De Cock en de dood van een acteur

De Cock met C-O-C-K stapte de woning aan de rand van Amsterdam-Zuid binnen. Op de voet gevolgd door Vledder. De Cock voelde zich de laatste tijd weer wat beter. Na het heengaan van zijn schepper was hij in een identiteitscrisis beland die hij probeerde te vergeten met heel veel bezoekjes aan Rooie Mies en Dikke Nina. Na elke kleine dood verdween hij echter weer in het inktzwarte gat van zijn existentiële twijfel.

Maar een paar weken geleden, terwijl hij een kalfsvleeskroket uit de muur van de FEBO op de Ferdinand Bol trok, zag hij in zijn ooghoeken een breed glimlachende Arie Boomsma langs fietsen en wist hij ineens weer dat deze sombere gemoedstoestand bij hem hoorde als een oude, maar warme jas. Hij begon weer aandacht te besteden aan zijn werk, loste wat eenvoudige kruiswoordraadsels op en bovenal: hij begon als een bezetene te vissen. Vissend kwamen zijn malende gedachtes tot rust.

Het ging de goede kant op. Tot vanochtend. Hij werd wakker met een drukkend gevoel in zijn maag. En dat gevoel werd alleen maar sterker nu hij over de drempel van deze woning aan de rand van Amsterdam Zuid stapte. Het was alsof hij hier eerder was geweest. Alsof hij hierover gedroomd had. Alsof hij hier in een vorig leven had gewoond. Dit huis had hij duizenden keren betreden. Hij kende elke tegel, het kleed in de zithoek, de foto’s aan de muur, het kastje in de gang, zelfs de pennen in het bakje naast de telefoon. Hij vond hier blind zijn weg. En toch kon hij het zich niet echt herinneren hier eerder te hebben gelopen.
“Breng me even op de hoogte”, zei De Cock tegen Vledder.
“Acteur”, zei Vledder, “lijkt een natuurlijke dood gestorven. In het ziekenhuis. Longontsteking. Maar! Had een hoop vijanden. Aart Staartjes, Frits Lambrechts. Rijk de Gooijer.”
“Was die niet dood?”
“Wie?”
“Rijk de Gooijer.”
“Dat zeggen ze.”
“Dat zeggen ze?”
“Dat zei ik.”
“Wat zei je?”
“Dat zeggen ze.”
“Wat zeggen ze?”
“Dat Rijk de Gooijer dood is.”
“Juist.”
De Cock gooide zijn hoed over een kapstok en stond voor een ingelijste zwart-witfoto waarop een keurig gekapte veertiger in een horizontaal bestreepte spencer zijn wenkbrauwen optrok voor iets wat zich rechts van hem afspeelde. “Hm”, zei De Cock.
“Hoe heette de acteur?”, vroeg De Cock.
Piet Römer”, zei Vledder.
“Piet Römer. Juist. Die naam zegt me wel iets.” De Cock pakte het aantekeningenboekje van Vledder uit diens handen.
“Hij was vrij groot”, zei Vledder.
“Hm, 1.76 meter. Ik zou dat gemiddeld noemen. Zelfs aan de kleine kant.”
“Nou. Hij was anders behoorlijk bekend. Stiefbeen & Zoon, Schaep met de 5 Pooten, de Hoofdpiet, Shakespeare, Baantjer, Pinter. Heeft drie Televizierringen gewonnen.”
“Baantjer”, zei De Cock.
“Nee, Piet Römer.”
“Juist.” De Cock liep nog een rondje langs de vele foto’s aan de muur, pakte zijn hoed en stapte onder het politielint door, het huis uit.
“Hing dat politielint hier ook al toen we binnenkwamen?”, vroeg De Cock.

Aan de Amstel, 11.15 uur
In plaats van meteen naar het politiebureau aan de Warmoestraat te gaan, besloot De Cock even een hengeltje uit te gooien in de Amstel, in de hoop weer tot zichzelf te komen. Binnen twee uur ving hij drie stekelbaarsjes, een snoek, twee voorntjes, een verdwaalde goudkarper en veertien palingen. In die twee uur dacht hij aan niets, behalve aan vissen. Zijn geest raakte langzaam leeg. De Cock voelde zich zoals hij zich heel lang geleden wel eens voelde. Toen hij nog een kind was en ’s avonds in bed lag en het gevoel had dat de wereld kantelde.

Bureau Warmoestraat, 14.14 uur
Toen De Cock met C-O-C-K het kantoor van Buitendam betrad, zat de kalende hoofdcommissaris aan een dildo te ruiken.
“De Cock”, zei Buitendam nors. Hij snoof. “Vind je het normaal om ruim drie uur nadat je de crime scene hebt bezocht, hier binnen te wandelen met een Albert Heijn-tas vol met, vol met… wat zit er in Godsnaam in die Albert Heijn-tas.”
“Vis”, zei de Cock.
“Vis”, zei Buitendam. “Nogmaals, vind je dat normaal?”
“Ik vind niks meer normaal, ik vind alles normaal”, zei De Cock met C-O-C-K.
“Wat is dat nu weer voor antwoord? De Cock, d’r uit!”
De Cock stond langzaam op, pakte een paling uit zin Albert Heijn-tas en gooide deze in het oog van Buitendam, die gillend worstelend met de dode paling ter aarde stortte.

Café Loewietje, 14.59 uur
De Cock dronk een oude klare, Vledder slurpte het laatste beetje cola uit een flesje cola van het merk Coca Cola. De televisie stond aan. Het nieuws begon. De jongeman van het journaal vertelde dat de acteur Piet Römer op 83-jarige leeftijd was overleden. “Piet Römer werd bekend met Stiefbeen & Zoon. Verder speelde hij in Het Schaep met de 5 Pooten en was hij jarenlang de Hoofdpiet. Maar bij het grote publiek staat hij natuurlijk vooral bekend als De Cock.” De journaallezer liet een dramatische stilte van een ruime seconde vallen. “Met C-O-C-K.”
De Cock pakte een paling uit zijn Albert Heijn-tas en begon er mee te zwaaien. Eerst rustig. Verveeld bijna. Een glas viel van de bar. Vledder kreeg een klets tegen zijn wang. Langzaam aan begon De Cock wat wilder om zich heen te slaan. De gestapelde bierglazen gingen eraan, met luid gerinkel. Een dove bejaarde die rustig aan het biljarten was kreeg de paling tegen zijn achterhoofd. Lowietje probeerde de paling af te pakken. Toen dat lukte, haalde De Cock een nieuwe paling uit zijn tas. De Cock pakte de paling met twee handen beet en begon als een kogelsingeraar door het café te zwieren. Klanten vluchtten de tent uit. De Cock sloeg de slingers van het plafond die daar hingen om tegen Marokkanen te kunnen zeggen dat er een besloten feestje gaande was. De flessen sterke drank sneuvelden. De Cock versleet de ene na de andere paling totdat de palingen op waren en het hele café overhoop lag. Daarna pakte hij de snoek en liep naar buiten om argeloze voorbijgangers voor hun kop te meppen.

Bureau Warmoestraat 19.45 uur
De Cock met C-O-C-K zat in een hoekje van de cel. Hij leunde met zijn ellebogen op zijn knieën. Hij had zin in een glas melk. Hij stond op om een glas melk te vragen, maar bleef staan voor de kleine spiegel boven de wasbak.
“Mijn naam is De Cock met C-O-C-K. Wij zijn op zoek naar de moordenaar van Piet Römer”, zei De Cock tegen zijn spiegelbeeld.
Het spiegelbeeld van De Cock zweeg.
“Wat is uw relatie tot Piet Römer?”
“Hm”, zei het spiegelbeeld van De Cock.
“Waar was u vannacht tussen twaalf en zes?”
Het spiegelbeeld van De Cock zweeg.
“Juist. Dus u hebt geen alibi”, zei De Cock.
“U denkt toch niet dat ik..?”, zei het spiegelbeeld van De Cock.
“Wij denken niet, wij vragen. Kon u goed opschieten met Römer?”
Het spiegelbeeld van De Cock perste zijn lippen samen.
“Waar was u vannacht tussen twaalf en zes?”
“Ik weet niet waar u het over hebt.”
“Dat weet u heel goed. Had u een conflict met hem.”
“Ik weet het niet”, zei het spiegelbeeld van De Cock.
“Graaft u nog eens diep in uw geheugen, over die meneer Römer. Ik heb het gevoel dat u iets verzwijgt. Had u een conflict met meneer Römer?”
“Ik… ik vrees van wel.”
“Juist. Vertelt u eens wat meer.”
“Hij haatte mij.”

4 responses

  1. Geweldig geslaagde en gelaagde crimi! Veel beter ook dan die aflevering van Derrick die ik ooit schreef (maar die is geloof ik nooit op Nurks verschenen). Ik lees op dit moment trouwens de saaiste crimi ooit verschenen. Daar ga ik ook nog iets mee doen voor Nurks. Weet alleen nog niet wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *