Werk werk werk

Onlangs realiseerde ik me weer eens dat er in Nederland weinig mannen van mijn leeftijd kunnen zijn die in hun leven net zo weinig betaalde arbeid hebben verricht als ik en dat het zelfs niet uitgesloten is dat ik op dit punt recordhouder ben. En dat het op de een of andere manier zonde zou zijn om niet eens uit de doeken te doen hoe dit allemaal zo gekomen en gegaan is.

Ter inleiding wil ik iets vertellen over een documentaire die ik ooit op de tv zag, waarin een aantal jonge muizen – maar het kunnen ook ratten of varkens zijn geweest, u moet zelf maar invullen wat u het beste uitkomt – een soort labyrint werden ingestuurd. Al spoedig bleken er qua gedrag twee soorten te zijn, die ik vanaf nu soort A en soort B zal noemen. Soort A stormde zeer levenslustig, enthousiast, onderzoekend en actief het doolhof in, mateloos nieuwsgierig naar wat er zich achter iedere volgende bocht zou bevinden,ook al was dit dan altijd weer zo’n beetje hetzelfde.
Voor het menselijke equivalent van deze soort kunt u denken aan de helaas [hè hè hè] te vroeg overleden krokodillenworstelaar Steve Irwin en zijn vrouw, Jan Peter Balkenende,of Kees van Kooten, die allen voortdurend manisch over de aardbol stuiteren en alles even leuk, mooi, geweldig en interessant lijken te vinden. Soort B daarentegen had er duidelijk minder zin in en betrad onwillig, en pas na van achteren geduwd te zijn, half slaperig het labyrint, aarzelend en voorzichtig de weg zoekend, soms zelfs na een halve meter al weer teruglopend alsof ze het allemaal al wel gezien hadden. Voor de menselijke tegenhanger moet u zich een combinatie van Levi Weemoedt, Oblomow en Gerard Reve voorstellen, ongeveer, types die het meer ‘van thuiszitten moeten hebben’.
U voelt nu vast al aankomen dat ik tot soort B behoor, maar dat voelt u dan verkèèrd aankomen, want soort B is in vergelijking met mij nog een wonder van activiteit en ondernemingszin. Nee, om mijzelf in dit verband te kunnen classificeren heb ik soort C moeten verzinnen, een soort die in de vrije natuur vrijwel uitsluitend in plantaardige vorm voorkomt. Waar, als het over mensen gaat, soort B een grote onwilligheid vertoont op het gebied van het verlaten der eigen woning, daar mag men in het geval van soort C gerust spreken van een vrijwel totale weigering. Sterker nog, het gaat niet te ver te beweren dat soort C de allergrootste moeite heeft buiten twee heel bepaalde ruimten bìnnen het huis te geraken, te weten de slaapkamer en het toilet. Men kan zelfs nòg verder gaan met specificeren en stellen dat soort C eigenlijk het liefst in het geheel niet uit bed wenst te komen en dit slechts doet wanneer het echt niet anders kan. Ieder weldenkend mens begrijpt natuurlijk onmiddellijk dat een dergelijk houding ten aanzien van het leven niet van de ene op de andere dag uit de lucht komt vallen, zoiets zit er meestal al van jongs af aan, dus van nature in. Zo ook bij mij. Het begon al bij mijn geboorte, want ik weigerde botweg naar buiten te komen. Wat uiteraard geen verbazing hoeft te wekken, want in een baarmoeder zit je lekker warm en beschut en over de voedselvoorziening en het verwijderen van afvalstoffen hoef je je geen zorgen te maken. Een baarmoeder is eigenlijk een huis, slaapkamer en toilet in 1. Alles binnen handbereik en totaal verzorgd.

Wordt misschien vervolgd.

4 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *