Literatoerfest

Kent u Meneer Tim nog van vroegah op Panzerfaust? Hij gaat nu door het leven als Tim de Gier, en hij doet andere dingen, maar nog steeds leuke. Zoals Literaturfest (spreek uit: literatOErfest) organiseren. Omdat ik Meneer Tim een warm hart toedraag sleep ik me daartoe op een gure maartavond naar de Keizersgracht. Zoals altijd kan ik de Rode Hoed niet vinden (ik heb dat ook met Felix Meritis, misschien omdat ik die twee door elkaar haal). Als ik binnen kom is het al begonnen. Sander Ritman staat op het podium het prachtige Luister naar je moeder voor te lezen.

Hij blijkt samen met zijn oma te bloggen. Ik als blogbaldude ben meteen geboeid. Als hij klaar is loopt een naakte man met een lendendoekje achter hem langs richting een badkuip die daar staat. Je verwacht niet minder dan dat de handdoek zal vallen en die jongen in volle glorie in het bad zal gaan liggen. Maar nee. Hij verdwijnt achter de coulissen terwijl Renske de Greef op de praatstoel plaats neemt.

Renske de Greef. Ik had tot mijn schande nog nooit van haar gehoord, tot ik rondbazuinde dat ik naar Literaturfest ging (OE he, OE), en vanuit de mannelijke aanspreekpersonen mij opgewonden kreten ten dele vielen. Blijkbaar was Renske de Greef hot.

Wel, dat is ze.

Ze is beeldschoon. En dat weet ze. Als ze dat niet deed zou zij werkelijk innemend zijn. Nu wekt ze irritatie. Ik dacht dat die ingegeven was door jaloezie mijner kant, maar later hoorde ik hetzelfde van, echt wel, mannen, die haar hadden zien optreden. Zij praat geaffecteerd, met een accent dat niet te plaatsen is – ze sist ook een beetje en zegt “laaok” ipv “leuk” , en ze aait koket haar vlecht terwijl ze iets venijnigs zegt, alsof ze haar schattigheid gebruikt als contrast hiervoor. Ze heeft wel brains, hoor, daar niet van. Ze zegt af en toe iets diepzinnigs zoals:
“Het paradijs vind ik een interessant concept, maar ieder van ons draagt zoveel hel in zich dat elk paradijs kapot zou gaan aan de mensen die erin leven.” Of haar uiteenzetting van het verschil dat haar generatiegenoten tussen de “toeristen” en de “reizigers” zien (‘“toeristen” zijn stom en “reizigers”, tja, die… “Reizen”’). Ze is geen snob. De laatste vraag die Tim aan haar vraagt is:
– Waar gaat je volgende vakantie naar toe?
– Ghana
– Ga je backpacken?
– Ja… “Reizen”…
En ze heeft humor.

Daarna is de beurt aan een man waarvan ik de naam niet versta. Op een of andere bizarre wijze staat me van zijn optreden niets bij. Alsof ik tijdelijk geteleporteerd ben in een ander universum. Na afloop vraag ik daarom verscheidene gasten of zij mij kunnen vertellen wat er gezegd is, tevergeefs. We zijn blijkbaar collectief door aliens ontvoerd en in hun vliegende schotel misbruikt voor al dan niet onderzoektechnische doeleinden.

Als ik terug op aarde beland is de quiz begonnen. We dienen onze meegebrachte toegangsprijs (een  ballon) op te blazen, en te laten knallen als we het antwoord weten. Renske de Greef heeft ondertussen met haar ballon een konijn geknoopt. Ernst Jan Pfauth leest de vragen voor, die ook op een groot scherm verschijnen, dat wil zeggen, als de techneut achter de knoppen af en toe wakker wordt uit zijn dronkemansroes. Citaten zijn het. Uit boeken. Met een ontbrekend woord dat we moeten raden. Natuurlijk uit Catcher in the Rye, dat in de loop van de avond maar liefst drie keer werd aangedragen – je bent in deze jaren tien nix als je niet af en toe The Catcher in the Rye laat vallen. Renske heeft nu een giraf gemaakt. Niemand kent de boeken, en nog minder de citaten. De winnaars zijn geen genieën zoals ik aanvankelijk dacht, maar bofkonten die het geraden hebben. Molovich en ik really sucked, dat geef ik volmondig toe. Onze ballonnen bleven dan ook opgeblazen. Aan het einde gooiden we die vanaf het balkon naar beneden. De mijne, een rode, belandde natuurlijk op het hoofd van de toeschouwer voor mij.

De zaal is vol met voornamelijk jongens die stuk voor stuk op mijn oudste zoon lijken: zelfde haar, zelfde open hemd op zelfde t-shirt, zelfde glimlach, zelfde ogen, zelfde blik. Iemand loopt voorbij als de perfecte replica van Claudio di Justo, een kunstenaar uit mijn generatie: zelfde dikke bril, zelfde haarlok schuin op het voorhoofd, zelfde kleren, zelfde blik naar dezelfde vloer kijkend. Ernst-Jan (Pfauth) draagt zwarte skinny jeans – het is sowieso skinny jeans wat de klok slaat – en een zwart colbertje waarvan hij de mouwen tot de ellebogen heeft opgestroopt. Wat mij het meeste verbaast is de overdonderende afwezigheid van Marokkanen. Ik heb zojuist vernomen dat Literaturfest van minstens drie fondsen subsidie krijgt, en ik weet uit eigen ervaring dat die niet worden gegeven als je geen Marokkaanse doelgroep hebt. Het staat zelfs in vet gedrukt op de aanvraagformulieren: “Doe u uw best om Marokkanen aan te trekken?”Iets waarop het Blogbal volmondig (en dom) antwoordde: “Neen (we hoeven dat niet te doen, ze komen vanzelf)”, waardoor onze kans op overheidsgeld naar absolute nul-waardes slonk. Wat Literaturfest op die vraag heeft geantwoord laat zich raden.

Opeens zit er een echte leukerd op het podium. Van het boek dat hij gekozen heeft ‘Moonwalking met Einstein” van Joshua Foer, en dat over de kunst van het onthouden gaat, weet hij naar eigen zeggen niets meer.
– Wat weet je nog wel?
–  De titel…
Het blijkt Aart Rooijakkers te zijn, een Brabander (misschien daardoor het goedlachse). Als ik hem na afloop wil complimenteren over zijn optreden valt hij opeens erg tegen. Achteraf begrijp ik dat hij een soort van beroemdheid is. Misschien daarom. Waarschijnlijk daarom.

De after party beleven we in café de Klepel, waar iedereen paft alsof het rookverbod nooit heeft bestaan. Meneer Tim loopt binnen. Tien minuten later is driekwart van het vrouwelijk deel van de aanwezigen om hem heen geplakt. De jongens die tot dan toe een sexy avond hadden kijken beteuterd doch kletsen ze nog braaf met hen door. Ik ontwaar zowat Alexander Klöpping himself en schudt hem de poot.

Als Molovich en ik te laat voor ons doen naar de stalen rossen lopen zegt hij: “Ik zie jou als een mens zonder rem.” Terwijl ik me nog afvraag of ik beledigd moet zijn verdwijnt hij richting West en ik richting Oost. Het was weer eens een memorabele avond in literatoerland.

21 responses

  1. Vanmiddag nog vergeefs (want niet gevonden) door het verzameld proza van Johnny van Doorn gebladerd, op zoek naar een slotpassage van een verhaal van hem. Dat gaat dan ongeveer zo, hij is in Apeldoorn (dacht ik) in de winter dus, en dan heeft hij op straat net gesproken met een agent die daarna wegfietst, en dan kom het (ongeveer dan, want ik heb die passage niet kunnen vinden): de agent fiets weg, hij steekt zijn arm uit en ik zie hem de bocht doorgaan. Lang nadat hij de bocht door is houdt hij zijn arm nog uitgestoken en ik zie hem in de sneeuw verdwijnen.
    Prachtig.
    Ik wou maar zeggen, als je de laatste zin van je stuk had weggelaten, had je niet met je bedenkingen gezeten.

  2. OZ, ik heb me, ik ons al verontschuldigd bij Peter van de Blogparel. Voor dat we niet komen, bedoel ik. Wel wens ik jou een geslaagd feestje met tevreden gasten en terechte winnaars.
    Ik zie de foto’s en het verslag vast wel op Nurks.

  3. De geest van Gert Jan Dröge ademt door de laatste zin. Een ijszakje op het voorhoofd lijkt me ook wel op z’n plaats na al die heftige belevenissen.
    Mooi verslag!

  4. Gelukkig breng ik het er goed vanaf in je stuk ;)Leuk te lezen dat je ‘luister naar je moeder’ mooi vindt. Succes met het Blogbal. Is het gek als ik vraag wat het eigenlijk is? Blogland is nog tamelijk nieuw voor mij.

  5. Hallo Sander! Het Blogbal = het Boekenbal van de bloggers, maar dan zonder de kapsones. Zelfde avond en om de hoek van het Boekenbal, namelijk in de Balie te Amsterdam Entrée 7,50 Zie http://blogbal.nl/
    Na afloop (23:00) uur gaan wij naar de after party = het (alternatieve) Bladenbal in de Sugar Factory. ZEER WELKOM! Als je komt, zoek mij op om mij de poot te schudden, oké?

    • Als ik kom schud ik je zeker de poot. Tenminste, als ik je herken zonder masker. Mijn nieuwsgierigheid is in ieder geval gewekt. Of ik kom is een tweede. Het streven om bloggers/online schrijvers onder de aandacht van een groter publiek te krijgen, kan ik sowieso alleen maar aanmoedigen.

  6. Graag wil ik nog even enige kanttekeningen plaatsen bij dit stukje. En dat met name betreffende de laatste alinea.

    Ik gun een ieder zijn of haar dichterlijke vrijheid, en het is niet mijn bedoeling de rest van dit stukje – dat volledig naar waarheid is geschreven – onderuit te halen, maar de zin ‘Ik zie jou als een mens zonder rem’ heb ik niet tegen Oud Zeikwijf gezegd op het moment dat onze wegen op het punt stonden van elkaar te scheiden. Ik zei het veel eerder op de avond. Helemaal zeker ben ik niet meer van de aanleiding. Ik vermoed het aanschieten van Aart Rooijakkers.

    Later op de avond, toen we in De Klepel zaten, kregen we weer een mooi staaltje van de mens zonder rem die Oud Zeikwijf is te zien.

    Tegenover ons zat Alexander Klöpping, bekend van De Wereld Draait Door.
    “Dat lijkt Alexander Klöpping wel”, zei Oud Zeikwijf.
    “Dat is Alexander Klöpping”, zei ik.
    “Zal ik ‘m even aanspreken”, zei Oud Zeikwijf, “dan kan ik ‘m meteen uitnodigen voor het Blogbal.”
    “Laat die jongen”, zei ik.
    Maar Oud Zeikwijf stond al naast Alexander Klöpping, die ik bij z’n eigen zag denken: “Wie is dit nu weer in Godsnaam? En waarom moet ik zo nodig met mijn kop op tv komen?” Tien seconden later zat Oud Zeikwijf weer op d’r kruk en wist Alexander Klöpping niet heel erg goed wat hem net overkomen was.

  7. Ik had gehoopt dat de Koningin daar zou zitten, want haar had ik ontzettend graag willen uitnodigen voor het Blogbal. Helaas moest ik het doen met de mindere goden.

  8. Ik kan me met de beste wil van de wereld geen culturele manifestatie herinneren waar behalve mijn echtgenote en Mei Li Vos een andere herkenbare allochtoon te zien was. Dit geldt ook voor Concertgebouw, Stadsschouwburg en Kinderboerderij.
    Wel lekker rustig, eigenlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *