Brief aan Uilander 6

Deugniet van graniet

Beste Uilander, deugniet van graniet,

Uilander oh Uilander
Gevederde hartenverbrander
In de problemen verzander
Michelin- of toch Pirelli-bander

Je laatste brief heeft de poëet in mij losgemaakt. Jaaaa, ik weet best dat die nooit gevangen heeft gezeten, maar nu is hij vrijer dan ooit. Hij pent niet achter zijn tafeltje, nee, hij rent roepend over straat, de nietsvermoedende menigte voorzienend van dichtwerken.

Kijk! Daar loopt er weer eentje. Zo’n alledaags figuur. Regenjas, doffe spijkerbroek, een petje op het hoofd. In zijn linkerhand een plastic tas van Dirk van den Broek. In zijn ogen een onzichtbare maar slopende pijn. Hij roept je Uilander! “Uilandeeer!” zegt hij. “Ohhhh Uilandertje van me. Ruk mij los van dit aardse bestaan. Neem mij mee naar je lusthof in de takken, naar je nest van genot!”

Maar je negeert hem. Je negeert hem en het doet je niets, vlerk! Hard ben je. Van steen. Wat zeg ik! Van graniet. Je fladdert door de stad op zoek naar pleziertjes, op zoek naar iets dat jouw carnale behoeftes kan bevredigen. Sommigen kijken je na en roepen ‘viespeuk!’ Anderen zien de waarheid te laat en trappen in je Dionysische val.

Ook ik liep in die val. Je weet het nog best. Het was 2001, de eenentwintigste nacht van september. De liefde veranderde de harten van zij die deden alsof, terwijl het de wolken verdreef.

Ik begrijp uit je brieven dat je nogal eenzaam bent. Wanhoop niet maar kijk naar de sterren, en besef dat iemand anders, ergens op deze wereld, zich precies voelt zoals jij, terwijl hij naar de sterren kijkt.

Groetjes,

Le Comte

[Uit Minotaurus: Stunde 12]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *