakt, geen platen.

In het I.M. van De Volkskrant lezen wij: “Zijn persoonlijke liedjes kunnen bijna niet door anderen worden gezongen, en zullen dus waarschijnlijk steeds minder te horen zijn.” Dat lijkt me op zich onzin. Hoe persoonlijker een liedje, hoe universeler. Maar los daarvan: alsof die liedjes niet zijn opgenomen. Kortom, het lijkt me verstandig dat er iemand opstaat om een goede best of van Maarten van Roozendaal samen te stellen. Zo’n plaat die de rest van de eeuwigheid mee gaat. Dat lijkt me meer dan voldoende. Of is die plaat er al?

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *