Café de Vermiste Kat (2)

Wim is natuurkundige. Hij werkt op de postkamer van de ABN Amro als postsorteerder. Een bewuste keuze. Door werk te doen waarbij hij niet hoeft na te denken, kan hij beter nadenken over wat er toe doet. Wet van de communicerende vaten, geloof ik. Of die van Archimedes. Hij is bezig met het omverwerpen van Einsteins relativiteitstheorie. Heeft ie wel eens uitgelegd, maar ik begreep er weinig van. Het had iets te maken met de paradox van Zeno. Dat je een afstand en een snelheid altijd wel met behulp van logica kunt relativeren, maar dat dit niet betekent dat het waar is.

“Dag Max”, zegt Wim. “Al groots en meeslepend aan het leven?” Had ik ‘m ooit verteld, dat ik dat wilde, groots en meeslepend leven, maar dat dit er nooit in had gezeten. Ik ben niet de persoon om groots en meeslepend te leven. Ik ben meer van het kleinburgerlijke en voortkabbelende bestaan. Zo nu en dan opgevrolijkt met wat bier.

“Nee”, zeg ik, “nog steeds niet. Jij?”

“Nou. Ik zag gisteren een groep skinheads waarvan er een een bomberjack aan had waarop het cijfer 88 was geborduurd. En ik neem aan dat je weet dat het cijfer 88 in sommige kringen staat voor de letters HH die dan weer voor Heil Hitler zouden staan.”

“Nee, dat wist ik niet.”

“Dan weet je het nu. En ik zag dat, en ik werd ineens nieuwsgierig naar de vraag waarom die mensen het nu zo belangrijk vinden om dat op die manier uit te dragen. Voor wie is het bedoelt, bedoel ik. Voor hun medeskinheads? Dat die 88 zien staan en het als een soort geheime groet beschouwen.”
“Zou kunnen.”
“Of doen ze het om bijvoorbeeld het gezag te provoceren. Dat ze weten dat het Heil Hitler betekent, maar dat ze niks mogen doen, omdat het cijfer 88 op zich een onschuldig cijfer is.”

“Zou ook kunnen.”

“Of doen ze het om mensen die het wel weten te provoceren? Mensen die weten dat 88 in bepaalde kringen voor Heil Hitler staat, bedoel ik, maar die het neonazisme verafschuwen.?”

“Zou ook kunnen.”

“Of vinden ze het gewoon leuk om met iets fouts rond te lopen zonder dat iemand weet dat het fout is.”

“Zou ook kunnen.”

“Zou allemaal kunnen. Maar ik wilde het wel eens zeker weten. Dus ik denk, ik ga het even vragen. Na een halve zin zeiden ze al dat ze m’n bril in m’n oogkassen zouden rammen als ik niet snel weg ging.”

“Wat heb je gedaan?”

“Ik ben maar weggegaan.”

“Verstandig. Hoe staat het met de weerlegging van Einstein?”

“Moeizaam. Het is moeilijker dan ik dacht.” Het geluid klinkt van een wc die doorgetrokken wordt.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *