Brief aan Comte de Pompeaux

Brief aan Comte de Pompeaux

Beste Comte de Pompeaux,
Ook wel Pompo genaamd, gevreesd als “de Pomper” en in bepaalde berggebieden beter bekend als Pompeuzereus,

De mensen fluisteren je naam. Dromen van je gedaante. Vrezen de terechtheid van je ijzeren rede.
Maar waar ben je toch?
Jaren lang zit ik hier nu verscholen, in dit stinkende hutje, omsingeld door bomen, kilometers bomen.
Ik wacht en ik wacht, maar je komt maar niet.
Ben je onze afspraak soms vergeten?
Wou je dat we deze nooit hadden gemaakt?
Of hebben we die überhaupt nooit gemaakt?
Pompo, Pompeaux, Pompoh, ik verpieter hier en ik weet me geen raad. Mijn geest verdort.
De kaas is op en het brood nog maar schaars.
Jij bent mijn kaas en ik je brood.
Kom toch tevoorschijn en deel mijn pijn.
Alleen is deze pijn niet te dragen, maar ondersteund door ook jouw brede schouders ben ik zeker dat wij zullen doorstaan. Samen de tijd kunnen bevechten, de eeuwigheid kunnen bevrienden.

Ik blijf en ik wacht,
Je geestelijke tweeling,

Uilander

Minotaurus: Stunde 12]

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *