Believing the lie

Kenmerkend voor gokverslaafden is dat ze altijd denken de volgende keer echt de jackpot te winnen. Het moet toch een keer beter gaan, na zo veel verlies. Nog een keer inzetten en dan cashen. Zo denken ook de fans van Elizabeth George. We proberen het nog één keer. We kopen toch weer dat laatste boek. Ooit was de Lynley serie zo leuk, zo’n 15 jaar geleden. Het moet toch weer net zo leuk kunnen worden.

Als rechtgeaarde junk kocht ik vorige week dus het nieuwste boek van Elizabeth George: Believing the lie. Scotland Yard Inspector Thomas Lynley wordt door de hoogste chef op een geheime missie naar Cumbria gestuurd. Lynley is van adel en mag daarom onderzoek doen naar een verdacht sterfgeval op het landgoed van een adellijke familie. Dat is serieus de enige reden waarom hìj gestuurd wordt. Collega Barbara Havers (type volks met hart van goud) blijft in London om hem in het geheim -want officieel op vakantie- op afstand bij te staan. Het hele zaakje is top secret.

Zo top secret zelfs, dat Elizabeth George eigenlijk ook niet op de hoogte schijnt te zijn van wat er precies op het landgoed gebeurd is en welke personen er wel of niet betrokken waren bij het sterfgeval. Was het überhaupt een verdacht sterfgeval? Elizabeth heeft werkelijk geen flauw idee. Al schrijvend zoekt ze naar een verhaal, 566 pagina’s lang. Ze is, naar ik vermoed, te zeer afgeleid door de opdracht van haar uitgever: “Liz, je publiek wordt ouder. We moeten een jonger publiek aanboren. You gotta sex it up!” En dus springt de sophisticated Lynley, geheel tegen zijn karakter in, nu 3 keer per week bij een alocholverslaafde superior in bed voor wat steamy seks. Tenminste, zo zal Liz het zeker bedoeld hebben. Echt steamy wordt het niet. Werd het dat maar, dan was het nog iets.

Omdat Elizabeth George de wendingen in haar eigen boek niet meer lijkt te kunnen volgen, is er geen sprake van een plot. Diverse verhaallijnen lopen alle kanten uit, net zoals het bizar grote aantal karakters. Geen karakter is uitgewerkt, allemaal zijn ze even vlak. Aan het einde van het verhaal blijkt dat driekwart van hen dan ook slechts vulling was, en totaal niks te zoeken had in dit boek. Het andere kwart: de overspelige echtgenoot, de homo, de pedofiel, het misbruikte kind en de transgender persoon, hebben iets met de dood van iemand te maken. Dat maak ik tenminste op uit het feit dat ze allemaal tot het laatst in het boek figureren. Maar wat? Ik zou het niet kunnen zeggen. En wie de dode nou exact was, blijft ook in nevelen gehuld.

Toch heeft Elizabeth George weer een prestatie van formaat neergezet. Believing the Lie is het 18de boek in de reeks “Inspector Lynley mysteries”. En net als bij de laatste 10 delen trappen er weer miljoenen lezers in. Zij geloven de marketing leugen van de uitgever, dat Elizabeth George dit keer weer een echt ouderwets spannend Lynley Mysterie geschreven heeft.

6 responses

  1. Karel van het Reve zei, in 1977 of ’78 al: literatuur is alles wat er geschreven is. Punt. Dan heb je natuurlijk literatuur die je slecht en andere literatuur die je goed vindt. Een slechte auto blijf je toch ook rekenen tot de auto’s? Max heeft dus het goede kopje gebruikt, al wist hij dit misschien nog niet.

    • Ow ja, kunnen we dan ook meteen de high/low culture discussie voeren. Is al weer zeker een jaar geleden dat ik daar nog eens iemand over hoorde, en dit sluit daar natuurlijk naadloos bij aan. Overigens, het feit alleen al dat ik ooit een Elizabeth George las, was voldoende voor hoongelach onder een aantal van mijn Twitter volgers. Nu, dankzij Ben, kan ik dus met een gerust hart stellen dat het gewoon literatuur is.

  2. Vrouwke, je moet je gewoon geen barst aantrekken van wat een ander zegt. Ken je Margaret George? Ik ken maar één boek van haar en dat is een geweldig goed boek (vind ikzelf): ‘The Autobiography of Henry VIII (with notes by his fool Will Somers)’. Het is vertaald in ongeveer 1985, maar ik weet zo een twee drie niet bij welke uitgeverij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *