Waar mijn zoon naar kijkt

Elke dag kijkt mijn zoontje pak ‘m beet een uur of anderhalf tv. Favoriet zijn momenteel Brandweerman Sam en Buurman en Buurman. 

Het liefst van alles zou mijn zoon de hele dag Mickey Mouse Clubhouse kijken, maar dat mag niet van ons. Mickey Mouse Clubhouse is geestdodende bagger, waarvan ik vrij zeker ben dat het grondlegger Walt Disney doet tollen in zijn graf. Niet dat dat een graadmeter is, maar toch. Wat de makers van Mickey Mouse Clubhouse beogen, ik zou het niet weten. Ze doen net alsof er iets educatiefs aan zit, maar Mickey en z’n 3D-kornuiten kunnen een eenvoudig concept als voor-midden-achter uitmelken zoals Peter R. de Vries de jacht op een internetpederast over tweeënhalf uur kan uitsmeren.

Waarom mijn zoontje er toch zo graag naar kijkt, is me een raadsel. Het is alsof de makers een stofje aan hebben toegevoegd dat alleen peuters aanspreekt. Iets wat het verslavend maakt. Zoals de rattenvanger van Hamelen een deuntje kon fluiten dat alleen voor kinderen werkte.

Liever hebben wij dat hij naar de oorspronkelijke cartoons van Disney kijkt, ook al zijn die extreem gewelddadig en vaak bijzonder sadistisch. Met name in de filmpjes waarin Donald Duck en Knabbel en Babbel figureren, is het hard tegen hard. En geen van de hoofdrolspelers is aardig. Donald Duck is een sadistische egoïst die er genoegen in schept de ogenschijnlijk zwakkeren te vernederen. Knabbel en Babbel zijn zo mogelijk nog erger. Twee plaaggeestjes die niet van ophouden weten. Als Donald Duck helemaal aan het eind uitgeteld en weerloos op de grond ligt, moet er altijd nog een trap nagegeven worden. De vernedering moet volmaakt zijn. Een beetje realiteitszin kan nooit kwaad, denk ik altijd maar. Hoewel je je altijd kunt afvragen wat er nu precies blijft hangen. Zo denkt mijn zoon momenteel dat Bob de Bouwer ook in staat is levenden te maken. Bob de Bouwer is dus eigenlijk God.

Favoriet zijn momenteel Brandweerman Sam en Buurman & Buurman. Brandweerman Sam is een Engelse animatieserie die draait om de brandweer van het eilanddorp Piekepolder. Dit dorp kent een kleine twintig inwoners. Vier van hen werken bij de plaatselijke brandweer die bij het minste geringste uitrukt met minimaal twee auto’s. En als het ongeval buiten het dorp heeft plaatsgevonden, sturen ze voor de zekerheid vaak nog een helikopter mee. Iemand heeft z’n enkel verstuikt en kan niet meer thuiskomen? Bel Brandweerman Sam. Er staat ergens een radiator in de fik omdat iemand er een natte handdoek op heeft gelegd? Bel Brandweerman Sam. De barbecue staat in lichterlaaien? Bel Brandweerman Sam.

En Brandweerman Sam komt altijd. Van onze belastingcenten. Gevolg: de mensen in Piekepolder doen niets meer zelf. Ze vertrouwen volledig op de overheid. Vadertje staat let wel op ze, in de gedaante van Brandweerman Sam. Zelfs als Brandweerman Sam een dagje vrij heeft, is hij de hele dag in de weer om zijn dorpsgenoten van een gewisse dood te redden.

Tegenover de dorpsgenoten van Brandweerman Sam staan Buurman & Buurman, die alles zelf oplossen, wat, zoals u ongetwijfeld weet, altijd fout gaat, in de zin van dat het nooit gaat zoals het hoort. Maar dankzij een volmaakte mix van grenzeloos optimisme en een onuitroeibaar vertrouwen in eigen kunnen, zijn de twee aan het eind toch volmaakt gelukkig met het resultaat. Als u het mij vraagt, bestaat er geen betere educatieve serie dan Buurman & Buurman.

 

 

[Dit stukkie verscheen op Sargasso]

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *