Ben en Alice

Ben is dood. Ik hoorde het droeve nieuws zojuist van Wouter. Zijn zus had ons gemaild, ik had het nog niet gezien. En hier stond het ook al. Had ik ook nog niet gezien. Ter nagedachtenis een stukje dat ik schreef toen ik Ben opzocht na het overlijden van zijn geliefde Alice.

Ben vertelde dat hij die ochtend nog naar Alice was gaan kijken. “Ze ligt er mooi bij hè”, had een medewerker van het uitvaartcentrum gezegd. Ben lachte zijn aanstekelijke rokerslach toen hij dit moment in herinnering riep. “Ze ligt er prachtig bij”, had hij maar geantwoord. De medewerker had gevraagd of hij even wilde wachten. Dat wilde hij wel. Zo stond hij daar een tijdje. Totdat de vrouw terugkwam met een grote boodschappentas. “Hier”, zei ze, “haar kleren.” Ben moest nu nog harder lachen.

Je ziet dat vaker in de begrafenisbranche, een zekere lompheid van het personeel. Een soort beroepsdeformatie. Ik zag ooit een documentaire van Michiel van Erp, waarin een net beginnende begrafenisondernemer een crematie moest leiden van een vrouw die niemand meer had behalve een bejaarde zuster en de kinderen van die bejaarde zuster. De vrouw had gewild dat er niet gesproken zou worden, er zou alleen wat muziek klinken op haar uitvaart. Kennelijk vond de beginnende begrafenisondernemer dit al te karig, want vlak voordat de kist de oven in geschoven werd, ging ze een gedicht voordragen. Niemand zei er wat van. Even later verdween de kist achter een gordijn. De familie bleef nog even staan. Een beetje natreuren. De begrafenisondernemer keek op haar horloge, en liet de familie met een subtiele handbeweging weten dat hun tijd op was. Later vertelde ze tegen Michiel van Erp dat de familie het een erg mooi gedicht had gevonden.

Maar ik dwaal af. Ik wilde het over mijn bezoek aan Ben hebben. (Zie hier het stukje dat hij daarover schreef.) Ik heb Ben hier, hier, hier en hier leren kennen als een aimabel mens met een unieke kijk op het leven. Ik weet veel van Ben. Veel meer dan hij van mij. Ik weet van zijn depressies, zijn belevenissen in het fictieve dorp Dirkswoud, zijn afkeer van religies, zijn liefde voor Alice. Ik had al uit de stukjes van Ben opgemaakt dat Alice ziek was, maar pas toen ik vorige week de woorden ‘terminale zorg’ las, begreep ik hoe ernstig de situatie was. Vrijdag schreef ik Ben een mailtje waarin ik mijn medeleven onder woorden probeerde te brengen, hij schreef een mailtje terug dat het hard achteruit ging. De volgende dag kreeg ik een mail waarin stond dat Alice dood was. Het raakte me zeer. Het is bovendien een vreemde gewaarwording om dergelijk nieuws te vernemen van iemand die je alleen maar digitaal kent. Het leek me daarom het beste dat ik Ben zou opzoeken.

Ik had mijn negen maanden oude zoon meegenomen. Het goede van negen maanden oude zonen is dat ze zich niet bekommeren om de dood. Hij was de vrolijkheid zelve. Hij onderzocht alles wat hij tegenkwam op die paar vierkante meter die hij van mij mocht kruipen. Dat waren achtereenvolgens de knoppen van een kastje, een tafelpoot, een stekker van een lamp, de schoenen van Ben, twee USB-draden die nog in hun verpakking zaten, een prullenbak en twee zuurstofslangetjes. Toen twee mannen van de thuiszorg het bed van Alice kwamen ophalen keek mijn zoon, stralend van nieuwsgierigheid en verwondering, naar hun routineuze handelingen. Ook Ben en ik keken toe zonder iets te zeggen. De twee mannen deden net alsof ze zich niet opgelaten voelden.

Bij binnenkomst vroeg ik hoe het met hem ging. “Wel goed”, zei Ben, “het leven gaat door. Het is echt zo.” Hij leek enigszins verbaasd dat hij een cliché moest gebruiken. In navolging van Ben eindig ik met een muziekje. Ik ben niet zo thuis in het middeleeuwse, dus hierbij Alice van Tom Waits. Op droeve toon.

2 responses

  1. Zijn serie over Alice is onvergetelijk mooi. Net als zijn stukjes over muziek en kunst trouwens. Maar de serie over Alice heb ik meer dan eens terug gelezen en daarbij hield ik het nooit droog. En het vreemde is, nu ook niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *