Verlies

2012 was voor mij een jaar van verlies. Teveel mensen zijn van me heen gegaan. Ik was een boom die daar maar stond, en elke storm rukte een flinke tak van mij af. Op het laatst was ik nog maar een stronk. Ik had geen blaadjes meer, kreeg geen adem, en ging kopje onder. Ik wou niet meer leven. Maar er stonden zaailingen om me heen hongerig naar voedsel, schaduw en warmte. Ik moest wel. Dus vermande ik mezelf en bleef maar voortbestaan.

Nu zit ik met een voorwerp in mijn hand. Een koperen lamp, die mijn jeugdmakker mij gegeven had. Mijn huis staat vol met cadeau’s van haar: tapijten, sjaals, kleren, juwelen, parfum. Van anderen heb ik tijdig de sporen uitgewist, te pijnlijk. Achteraf dom. Als de acute pijn van het verlies weg is geëbd is dat het enige wat je nog rest: objecten. Tastbare zaken.  Stille aandenkens aan vervlogen tijden, aan vervlogen geluk.

Ik ben zelf niet zo’n gever van objecten. Ben altijd bang, minimalist als ik ben, de ontvangers op te zadelen met ongewenst materiaal dat hun huis dicht laat slibben. Na 2012 weet ik echter: geef cadeautjes. Hoe onbestaanbaar je de gedachte ook vindt, er zijn dierbaren die van je houden, en die zich na je vertrek huilend in slaap zullen troosten met je cadeautjes geklemd tegen hun borst.

6 responses

  1. Heel goed, dat laat ik mijn vrienden lezen, voelen ze zich hopelijk lekker schuldig als ze twijfelen over die gigantische hand weggooien, of de piemelkapstok, of het big picture book van male bondage.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *