De camper (4)

Onwillekeurig schieten mijn gedachten naar een reportage op tv over een lingeriewinkel waar men bij het handmatig vervaardigen van BH’s voor de grotere maten inmiddels al tot de helft van het alfabet en tot ver in het metrieke stelsel gevorderd was. Hier sta ik oog in oog met op z’n minst een Dubbel K en…
Onder tafel wekt een vinnig trapje tegen mijn enkel me uit de droom…
‘Of je koffie wil’.
‘Ja graag’.
Mevrouw Oenema verheft zich en deint naar het verweerde granieten aanrecht. Op de plek waar haar gemoed zojuist nog het tafelkleed beroerde zie ik twee verschoten plekken, precies daar waar de rode rozen in het motief zich uit een groene stengel wringen. Pure poëzie.
‘Zo, dus u komt uit de stad’.
‘Hmm’ , knikken we beiden in de maat..
‘En u wou dér eens even uit’.
In een poging mijn genante gedachtensprongen van daarnet goed te maken begin ik enthousiast aan het verhaal over de voorgenomen wereldreis en de oefensessie die daar vanaf vandaag aan vooraf zou moeten gaan. Maar met enkele non verbale signalen die alleen voor de goede verstaander zichtbaar zijn – en dat ben ik inmiddels- maakt Mevrouw P. me duidelijk dat ik weer eens veel te hard van stapel loop. Beetje afstand graag, de benodigde onderhandelingsruimte van straks mag niet nu al in teveel hartelijkheid ten onder gaan. Buiten hoor ik een startmotor gieren.. en weer afslaan..
‘Zo, dat klinkt gezond’, grap ik.
Mevouw Oenema lijkt het niet te horen en kijkt me aan met de lege blik van een vrouw die gewend is te zwijgen als de mannen spreken. Hiermee is de resterende gesprekstof totaal uitgeput en omdat ook mijn vrouw, tegen haar gewoonte in, zonder een kik te geven nauwgezet de weilanden achter het keukenraam bestudeert, luisteren we gedrieën naar het tikken van de koekoeksklok boven het fornuis. Een hartgrondige vloek dringt van buiten door; Oenema heeft het gevecht met de aandrijving van de Globetrotter 401 blijkbaar nog niet gewonnen. Voor Mevrouw Pasquali is het nu zo’n beetje genoeg geweest.
‘Zo’, zegt ze kordaat en maakt aanstalten om op te staan. ‘Ik denk dat we het hier maar bij moeten laten’.
Nu komt er ineens leven in de vleesberg, een koket lachje verschijnt op haar gezicht. We moeten nog een kopje koffie nemen en ‘Menno’, wiens handigheid spreekwoordelijk schijnt te zijn, heel even zijn gang laten gaan. Ze weet zeker dat het binnen een kwartiertje gepiept zal zijn. Dan komt de verhuurder zelf met een bezweet gezicht de keuken binnen.
‘Klaar’, hijgt Oenema triomfantelijk.
Het is duidelijk dat hij een ultieme inspanning heeft verricht om zich uit deze netelige situatie te redden.
‘Je ziet er niet uit, Menno,’ zegt zijn vrouw..
‘Kom even hier…’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *