De kleine Horst [1]

De kleine Horst verkeert in hevige tweestrijd: moet hij de komende oudejaarsavond nu wel of niet zelf vuurwerk afsteken? Hij kan zich tenslotte ook beperken tot louter toekijken, dat is zonder risico en kost niets. Hij heeft schrik van vuurwerk, de waarschuwingsfilmpjes van de overheid op de tv over kinderen met afgerukte vingertjes zijn wel aan hem besteed, hoewel de jongens in de buurt er hard om moeten lachen. Stommelingen. De kleine Horst vreest niet zo zeer voor z’n vingers als wel voor zijn ogen. Want hoe kwetsbaar zijn die wel niet, hoe makkelijk raken die wel niet beschadigd! Hij werd al beroerd als hij er alleen maar aan dacht. Vorig jaar hadden zijn ouders na lang zeuren een bril met gewoon vensterglas voor hem gekocht. Het dragen ervan bood geen volledige garantie tegen blindheid veroorzaakt door ontploffend vuurwerk, maar de kans daarop werd toch aanzienlijk gereduceerd. Toch was het dragen van de bril geen succes geweest. Hij had een buurjongen er over ingelicht en deze had het aan iedereen doorverteld. Toen de klok op oudejaarsavond 12 uur had geslagen en hij zich met  plastic tasje en brandende filtersigaret [veiliger dan een aansteker!]  buiten de deur had gewaagd, was hij van alle kanten bekogeld met aangestoken vuurwerk en had zich omhuld door dichte kruitdampen terug moeten trekken in de beschutting van de ouderlijke woning. Een herhaling van deze onverkwikkelijke gebeurtenis wilde hij dit jaar liever voorkomen, maar hoe moest hij dat aanpakken? In ieder geval kon er geen sprake van zijn dat hij zich zónder bril buiten de deur zou wagen, want dat was gekkenwerk. Hij had een neefje dat zich bezig hield met op afstand bestuurbare auto’s en helikopters, misschien zou die ook wel in staat zijn iets te bedenken waarmee je vuurwerk buiten tot ontbranding kon brengen terwijl je zelf veilig binnen zat. Maar zeker wist hij dat niet. Bovendien woonde het neefje een heel eind weg en was er te weinig tijd, oudejaarsavond was al over 2 dagen. Volgend jaar, ja, dat zou misschien wel kunnen, maar daar had hij nú niets aan. Wat dan te doen? Een hele, hele lange lont misschien, die je binnen kon aansteken? Dat zou misschien iets zijn, maar hoe kwam je daar aan? Wacht, er waren hele kleine rotjes die met elkaar verbonden waren door een lange lont. Als ze afgingen klonk het als een mitrailleur: rettekkettettet!  Het zou een heel karwei zijn om de lont van de rotjes te scheiden, maar het zou kunnen werken. Jammer genoeg zat je daarna met honderden minirotjes die allemaal voorzien waren van een eigen lontje dat aangestoken moest worden. Korte lontjes waren dat. Verontrustend korte lontjes… Nee, daar had hij weinig trek in. Maar de rotjes weggooien kon ook niet, want dan zouden z’n ouders vragen waar ze waren gebleven en gaan klagen over het zuurverdiende geld dat er aan was besteed. Op dat moment wordt hij in z’n overpeinzingen gestoord door z’n moeder die hem roept voor het avondeten.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *