Brief aan Comte de Pompeaux 7

Brief aan Comte de Pompeaux 7

Comte, brok geniep gerukt uit het lijf van een satyr, als ware het diens kloppend hart, kloppend om een bokkenlijf te doorbloeden dat slechts gemaakt is om het kwaad te verspreiden,

Serpent,

Je slangentong sist nog steeds en spoort de lucht af, ruikend waar je het bloed vandaan kan halen dat je zo begeert. Geboren in een ei, schermde God je vanaf de eerste seconde af voor de wereld, gevangen zat je. Herinner je die toestand waar je in verkeerde? De eierschaal om je heen als een beklemmende muur. Vastberaden beet je je een weg de wijde wereld in en kroop je glijdend uit je gevangenis. Wat kruipt, brengt verderf. Slang met je honderden ogen en je ranzige grijns, juist toen ik net mijn laatste brief had verstuurd – je daarin toezingend als een moeder die haar stompzinnige kind verzorgt als het diarree heeft – ontving ik plots een bericht geschreven door de geschubde uitsteeksels die jij je vingers durft te noemen.
Als je aan mijn vijftig gulden komt, basiliskenkind, kom je aan mij.
Ik verlang die guldens, die prachtige guldens, wel degelijk omgerekend en tot op de cent nauwkeurig uitbetaald aan mijn persoon. Mocht je niet aan deze eisen kunnen voldoen, dan zal ik mijzelf moeten bedruipen in de vorm van enkele liters van je donkerrode bloed, addergebroed.

Hoe gaat het verder met je?
Het zou leuk zijn weer eens samen scrabble te spelen. Je weet welk bos en welke hut je moet hebben. De scrabble en de versnaperingen staan klaar.
Staan overigens al een aantal jaar klaar, de nootjes beginnen flink te ruiken.

Doder van draken,

Uilander

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *