Brief aan Comte de Pompeaux 9

Brief aan Comte de Pompeaux 9

Broodkruimel,

Een paar weken geleden alweer voelde ik mij geroepen je wederom te smeken mij te komen bezoeken. Ik schreef dit maal een smeekbede zo puur dat ik de engel Gabriël er om hoorde huilen: hij had zich tussen de blaadjes verstopt in de vorm van een windvlaag en daarna als rode mier. Gekke Gabriël, GG. Double G. Een ware gangster die knul. Als inkt voor de brief gebruikte ik mijn eigen bloed, zoet bloed waar jij nog van geproefd hebt toen wij ons bloedbroederschap afzworen.
In een romantische bui verkerend en in de veronderstelling dat ik bij zee was aangekomen, wierp ik de bloedbrief omhuld door een groene wijnfles het kolkende water in. Sindsdien heb ik mij in mijn hutje teruggetrokken, overvallen door angst, mij behoedend voor de gewijtorsende Chisjpazil en hopend op dat ene levensteken van jou, van de enige man op aarde die mij nu nog redden kan.
Je bericht kwam, vandaag. Maar niets uit je verwoede halen op het papier wees er op dat je mijn smeekbede had ontvangen. Toen ik zojuist voor de eerste keer in drie weken de buitendeur van mijn blokhut opende, werd ik overrompeld door een verstandsverbijstering. Daar vlak voor mijn hutje, niet in de woeste oceaan die ik dacht dat het was, maar in een armzalige plas modderwater, lag mijn flessenbrief. Nog even groen als toen ik hem daar geroerd door tranen neerkwakte. En nog even onaangeraakt.
Zie je nu dat ik je hulp nodig heb? Merk je dan niet dat ik hier langzamerhand krankjorum word? Ik schrijf je en ik schrijf je, de duivel zit mij op de hielen Pompo, ik schrijf het je nog zo. Maar te hulp schiet je niet.
In plaats daarvan stuur je me venijnige verwijten; mijn naam zou een facade zijn van waarachter ik leugens fabriceer om die op je af te vuren. Je lijkt wel niet wijs. Wat raaskal je toch? Weer pen je over de gevangenis, zelfs over een miraculeuze ontsnapping en over winkelkarren waar je mijn brieven in bewaart. Kon ik je maar behoeden voor je vlagen van waanzin, maar tragisch als het is, heb ik mijn eigen sores.

Oehoe, Comte, Oehoe.

Uilander

 

[Uit Minotaurus: Stunde 12]

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *