Brief aan Uilander 3

Comte de Pompeaux
Vriend,

Want dat ben je toch? Een vriend. Een kameraad. Een gabber. Een maat. Een mattie. Een rat als ik, de snorharen vies van het opgedroogde strontwater maar de ogen vol levenslust. Samen krabbelden we uit het riool en naar de rijke buitenwijken. Huis, achtertuin, stationwagen en, niet onbelangrijk, een vrouw met wat kinderen. Jouw kinderen waren niet de mijne, natuurlijk. Waar die van jou het schopten tot arts of astronaut, raakten die van mij verstrikt in een web van angst en twijfel, tot ze weer terug gleden in het riool waar ikzelf ooit uit was geklommen.

Goed, genoeg emo-shit.

Die vijftig gulden kun je lekker in je uitgerekte hol steken. Sinds 2002 handel ik (en de rest van de wereld met mij) slechts in keiharde euro’s, en aan omrekenen doe ik niet meer. Je koopt daar immers geen iota voor, als je snapt wat ik bedoel.

En wat is geld in een vriendschap als de onze? Wij die samen bomen om knaagden met onze voortanden. Wij die dakpannen in onze knieholtes staken en dan probeerden te lopen. Wij die…ach laat ook maar.

Ik liep vandaag door een donker bos, wat bij nader inzien een onverlicht stadspark bleek te zijn. 

Hoorde ik je nog maar eens voor me zingen als een vrouwtjeswalvis die wordt genomen door haar bultrugtige minnaar. Het leven is een avonturenfilm, maar soms verlang ik naar de pauze om popcorn te kunnen kopen.

Leve de koningin,

Le Comte, niets meer dan gruis, en een klomp vlees dat men hart noemt

Minotaurus: Stunde 12]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *