Het haardvuur

De reiziger slentert vermoeid door de wildernis. Terwijl de schemering neerdaalt en de dieren gaan slapen, vervolgt hij zijn weg. Zijn voeten verkrampt, zijn lippen droog en vol kloven, zijn oogleden zwaar. En dan ziet hij in de verte, als ware het een herinnering uit een droom, een huisje. Het is de kleine hut waarin hij opgroeide. Dezelfde donkerrode dakpannen, dezelfde luiken voor de ramen. Uit de schoorsteen dwarrelt azuurblauwe rook omhoog. De reiziger volgt met zijn ogen de pluim, richting de sterren die één voor één aan gaan, en hij versnelt zijn pas, richting het hutje.

[Meer van Comte de Pompeaux op Minotaurus: Stunde 12]

16 responses

  1. Aangekomen bij het hutje blijkt het van koek te zijn gemaakt, dat had hij niet verwacht. Omdat hij door de lange wandeling flink trek heeft gekregen breekt hij een stukje van de vensterbank af en stopt het in zijn mond. Nauwelijks is hij met kauwen begonnen of hij hoort een krassende oudevrouwenstem: Knibbel, knabbel, knuisje, wie zit er aan mijn huisje?

    • Hij draait zich om en kijkt recht in de ogen van Calvin Candy, de hardvochtige plantage-eigenaar die op dat moment de ronde doet over zijn landerijen. De ogen van Calvin vernauwen zich, minstens een halve minuut lang zegt niemand een woord en de stilte wordt steeds zwaarder. De reiziger schuivelt met zijn voet. “Ik eehh..”,

      • De spanning stijgt. Ondertussen, ergens anders maar niet ver weg:

        Roodkapje is met een mandje vol lekkers op weg naar haar grootmoeder die in het bos woont. Het is een flink eind rijden, maar het is rustig op de weg en daarom trapt Roodkapje het gaspedaal in tot ze de door haar gewenste kruissnelheid van 160 km per uur bereikt heeft. De kloeke V8 in het vooronder van haar Range Rover draait nu precies het juiste aantal toeren en ze geniet van het krachtige, donkere geluid. Ze heeft deze elitetank een maand geleden gekocht van het grove geld dat mannen haar hebben betaald om toegang tot haar mandje met lekkers te verkrijgen. Door haar rode kapje weten ze haar altijd makkelijk te vinden. Maar wacht, in haar spiegel ziet ze in de verte twee koplampen. Ze zouden van een politiewagen kunnen zijn en daarom halveert ze haar snelheid tot het op deze weg toegestane maximum en steekt een filtersigaret op. De auto achter haar komt dichterbij, maar slaat dan een zijweg in. Mooi, niets aan de hand dus. Maar wie staan daar onder die lantaarnpaal te liften? Het zijn Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Roodkapje besluit ze mee te nemen. Er is ruimte in overvloed in haar rijdende bunker en zo heb je een beetje aanspraak. Ze remt af en even later stappen de passagiers in: de zeven dwergen naast elkaar op het geurende leder van de achterbank, Sneeuwwitje op dat van de koninklijke zetel naast de bestuurder. Nauwelijks een kilometer verder staan De Grote Boze Wolf, Hans en Grietje en Luke Skywalker te liften. Naast hen in de berm staat een tweewielig aanhangwagentje. Roodkapje stopt en zegt tot hen: Ik zou jullie best willen meenemen, maar we zijn al met z’n negenen en ik denk niet dat jullie er nog bij kunnen. Dat is geen probleem, antwoordt De Grote Boze Wolf, we hadden er al rekening mee gehouden dat iemand met een volle Range Rover zou langskomen. Daarom hebben we dit aanhangwagentje meegenomen. Dat verandert de zaak. Het aanhangwagentje wordt aan de achterkant van de auto bevestigd en weldra is het inmiddels dertienkoppige gezelschap op weg. Ter verhoging van de sfeer drukte Roodkapje op wat knopjes in het dashboard en vervolgens klinkt uit 16 speakers Hit the road, Jack. Omdat dit nummer een aanstekelijk karakter heeft wordt het weldra door iedereen uit volle borst meegezongen. Uit 12 kelen klinkt het: Hit the road, Jack, and don’t you come back no more no more no more no more!!! Ja, het wordt echt heel gezellig.

        • Ga door, dan heb ik vanavond iets om voor te lezen.
          Dit wordt een klassieker..!
          Want wat gebeurt er als ze straks klein duimpje tegenkomen,
          met zo’n Roodkapje en Sneeuwwitje in de auto..

          • “Hit the road Jack” klinkt langzaam steeds luider. Er lijkt geen einde te komen aan het lied. De toon verandert, en het lijkt alsof alleen nog maar het ritme overblijft. Alle twaalf passagiers raken langzaam in een trance. Roodkapje drukt een paar knoppen op de radio en glilmacht tevreden. In de verte ziet ze DE HUT, en minder vaart.

  2. En ik zou in de openingszin De reiziger slentert vermoeid door de wildernis, slentert toch vervangen door: sjokt. Slenteren is immers iets wat je voor je plezier doet. En een vermoeide reiziger die sjokt. Zeker door een wildernis.

  3. Bij de hut was het inmiddels een drukte van belang. Pinokkio zette zijn fiets op slot, Winnetou en Old Shatterhand waren te paard gekomen, Biggles cirkelde in de lucht rond op zoek naar een geschikte plek om zijn dubbeldekker aan de grond te zetten en rechts kwam over het water Jezus aanwandelen.

  4. De glimlach verdwijnt langzaam van Roodkapjes gezicht en een grimmige vastberadenheid maakt zich van haar meester. Vijftig meter voor de hut komt de auto tot stilstand, Roodkapje let goed op dat ze de auto uit het zicht achter een paar bomen zet, om de VERRASSING niet te bederven. Een vluchtige blik in de auto bevestigt dat alle passagiers willoos aan haar overgeleverd zijn, als gehypnotiseerde zombies staren ze wezenloos voor zich uit. Ze ziet het groepje ongeregeld voor de hut. De tijd is rijp.

    Roodkapjes gedachten dwalen onbewust terug naar een paar jaar geleden, toen ze als au-pair naar dit land kwam om op de kinderen van Calvin Candy te passen. Naar de vernederingen. Wekenlang opgesloten in de kelders onder het grote landgoed. Eerst kwam alleen Calvin om zich aan het jonge maagdelijke vlees van Roodkapje tegoed te doen. Een rilling gaat over haar rug als ze terugdenkt aan de eerste keer. Met een rood hoofd waar het zweet vanaf gutste verscheurde hij haar vlies, nadat hij hetzelfde met haar kleren had gedaan. Daarna kwamen de anderen. Calvin had er een mooie bijverdienste aan gehad. De klanten stonden in de rij en konden niet wachten om hun geld uit te geven ten koste van Roodkapje.

    Maar nu was dat voorbij. Maandenlange penibele voorbereidingen naderden hun einde…

  5. Het wachten was alleen nog op Clint Eastwood. Roodkapje maakte zich een beetje zorgen, want het was niets voor Clint om te laat te komen, je kon altijd de klok op hem gelijk zetten. Er zou toch niets ergs met hem gebeurd zijn?

  6. Clint Eastwood? Die bestond niet meer. Na een ingrijpende operatie besloot zij verder door het leven te gaan als Clit Eastwood. En niemand zette de klok gelijk op Clit. Zeker niet die muts van een Roodkapje. Clit tuitte haar lippen en stiftte ze felrood. Ze poetste haar revolver met het parelmoeren handvat blinkend en schoof de antimakassar van haar paard recht. Ze moest dus kennelijk ook naar dat hutje in het bos. Alsof ze niks anders te doen had, ze keek naar de afwas en het onkruid in haar tuintje. Ze zuchtte, vooruit dan maar. Clit beschikte sinds de operatie ineens over intuitie. Een valstrik, dat was het, een mooie gehaakte valstrik moest ze zetten.

  7. Clit had dorst gekregen van de lange rit en besloot even te pauzeren bij een cafe voor een kopje thee. Cafe Amperzat stond er op de gevel. Een man deed open in wie Clit gelijk Maxime Verhagen herkende. Jij, hijgde Maxime. Ik, hijgde Clit terug. Maxime, hijgde Clit, ik wil thee, maar daarna moet ik door naar het huisje in het bos, dringend. Ik ga met je mee, hijgde Maxime en wenkte twee Pieten: jongens, kleed jullie aan, we gaan. Wat is er eigenlijk aan de hand, hijgde Maxime. Calvin Candy is weer bezig geweest, hijgde Clit. De schoft! Siste en hijgde Maxime. We moeten erop af! Hee, horen jullie dat ook? hijgden de Pieten. Wat? hijgden Maxime en Clit.
    Nou, volgens ons horen we daar de in het bos de eerste tonen van The Harlem Shake! hijgden de Pieten.

  8. Godjezusallemachtig, denkt S. (de schrijver), het wordt tijd voor een Deus Ex Machina.

    Roodkapje hoorde het geroffel van de paarden en keek geirriteerd toe hoe Clit, Maxime en de Pieten aan haar voorbijstoven richting DE HUT.
    GODKANKER-TERING JEZUS, WAT KOMEN DIE HIER IN HAGEDISSENNAAM ZOEKEN????!!!! (S. is zo wanhopig, dat hij al stijlroof doet bij een van de obscuurste Nurksers) schiet het door haar hoofd.
    Die arme Clit, zij/hij was de enige die bij zijn bezoeken in de kelder van Calvin Candy Roodkapje geen haar had gekrenkt.
    ACH, SCHIJT EROP, WAARSCHIJNLIJK WAS DAT OMDAT DIE VUILE SMERIGE TRANSSEXUEEL ALLEEN MAAR OP PAARDENLULLEN GEILT !!! HAHAHHAAAAAAA!!!!??
    Roodkapjes morele voorstellingen zijn niet helemaal politiek correct, maar in dit geval kunnen we dat met recht aan haar ongelukkige jeugd wijten.
    Roodkapje loopt naar de achterkant van de SUV, opent het geheime compartiment en rolt met veel moeite een origineel echt Stalin-orgel (van e-bay) op het bosweggetje en brengt haar geschut in stelling. Even blijft haar vinger nog hangen boven de rode knop, maar dan schudt Roodkapje met een achteloos wegwerp-gebaar de laatste twijfels van zich af en drukt op de knop.

    De volgende dag verschijnen verwarrende berichten in de krant over een niet voorspelde meteorieten-regen boven het sprookjesbos. Een bijzonder grote meteoriet is waarschijnlijk ingeslagen op de plek waar vroeger DE HUT stond. Nu is daar alleen nog een gapende rokende krater te zien met een doorsnede van meer dan 100 meter. Verschillende brokstukken duiden erop dat meerdere ongelukkige mensen en dieren zijn omgekomen bij deze inslag. Geen van de slachtoffers kon geidentificeerd worden. Wie informatie kan geven over de eventuele bezitter van een rood kapje dat vlak bij de krater is gevonden, wordt verzocht kontakt op te nemen met de instanties.

    E I N D E ! ! !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *