Lieveheersbeestjes

Er hangt een ongemakkelijke sfeer in de wachtkamer, niemand zegt iets, iedereen staart een beetje voor zich uit. De een naar een al dan niet denkbeeldig vlekje op de vloer, een ander naar het tijdschrift dat hij schijnbaar achteloos heeft opengeslagen maar overduidelijk niet leest. Het is niet heel druk, misschien zeven man in totaal, maar de wachtruimte voelt vol. Te vol. Bettine voelt zich er ongemakkelijk bij. Ze voelde zich ongemakkelijk toen ze vanochtend de deur uit stapte, in de bus hier naartoe, bij het open duwen van de zware deur, bij het bestijgen van de drie trappen omdat de lift volgens het briefje buiten gebruik was en bij het aanmelden bij de receptioniste die ongeïnteresseerd in haar koffie roerde. Maar dat alles was niks vergeleken bij het gevoel dat ze had nu ze hier op een van de vaalrode stoelen plaats moest nemen.

Ze gaat zitten op de buitenste van de stoelen die in een L-vorm rondom een IKEA-salontafeltje zijn geplaatst. Naast haar een hevig transpirerende man met een kaal voorhoofd die zenuwachtig met zijn benen zit te wiebelen. Bettine leunt zo ver mogelijk de andere kant op, maar toch ruikt ze hem. Volgende keer maar weer gewoon bellen, denkt ze. Het tafeltje is net te ver weg om voorover te leunen en een tijdschrift te pakken en ze wil niet opstaan. Om toch bezig te blijven, of lijken, bestudeert ze het prikbord rechts van haar. “U MAG ZELF KOFFIE OF THEE PAKKEN”, schreeuwt een papiertje haar in hoofdletters toe. Bettine kijkt even om zich heen, geen koffie of thee te bekennen. Er hangen nog meer blaadjes, maar de letters zijn te klein om vanaf haar plek te kunnen lezen. De blaadjes zijn in het bord geprikt met punaises in de vorm van lieveheersbeestjes. Sinds Bettine eens een lieveheersbeestje over haar hand liet lopen en deze daar een klein geel keuteltje achterliet vindt ze het maar vieze beesten.

Om de zoveel minuten wordt er iemand opgeroepen, niemand kijkt opgelucht, er is geen glimlach te bekennen. Als Bettine veertien minuten binnen is, ze houdt bij gebrek aan alternatief leesvoer de klok strak in de gaten, wordt het de zwetende man teveel. Hij slaakt binnensmonds een kreetje, staat op, veegt z’n handen nog een keer af aan z’n broek en beent dan vol overtuiging de wachtkamer uit, de trap af, naar buiten. De enige andere overgebleven wachtende en Bettine kijken hem na. En elkaar vervolgens kort en emotieloos aan. Bettine probeert een glimlach, het lukt niet. Nu begint ze zelf te zweten, ze voelt het natter worden onder haar oksels. Ze ritst haar jas wat verder open, ze merkt dat haar eigen benen nu zenuwachtig heen en weer wiebelen. Ze legt haar klamme handen op haar knieën en probeert deze stil te houden.

Net wanneer er een nieuw iemand de wachtkamer binnen schuifelt, is het de beurt aan Bettine. De man die haar ontvangt stelt zich voor als Frans en geeft een slap handje. Hij draagt een rode ribbroek en schoenen die Bettine doen denken aan meneer Huberts, haar leraar Duits van vroeger. Zenuwachtig stapt ze zijn deur door die hij achter haar dicht doet. Dan mag ze opnieuw plaatsnemen in een zelfde vaalrode stoel als in de wachtruimte. Frans gaat tegenover haar zitten, aan de andere kant van het bureau, toetst wat in op het toetsenbord en schuift de muis een paar keer heen en weer. Dan pakt hij een pen en een collegeblok, slaat een pagina om en kijkt Bettine vriendelijk aan. Ze kijkt even terug, maar richt haar blik snel weer op haar benen. Werd er nu van haar verwacht dat zij eerst zou spreken? Moest ze direct op tafel gooien dat ze er over dacht uit het leven te stappen? Ze blijft stil en denkt aan de lieveheersbeestjes. ‘Zo. Zegt u het eens’, begint Frans uiteindelijk. Een koud, dun straaltje loopt vanaf Bettines oksel langs haar zij.

Meer moois van Sa’id leest u op ietsmetwoorden.nl.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *