Bedevaart

Op de twaalfde dag van haar bedevaart bereikte Annemiek Lang de eerste voetheuvels van de Haagse bergen. Andere suppliklanten trokken door het steeds moeizamer begaanbare landschap, dat steeds ruiger werd naarmate ze de Grote Haagse Toren naderden. Zoals de ongeschreven gewoonte was negeerden de suppliklanten elkaar vooral.
Annemiek voegde zich bewust niet bij een van de grotere groepen; ze hoopte dat ze in haar eentje sneller kon reizen zodat er straks iets minder wachtenden voor haar zouden zijn.

Op de dertiende dag zag ze voor het eerst de legendarische data-mijnmachines van Den Haag. Dag na dag stampten de enorme machines voort, grote brokken van het landschap krakend tussen hun stalen kaken. Mannen met geschoren hoofden, grijze gewaden en felgekleurde clip-on stropdassen krioelden over de machines en zongen de Hymnen van Regulatie.
Eindeloze jaren van regulering en deregulering en herregulering hadden dit gebied begraven onder dikke lagen versteende regelgeving. De enige manier om nu nog iets terug te vinden was datamining. Met enorme draglines werden brokken versteende administratie gewonnen, gefilterd en gedigitaliseerd. Het was omslachtig, duur en je vond vooral allerlei privégegevens van mensen. Maar ja, dat was nu eenmaal de prijs van de vooruitgang.

Op de veertiende dag bereikte ze de Haagse toren. Gehouwen uit één kolossaal stuk steenharde administratie verhief de hoekige toren zich ten hemel als een streng geheven wijsvingertje. Ze sloeg haar kamp op aan de voet van de toren, te midden van talloze andere kamperende suppliklanten. Ze spendeerde de rest van de middag en de avond aan het naarstig nogmaals controleren van haar mapje met aanvraagformulieren.
Ze had geluk, want al op de vijftiende dag van haar bedevaart kon ze met nog een paar honderd anderen de toren betreden. Het interieur van de toren was vooral een eindeloze steile trap en ze moest zich haasten om de lange weg naar boven door de galmende toren te voltooien vóór hij om drie uur weer dicht ging. Wie weet hoe lang ze dan zou moeten wachten om opnieuw binnengelaten te worden!
Maar eindelijk bereikte ze om half één de meditatiecel van een bevoegde Broeder van de Eeuwige Orde der Beschavende Structurering.

De Broeder hulde zich in zijn grijze gewaden alsof hij wanhopig smachtte naar warmte. Zijn stropdas had een olijk bolletjespatroon waar een zekere stille wanhoop vanaf straalde. Zijn mondhoeken leken al jaren geleden met geweld permanent naar beneden gewrongen.
Annemiek maakte een gedweeë kowtow, zoals een miezerige burger verplicht was aan een lid van de bureaucratische klasse.
De stem van de Broeder klonk bijna als het knarsen van versteende gedoogregelingen in de molens van de grote data-mijnmachines buiten. “Spreekt, smekeling. U kunt nu geholpen worden aan dit loket.”
“Eh ja. Fijn!” Zei Annemiek, opgelucht ging ze weer rechtop zitten. Haar voorhoofd voelde een beetje beurs aan waar ze het nederig tegen de koude, kale vloer gedrukt had. “Ik eh…. wilde graag een formeel verzoek indienen.” Ze schoof haar keurige mapje met formulieren over de stenige vloer naar de Broeder toe.

Zwijgend bladerde de man door het plastic Leitz mapje. Zijn frons werd steeds dieper naarmate hij verder doorbladerde. Annemiek wist niet of dat kwam door de aard van haar verzoek of omdat hij alleen maar geïrriteerd was dat ze alles goed had ingevuld en hij haar dus niet zomaar weg kon sturen.
“Aha. Hmm… Juist.” Zei de Broeder ernstig. Hij legde het mapje voor zich op de vloer en bestudeerde Annemiek. “Dus wilt uw geplande levensloop laten aanpassen?”
“Ja, graag,” zei Annemiek. “Ik wil graag van baan veranderen. Iets met Sales of zo, als dat kan.”
“Hm!” De Broeder viste een Tablet uit zijn gewaad en begon er driftig op te tikken. “Voor u hadden we een 15-jarige carrière gepland op de administratieve afdeling van de Blokker, waarna u zult trouwen met een man die u op een trouwerij van een vage kennis ontmoet. U krijgt dan 2 kinderen, waarna u nog eens 20 jaar deeltijd werkt bij een Oestgeests filiaal van ABN Amro.” Hij keek streng op van zijn Tablet. “Dat is het draaiboek dat we voor u samengesteld hebben toen u geboren werd. Daar kunt u niet zomaar van afwijken natuurlijk.”
“Ja, maar als ik dat nou allemaal niet wíl?” Stamelde Annemiek. “Of kan? Stel dat ik ziek wordt of zo?”
De Broeder bestudeerde het draaiboek weer. “Bij ziekte wordt u automatisch overgeplaatst als vrijwilliger naar een dependance van de openbare bibliotheek in Gorssel.”
“Gorssel?” Dat klonk Annemiek niet uitermate aantrekkelijk in de oren. “Oh. Eh, betaald?”
“Nee, natuurlijk niet betaald!” Gromde de Broeder. “U doet dan immers vrijwilligerswerk! Dan moet u uiteraard gewoon op de inkomsten van uw man en/of partner vertrouwen!”
“Maar wat als ik dan niet getrouwd ben?”
De broeder haalde zijn schouders op. “Nou, dat krijgt u er dan natuurlijk van als u uw draaiboek niet volgt.”
“Oh.” Annemiek keek neerslachtig naar haar formulierenmapje dat verloren en nutteloos voor de Broeder op de grond lag. “Enne… stel nou dat ik een eigen bedrijfje zou willen beginnen of zoiets?” Zei ze met moed der wanhoop. “Dat lijkt me namelijk ook wel-” Ze viel stil toen ze zowaar enige meewarige hoon in de blik van de Broeder bespeurde.
“…laat maar,” zei ze treurig. “Dit was een dom idee. Sorry.”
De broeder knikte. “Ik ben blij dat u dat inziet!” Met een resoluut gebaar mikte hij de Leitz map in de vuilnisbak die het enige stuk meubilair in zijn cel vormde. “Volgende!”

Op de zeventiende dag van haar bedevaart begaf Annemiek Lang zich huiswaarts. Ze haastte zich; de volgende dag moest ze immers om half negen alweer op kantoor bij de Blokker zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *