Jelle Brandt Corstius in India

Lang geleden speelde ik in een bandje. Elke woensdagavond reden we naar de oefenruimte. ‘KIEZEN DOE JE ZELF’ had iemand heel groot op een van de pakhuizen op de Oosterdokskade gekalkt. Kiezen doe je zelf m’n reet, dacht ik altijd als ik dat las. Soms kom je op een tweesprong. Dan lijkt het of je kunt kiezen. Maar in feite heb je er verdomd weinig over te zeggen. Ik voelde mij in die dagen een speelbal van het lot.

Ik las eens over een wetenschapper die bij alle belangrijke beslissingen die hij in zijn leven maakte een muntje opgooide. Verstandige man.

Jelle Brandt Corstius gelooft vol overtuiging in de vrije wil. Zo vertelde hij in de eerste aflevering van Van Bihar tot Bangalore. Volgens de hindoes is het lichaam slechts een jas, het individu niet meer dan een toeschouwer in een schouwspel dat van A tot Z staat uitgeschreven in een boek dat niet van deze wereld is. Jelle vertelde in de voice-over dat hij wel eens jaloers was op de hindoes. Ze hoefden zich immers nergens zorgen over te maken, zo zonder vrije wil. Geen zorgen over de dood, geen twijfel of je wel de juiste keuze had gemaakt.

Ik moest denken aan het interview dat Jelle had met hersenwetenschapper Dick Swaab in Zomergasten. Swaab legde ook uit dat de vrije wil niet bestond. Jelle vond dat moeilijk te verdragen. Hij stelde zichzelf op als een domme leek die behoefte heeft aan de illusie van de vrije wil. Tegenover de wetenschapper Swaab die de illusie doorprikte. Jelle vroeg de wetenschapper nederig toestemming zich aan de illusie vast te blijven vastklampen.

Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als Jelle de visies van Dick Swaab en de hindoes zou samenbrengen in zijn hoofd. De vrije willoosheid van Dick Swaab vindt hij te wetenschappelijk. De vrije willoosheid van de hindoes te religieus. Jelle B. Corstius is een kind van zijn milieu. Het leven is maakbaar. Je kunt zelf kiezen welke invulling je eraan geeft.

Jelle stort zich altijd vol overgave in het avontuur. Hij drinkt een marihuanadrankje en danst mee om Shiva te eren. Hij probeert een rode veter zijn neus in te duwen om het er via zijn keel weer uit te halen en zo neus, keel en geest te reinigen. Hij laat zijn aura lezen door iemand die daarvoor een vergrootglas gebruikt. Hij bluft zich door een taal die hij nauwelijks machtig is. Samen met Jelle proberen we te begrijpen wat hij maar niet kan begrijpen.

Hij sprak met een man die al afscheid had genomen van het leven. Zijn familie had al afscheid genomen van hem. Met de gebruikelijke rituelen. Maar in plaats van de geest te laten was hij van zijn sterfbed opgestaan en het huis uit gelopen. Hij woonde nu in een tehuis met andere levende doden. Hij had een kuisheidsgelofte gedaan en leefde van de bedelstaf. Die in een doek gewikkeld was om de driehonderd miljoen goden die erin huisden te beschermen.

Ik probeerde dat duizelingwekkende aantal te bevatten. Driehonderd miljoen goden. Dat zijn er nogal wat. Ik neem aan dat al die driehonderd miljoen goden met z’n allen bepalen hoe jouw leven eruit ziet. Driehonderd miljoen goden. Misschien was die doek rond die staf wel bedoeld om ze in bedwang te houden. Een poging om toch nog iets over het leven te zeggen te hebben. Net zoals je kunt besluiten om te sterven voordat je dood bent.

De vrije wil bestaat wel degelijk. Hij heeft alleen verdomd weinig macht.

Dit stukkie verscheen eerder op Sargasso, en wel hiero.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *