Het begrip leiderschap bij Provo

(In de SERIE GESPREKKEN MET ROBERT JASPER GROOTVELD)

RJG: De vraag is dus of Provo leiders had. Zij die afgestudeerde (Virginie Marmadouh, red), die zegt: “nee, er waren geen leiders”.

OZ: Zij heeft een ander woord gebruikt: “woordvoerders” of zo.

RJG: Het is allemaal dialectiek, Provodialectiek. De Provo beweging pretendeerde een anarchistische beweging te zijn. Kernpunt van het anarchisme, dat je mag geen volgeling zijn. Elk individu is verantwoordelijk voor zijn eigen daden en zijn eigen inspiraties en zijn eigen ontwikkeling. Ga je dit hiërarchisch vastleggen, dus dat je zegt: “Nou hij is de chef, en hij is de baas, en hij is de zus en hij is de zo…”, dan bouw je een hiërarchie op, en dat is het wezensvreemde aan het anarchisme. Dus, theoretisch werd er van het begin af aan geschreven in de blaadjes: “Provo kende geen leiders”. Dat wil zeggen, geen formele leiders. In een politieke partij, is een leider gekozen. Dat is formeel, daar zijn vergaderingen, daar is voor gestemd. De informele leider waar toen al veel over sprake was, de informele leider dat is degene die eigenlijk doorgaans de initiatieven neemt, doorgaans dingen door weet te drukken, mensen voor zijn karretje weet te spannen, zijn ideeën te laten prevaleren. Dat is de informele leider. Ja, dat werkt natuurlijk ook als leiderschap. Maar het hele leidersprincipe, dat was juist voor Provo zeer taboe. Het leidersprincipe, daar waren in de twintiger en de dertiger, veertiger jaren, de grote dictaturen uit ontstaan, het leidersprincipe. Mussolini, die had zichzelf opgeworpen tot “de Leider”. Mussert noemde zichzelf “de Leider”. Hitler was “de Führer”, eigenlijk nog meer dan “de Leider”. Dat was al informeel, maar, het hele begrip, de hele hiërarchische denkwijze van die fascistische en nationaal-socialistische bewegingen van vroeger, die was juist om het leidersprincipe heen gebreien. Dat was het begin en het slot. Als je nou maar een portret van de führer aan de muur had, en als je nou maar bij elke gelegenheid die zich voordeed: “Heil Hitler!” riep, Heil de leider! Heil de führer! Die heel enorme massa-psychose van het leiderschap, daar was Provo dialectisch gesproken, een enorme tegenhanger van.

OZ: Wordt Jesus ook `de leider’ genoemd?

RJG: Jesus… Ja… He! He! He!… Had volgelingen… Als je volgelingen hebt heb je, ja wat heb je dan, een sekte, hoe moet je het noemen?

Dus in de Provo-klup, toen was het 1965, en het waren toch allemaal betrekkelijk jonge kinderen met weinig levenservaring. Sommige wijsneuzen hadden wat leeservaring,dus hadden wat boeken gelezen uit de negentiende eeuw.

OZ: Roel van Duijn en…

RJG: Roel van Duijn en Rob Stolk die hadden daar… Ik had het in mijn genen want mijn vader die had die hele dialectiek al in zijn jeugd gehad, dus ik ben daar na den oorlog heb ik dat uit mijn vader gelepeld, het anarchistische dialectische wereldbeschouwing.

OZ: Had Luud Schimmelpenninck ook intellectuele bagage of niet?

RJG: Ach, hij komt natuurlijk ook uit een merkwaardige patriciërsfamilie, Luud Schimmelpenninck.

OZ: Had hij zelf gelezen?

RJG: Ik denk niet dat Luud Schimmelpenninck echt politiek als zodanig geïnteresseerd was. Luud Schimmelpenninck was d’r in de eerste plaats om uitvindingen te poneren. Een praktische oplossing te bedenken voor een of ‘t ander door hem bij de kop gepakt probleem, dat was Luud Schimmelpenninck.

OZ: Ja,maar hij voelde zich wel aangesproken door Provo, want anders…

RJG: Ja zeker, hij was een van de eerste die zich daarmee…

OZ: En wie was er nog meer die anarchistische boeken had gelezen? Bij voorbeeld Bernard de Vries of zo?

RJG: Nou, nee, ik denk het niet…

OZ: En Auke Boersma zeker ook niet?

RJG: Nja, denk ik ook niet. Auke Boersma kwam uit een roomse kring. Die hebben we opgepikt op een roomse studenten vereniging, Sint Thomas…

OZ: Ja, de Tomaten…

RJG: De Tomaten.

OZ: Maar wie was er dan nog meer? Alleen Rob Stolk en Groen van Tuin (koosnaampje van Jasper voor Roel van Duijn, red.)?

RJG: Nee, daar waren nog wel wat vrienden geweest vooral aan het begin. Maar een heleboel van die mensen hakte af zodra er werkelijk iets op straat verkondigd moest worden. Dat waren allemaal intellectuelen in de dop. Die zaten eigenlijk het liefste maar hun gelijk te repeteren in de boeken, in de paperassen. En die waren dat natuurlijk tegengekomen. Dat de leider, daar keek de anarchist op neer, op mensen die achter hun leider aan liepen. Dat was het stomste wat je kon doen. Dat was wel zooo achterlijk… begrijp je wel? dus, de leider is taboe.

OZ: Dus er werden bij voorbeeld geen opdrachten gegeven of zo, dat moest allemaal uit het zelf komen…

RJG: Ja!

OZ: Dat is toch knap?

RJG: Ja. Het is een wonder, een wonder van inspiratie. Van geesten. Geesten waren rond. Die geven de beelden door van: “Nu gaat er dit gebeuren, dit is allemaal exemplarisch, het gebeurt nu en het gebeurt nooit meer precies zoals nu.”

OZ: Denk je dat Rob Stolk die anarchistische prietpraat toepast in zijn bedrijf?

RJG: EH… Dat weet ik niet precies. Ik geloof wel dat-ie een of ‘t andere bijzondere sociale situatie heeft gecreëerd met zijn personeel. Ik geloof het wel, ja. Maar hoe precies, weet ik niet.

[wordt vervolgd]

[U kunt de complete print outs van de Serie Gesprekken met Jasper Grootveld bestellen bij oudzeikwijf@gmail.com. 8 euro+zendkosten]

2 responses

  1. Provo’s wat een godsgeschenk dat ze eindelijk afdorren, uitsterven. Of vrij vertaald uit het frans “Met de bek open kreperen”

    Tjemig de premig wat heeft deze maatschappij een stelletje geitenwollen sokken dragers nodig.

    Sterf en reincarneer als blinde geleidehond ofzo.

    (De rest van deze hersenscheet bestaat uit schuttingtaal, naar eigen inzicht in te vullen)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *