Je hebt er niets aan, aan zo’n uitvaart

“We zijn hier, beminde parochianen… en wilt u het godverdomme een beetje stil houden, het mag dan wel wat drukker zijn dan normaal en ik zie vele gezichten die ik hier anders nooit zie, maar dat betekent niet dat u de moeite niet hoeft op te brengen om het een beetje stil te houden als ik spreek… wij zijn hier om Ben Hoogeboom te gedenken en hem een goede laatste reis te wensen.”
Pastoor Engelbertus de Zeeuw bekijkt de zee van mensen die tot ver buiten de kleine parochie zijn toegestroomd om de uitvaart van Ben Hoogeboom bij te kunnen wonen. De pastoor neemt een ferme slok miswijn. De klap kwam hard aan hier in het immer landelijke Dirkswoud, toen bekend werd dat hun dorpschroniqueur het tijdige voor het eeuwige had verlaten. Het hele dorp is uitgelopen om de geliefde schrijver de eer te bewijzen die hij verdient.
“Ben Hoogeboom was wat wij in Dirkswoud een vreemde snuiter noemen. Hij hield er rare gewoontes op na. Zo waste hij zich naar eigen zegge slechts één keer per week, at hij zo goed als geen vlees en reed hij in een auto die naar Dirkwoudse maatstaven ronduit excentriek te noemen is. Al dat hydraulische gedoe kan alleen maar kapot gaan.”
Buiten staat de witte Citroën Berline te blinken in een bescheiden doch behaaglijk herfstzonnetje. Pastoor E. de Zeeuw neemt een slok van zijn miswijn en gebaart aan een koorknaapje om opnieuw in te schenken.
“En toch, beminde gelovigen, en toch hebben wij Ben in onze harten gesloten. Zo zijn wij, Dirkswoudenaars, dan ook wel weer. Stilte godverdomme! In harten die gevuld zijn met de Glorie Gods is altijd wel plek voor een eenvoudige zondaar als Ben Hoogeboom. Onze harten zijn eenvoudig, maar groot. En wij weten hier nog hoe je een mens met rust laat, niet waar? En dat wist Ben Hoogeboom te waarderen. Je komt niet voor niets dertig jaar lang bijna dagelijks naar één en hetzelfde dorp, zonder dat je van dat dorp en haar bewoners gaat houden.”
De pastoor neemt een ferme slok van zijn wijn en slaat met zijn vuist op het hout van zijn preekstoel. “Godverdomme stilte! Er zijn mensen die het vreemd vinden dat ik momenteel de dienst rond de uitvaart van Ben Hoogeboom leid. Ben had immers weinig op met religie. Maar die mensen moeten hun muil houden. Op zijn sterfbed heeft Ben mij toevertrouwd zichzelf als katholiek te beschouwen. Samen hebben wij Bens testament opgesteld. Vandaar dat sommige delen in een ander handschrift zijn geschreven. Ben was aan het eind van zijn leven vaak te zwak om zelf de pen te hanteren. Ben wilde geen muziek tijdens zijn uitvaart. Dat kan alleen maar mis gaan, zo vond hij. Stilte godverdomme!”

Ook buiten, op het knusse begraafplaatsje waar Ben zijn laatste rustplaat zal vinden, neemt pastoor E. de Zeeuw even later het woord om het niet meer af te staan. Daarbij plet hij, naar wij aannemen zonder opzet, een bos bloemen en een klein fotolijstje die het graf sierden van Katlijn Everse, de 19-jarige schone die nu alweer meer dan twee jaar geleden onder verdachte omstandigheden om het leven was gekomen.

Weer wat later. In café Amperzat is het een drukte van belang. Het bier en de hardgekookte eieren vliegen over de toonbank. Iemand, wij menen de markante castratenstem van Adri de Vlieger te herkennen, beweert dat hij die ochtend, toen hij bij het krieken van de dag zijn hond uitliet, Ben Hoogeboom had gezien in de Dorpsstraat. Ben reed in zijn witte Citroën Berline. En zwaaide naar iedereen, ook al was het zo vroeg dat er nog niemand op straat was.

4 responses

  1. En prachtig natuurlijk dat gedeelte over het testament. En mooi dat Amperzat nog genoemd werd. En mooi ook, dat spaarzame maar doeltreffende gebruik, helemaal des Ben’s, van het cursief. En ook dag Dirkswoud.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *