De Alliantie, hart voor wonen


– RINNNNNGGG!

– Hallo, wie is daar?

– ALLIANTIE! [Op de toon van POLITIE!]

– Komt u binnen.

[Door rechtszaken met de Alliantie weet ik dat je ze altijd binnen moet laten. Tenminste, dat drukte me mijn advocaat op het hart. “Laat ze altijd binnen” zei hij “je bent er niet toe verplicht, maar laat ze in godensnaam altijd binnen.” Dat doe ik dus zonder morren, al kon dit bezoek niet slechter vallen. Het is de meivakantie, de werkster is twee weken niet geweest. Overal 1cm dik stof, onbeschrijfelijke bende omdat wij de vakantie aangegrepen hebben om voltijds in de tuin aan het klussen te slaan – Mijnheer OZ maakt schuttingen, ik Soft Building-meubilair van piepschuim in steigerdoek en visnet ingepakt). De tuin lijkt hierdoor op Bosnië in mindere tijden. Hopen zware vieze visnetten als loopgraven, stapels hout, gereedschap, zaagsel, een anker voor een schip van 500 ton met ankerbol en ankerboei, een barbecue en een vuurkorf die ik beide nooit heb gebruikt maar die (afdankertjes van iemand anders) eruit zien alsof wij elke avond te boel zitten te verroken. Ikzelf: ongewassen, haar in drie kleuren van uitloop, boven op mijn hoofd haastig bijeengeraapt door een klem, fleecetrui onder de kattenharen, joggingbroek. Een tokkie. Er mist alleen nog de kratten lege flessen en de asbakken vol peuken.]

– Goedemiddag. Ik ben X van de Alliantie en dat is Y, de wijkmeester.

[Ik vergeet de namen te noteren, wat heel stom is, achteraf. X ziet eruit als een chihuahua. Een kleine vrouw, ingedroogd door het roken. Kort haar, schorre stem, plebsige uitstraling. Y zou op Ollie B. Bommel lijken als hij niet zo glad uit zijn ogen keek en ook niet zo nu en dan dodelijke opmerkingen maakte. Eeuwige minzame glimlach op de lippen. De Monalisa van de Alliantie. Ze kijken misprijzend rond. Chihuahua voert het woord.]

– U heeft daar een bel geplaatst?

– Ja, die is van mijn zoon. Hij woont boven. Komt u mee, ik laat het u zien.

– Dat mag niet. U mag niets aan de gevel vastschroeven.

– Hij is niet vastgeschroefd, maar geplakt, met plakband. Kan zo los. Het is zo’n draadloos ding.

– Dat mag toch niet. Het pand is een monument. U mag niets aan de gevel vastmaken.

– Ik weet dat het een monument is, die status heb ik zelf aangevraagd, destijds. Dat was in 1992. Ik hoorde dat het gesloopt zou worden. Toen heb ik twee weken in het stadsarchief doorgebracht om de geschiedenis van de straat te achterhalen. Bleek dit complex het eerste overgebleven sociale woningbouwproject van Amsterdam. Of van Nederland, daar wil ik vanaf wezen…

– … [blik van: daar luisteren we niet naar]. Dat van die bel mag toch niet.

– Ik kan die ergens doen waar niemand hem ziet. Onder de grote brievenbuskast bijvoorbeeld.

– Dat mag niet. U moet een aanvraag indienen om een nieuwe belplaat te laten maken

– Dat gaat toch nooit lukken?

– Ik geef u weinig kans, nee

– En bovendien: wat een dure grap! Terwijl mijn oplossing niets kost!

– Maar uw oplossing mag niet.

– Dan maak ik het toch vast aan een touw en laat ik die uit het raam hangen?

– Dat moet u zelf weten. [Ze lopen weer naar beneden]. Heeft een schutting gebouwd? [HAHAAA! Daar kwamen ze voor! De bel was een binnenkomertje, een afleidingsmanoeuvre. Wat zijn ze er snel bij! We zijn maar net begonnen! Normaal kost het drie weken voor ze komen als je ze roept omdat iets kapot is.]

– Ja, dat klopt.

– Kunnen we een kijkje nemen? [Chihuahua is al buiten voor deze zin uitgesproken is, Monalisa, immer glimlachend, in haar kielzog.] Wat is hiervan de bedoeling? [Ze wijst naar het zuiden.]

– De buurvrouw op het zuiden wil een schutting, dus hebben wij een schutting gemaakt. Van 2m hoog, conform haar wens. Ikzelf wil daar geen schutting. Het is mijn zuiden, daar komt alle zon vandaan die ik hier heb, dat is hier maar een paar uur per dag ‘s avonds.

– Waarom laat u haar niet een schutting maken? [Monalisa maakt ondertussen foto’s van de hopen net, het anker met de ankerboei, de zooi]

– Omdat ze het dan van hout maakt, en dan hebben wij helemaal geen licht meer. Wij maken een lichtdoorlatende schutting. Voor haar is het haar noorden. Op haar zuiden wil ze juist geen schutting. Zo is het de hele straat.

– En deze hier? [Chihuahua wijst naar mijn noorden]

– Nu ik een schutting moet maken aan de zuidkant, dan maar ook eentje aan de noordkant. Anders heb ik een schutting waar ik het niet wil, en geen schutting waar ik het wel wil. Én geen zon, én privacyschending.

– Hoezo privacyschending?

– Die buurvrouw zit elke dag, weer of geen weer, uren in de tuin te roken, aan die tafel. Ze kijkt recht in mijn kamer, waar mijn bed is.

– Dat is officieel een woonkamer, geen slaapkamer. Daar hoort geen bed in.

– Ik heb nog twee kinderen thuis, die hebben de kamers boven. Bovendien is dat zo dubbel en dwars besproken bij de renovatie.

– Maar toch mag u dat niet als argument aanvoeren. Er is geklaagd over die schutting.

– Oja? Door wie?

– [Chihuahua maakt een evasief gebaar, alsof het de hele straat kan zijn. Monalisa glimlacht stilletjes.]

– De buurvrouw zeker?

– U had moeten overleggen.

– Dat kon ik niet meer: zij zet mij sinds dag 1 onder druk om geen schutting te bouwen. Wat ik drie jaar niet deed. Tot de andere buurvrouw een schutting eiste.

– Staat de schutting op uw deel van de tuin?

– Ja, aan mijn kant van de paaltjes die de Alliantie heeft neergezet als erfafscheiding.

– De schutting moet tenminste 10 cm van de erfgrens staan, en het mag niet hoger zijn dan 1,80

– Deze is 1.75. En ik mag 2m.

– Nietes

– Welles

– En dat van die 10cm klopt ook niet

– Welles

– Nietes. Ik kán die niet 10 cm op mijn deel maken omdat jullie het deurtje in het hek tot aan de erfgrens hebben gemaakt.

– Wij hebben dat niet gemaakt hoor [valt Monalisa in]

– Jullie de Alliantie bedoel ik natuurlijk

– Niets mee te maken, het moet minimaal 10cm uw erf op.

– Dan kan dat deurtje in het hekwerk niet meer open. Ziet u de onzin hier niet van? Dan maak ik toch een nieuwe schutting 10cm mijn kant op? Wat schiet de buurvrouw hiermee op? Ik haal ook de lichtdoorlatende platen weg, die de buurvrouw liever dan hout wil, en ik bouw een schutting van 2m van dik hout [in mijn hoofd zie ik me voor straf een 30cm brede muur van piepschuimblokken in steigerdoek en visnet knutselen. Geluiddempend op de koop toe.] In plaats van een lichtdoorlatende schutting van 1.75cm krijgt ze een 2m hoge schutting van hout. Zegt u dat maar tegen de buurvrouw.

– U krijgt van mij een brief om de schutting 10cm te verplaatsen.

[Ze lopen naar de buurvrouw. Ik laat ze uit. Bij de voordeur aangekomen ruk ik de bel van mijn zoontje uit het kozijn. De plakband laat meteen los, er blijft niets plakken. Monalisa wil me tegenhouden:]

– DOET U MAAR NIET METEEN! ZO SNEL HOEFT DAT TOCH NIET!

Later besef ik: ze hadden de bel nodig als handvat om een brief te schrijven, als bewijs dat ik fout was. Een fout mens, dat bellen vast boort in monumentale kozijnen.

Het is 16 uur.

De volgende ochtend valt een brief van de Alliantie op de deurmat: of ik mijn spullen uit de gang wilt weghalen. Maar ik heb niets in de gang; die spullen zijn van de buurman van 3hoog. In de brief staat dat Monalisa zal controleren of de spullen weg zijn. Monalisa is na zijn bezoek aan mij zo snel hij kon naar kantoor gereden, is naar de afdeling gerend die brieven schrijft over spullen in gangen, heeft de brief gedicteerd (geen bel meer helaas, maar wel spullen in de gang!) en diezelfde avond op de bus laten doen. Ervan uitgaande dat de Alliantiedudes, als brave kantoorklerken die ze zijn, tot 17uur werken, een prestatie die zeker knap te noemen is.

 

[Verscheen ook op Sargasso]

4 responses

    • Dank je Bob. Op papier ziet het er rationeler uit dan het klonk. Zoals je weet heb ik een staccato in de stem die niet goed overkomt in rationele besprekingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *