Stof

© Creative Commons / Neil Barman

Het verhaal van een jonge vrouw; de reis van een volk

De mensheid kwam niet aan haar einde in die laatste maanden van 2018. Sommigen beweren dat onze menselijkheid wel aan haar einde kwam. Niemand weet hoe het gebeurde. Dat wil zeggen, die mensen zullen er ongetwijfeld zijn geweest, maar die hebben het niet overleefd. Overal vielen bommen. Eerst nog conventioneel, maar opeens verschenen er paddenstoelwolken aan de horizon. Kleintjes, maar daarom niet meer minder beangstigend. De toch al huiverende bevolking sloeg compleet door. Te verwachten natuurlijk, maar kolere wat werd het een bende. Inderdaad, ook door de cholera. De eerste mensen kwamen om in de explosies. De plunderingen volgden, op de hielen gezeten door de stralingsdoden. Meer plunderingen en ziekten eisten hun tol, maar die straling is waar het begon. Dat is waar vijfhonderd jaar geleden mijn lijn is begonnen. Zo gaan tenminste de verhalen.

Ontwaken werd een steeds vreemdere gewaarwording. Vreemder met de dag. Ik hoorde ze om mij heen fluisteren en roddelen. Het geschreeuw was in het hele kamp te horen. Het geschreeuw rolde van kust naar kust over de groene vlakten, de gele vlakten, de bruine vlakten. Mijn geschreeuw rolde over de zwarte vlakte. Iedere nacht stond ik op de zwarte vlakte. Mijn lichaam ontbrak, bewegen was geen mogelijkheid. Ik stond, zweefde als verstijfd. De wind gierde langs mijn.. langs mijn ziel? Iedere nacht hing ik daar, hulpeloos, niets om mij heen. Uren van duisternis, droefenis en pijn. Vooral pijn. Ik schreeuwde. Ik ontwaakte. Ik vloog overeind, de ruige deken viel van mij af. Een rilling liep over mijn rug, koning winter was gearriveerd. Ik stapte de tent uit. De zon, net boven de horizon, scheen fel in mijn gezicht. Het was nog vroeg, het gefluister klonk nog nooit zo luid.

 

 

[Meer van Woolridge hier.]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *