Brief aan Uilander

Brief aan Uilander
Uilander, broeder van me,

Je brief heeft indruk gemaakt op mijn celgenoot. Midden in de nacht werd ik gewekt toen hij brakend boven de WC-pot hing. Ik vroeg hem naar zijn gezondheid, die klaarblijkelijk in zwaar weer verkeerde, en kwam er toen achter dat hij de brief had opgegeten. De melancholische inhoud van de brief deed hem denken aan de stamppot van zijn oude moedertje, de helrode Gerda, en in een wanhopige poging die smeuïge smaak te proeven verorberde hij jouw brief. Met mijn arm over zijn schouder hebben we tot het ochtendgloren de natte snippers uit de pot gevist en terug in elkaar gepuzzeld. Ik heb je verhaal dus redelijk goed begrepen, hoewel ik niet zeker weet of jij de ondergetekende was.

Om antwoord te geven op je eerste vraag: ja, ik heb syfilis. Ik weet dat jij die ziekte vaak verwart met cholera, waarom weet ik niet, maar ik kan je verzekeren dat het dat is (zat aan gedachte) waar ik aan lijd.

Ten tweede: je vader vroeg laatst naar je. Ik liep hem tegen het lijf tijdens het dagelijkse luchtje scheppen in de omheinde kooi met uitzicht op de blinde muur die jouw vader Harry noemt. Inderdaad, hoe ouder hoe gekker. Ik heb hem een stomp in de ribben gegeven, zoals jij me vroeg.

Hoe gaat het met het stukje dood vlees onder je linkeroog? Beneemt het al je zicht?

De dagen zijn hier klam en vochtig. De nachten koud en kolkend van onvervulde ambities.

Schreiend en verlangend,

Le Comte


Minotaurus: Stunde 12]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *