De camper (3)

Lees ook deel 1 en 2.

Oenema kijkt me aan alsof hij zojuist de extra Postcodeloterij straatprijs heeft uitgedeeld. Ik probeer vanuit de schuuropening de aandacht van mevrouw te trekken, maar die staat nog steeds bij onze auto, startklaar om weer op huis aan te gaan en geeft geen krimp. De Globetrotter 401 staat wat verpieterd tussen de landbouwwerktuigen. Het is een exemplaar uit de tijd dat Campers nog kampeerauto’s heetten. Ik meen zelfs een blauw nummerbord te onderscheiden, ten teken van een zover gevorderde leeftijd dat zelfs de overheid van mening is dat het genoeg geweest is wat betreft het innen van de wegenbelasting. Een eerste inspectie van dichtbij geeft aan het begrip vuil een geheel nieuwe betekenis.

Oenema duwt met zijn klomp het losse hooi opzij, loopt om de wagen heen en beklopt liefkozend de carrosserie. En passant geeft hij een kip die uit het half open portier naar buiten fladddert een venijnige schop. Het beest verdwijnt krijsend in het donker van de schuur.
‘Het manneke heeft een jaartje rust gehad, maar ik rij hem zo naar buiten, even de spuit erover en hij is weer Piek en Bello voor mekaar.’
Ik onderdruk de kwaadaardige neiging om hem te corrigeren. Het lijkt me ineens niet de tijd en plaats voor een taalkundig dispuut.
‘We doen het zo, meneer Pasquali , u gaat met de vrouw naar het voorhuis koffie drinken en met een uurtje heb ik ‘m zover dat u zonder mankeren op weg kan naar.. waar gaat de reis ook weer naartoe..? Oh ja, de Aardennen, die ken ik.”
Gelukkig hoef ik niet eens zo hard aan mevrouw P. te trekken om haar mee te krijgen naar de kop van de boerderij. Koffie prima, maar ze heeft me onder vier ogen ook nog het een en ander te vertellen aangaande de voorwaarden waaronder ze bereid is onze trip voort te zetten..
‘En je laat je niet tillen door die zwendelaar.’
Ze heeft 1 blik op Oenema geworpen, voor haar over het algemeen genoeg om in de diepste krochten van haar slachtoffer af te kunnen dalen.
‘Er gaat minstens de helft van de prijs af en dat regel jij !
In de keuken van de familie Oenema ruikt het naar spruiten van lang geleden. Mevrouw Oenema is omvangrijk, nee toe maar, ze is gigantisch en zit aan de keukentafel als een levende mastodont uit oeroude tijden toen het ijs het Friese land ook in de zomer nog bedekte. Haar borsten rusten op het plastic tafelkleed als twee veteranen op een bankje voor café de Wereld.
‘Koffie?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *