Van vader tot dochter

L! Eindelijk ben je er. Woensdagmiddag 26 oktober om 14.56 uur kwam je ter wereld in het bevalcentrum van het Lucas Andreas Ziekenhuis te Amsterdam. Vijf dagen later is de zevenmiljardste aardbewoner geboren. Helemaal zeker weten ze het niet. Het is moeilijker dan je denkt, alle mensen op aarde tellen. Misschien was jij het wel, die zevenmiljardste bewoner. Misschien wordt ie pas over een jaar geboren. Ik geloof dat ze maandag hebben uitgekozen om van het gezeur af te zijn.

Toen ik nog op de lagere school zat, leerde ik dat er drie miljard mensen op aarde leefden. Waarvan één miljard Chinezen. In de jaren ’80 was dat. Nu hadden wij in de kleine gemeente waar ik opgroeide waarschijnlijk niet de allernieuwste boeken, maar feit is dat er een boel mensen bijgekomen zijn sinds de dag dat ik werd geboren. Ooit las ik ergens (in Extreem Luid & Ongelooflijk Dichtbij van Jonathan Safran Foer, om precies te zijn) dat er vandaag de dag meer mensen op aarde rondlopen dan dat er ooit hebben geleefd. De laatste honderd jaar zijn er dus meer mensen geboren dan er in de hele geschiedenis van de mensheid gestorven zijn. Mijn zeer slechte gevoel voor aantallen belet dat ik een dergelijke mededeling ten volle begrijp. Het maakt ook niet zo veel uit. Je hoeft ook niet alles te begrijpen.

Zeven miljard mensen. Dat onvoorstelbare getal is voor veel mensen aanleiding om het somber in te zien. Niet zo gek. Zo goed gaat het niet met de wereld. Maar zoals ik al aan je broer heb verteld: hoed je voor onheilsprofeten. Iedereen kan de ondergang van de wereld aankondigen. Dat gebeurt dan ook al eeuwen. Maar zo makkelijk vergaat de wereld niet. Bovendien ben jij er nu! Dat biedt hoop. Niet dat ik je wil belasten met het redden van de wereld. Maar alle beetjes helpen.

Je ligt in je mandje, dat hier vlak voor me staat. Je bent een beetje aan het pruttelen. We hebben je ingebakerd, zodat je er nu uitziet als een klein slapend vleermuisje. Met een speentje in. Je slaapt veel. Veel meer dan je broer toen hij net zo oud was als jij. Je kijkt vrij serieus als je slaapt. Serieus maar vredig. Als je wakker bent, dan kijk je de wereld in met een blik die zweeft tussen verbazing, berusting en scepsis. Je vindt het allemaal wat minder vanzelfsprekend dan je broer. Die keek al vrij snel alsof het allemaal volstrekt normaal was dat hij hier was. Jij lijkt je iets vaker af te vragen: hoe ben ik hier nu weer terechtgekomen?

Mocht jij ooit kinderen willen, dan hoop ik dat de Nederlandse geboorte-industrie wat minder strak in de leer is. Vroedvrouwen, lactatiedeskundigen, kraamzorgers, ze willen je graag doen geloven dat de natuur het allemaal zo mooi geregeld heeft. Maar de natuur heeft het helemaal niet mooi geregeld. Terwijl je moeder gek werd van aanhoudende weeënstormen, kreeg ze van de vroedvrouw te horen dat ze ‘in de pijn moest gaan zitten’. (Vorige keer moest ze ‘door de pijn heen persen‘, nu moest ze erin gaan zitten.) Ze moest het niet proberen tegen te houden. Want dat was nou het mooie van de natuur: de pijn zorgde ervoor dat er stofje werd aangemaakt dat de weeën versterkte (en dus eigenlijk voor meer pijn zorgde). En al de weeënpijn die steeds heviger werd, bereidde je voor op de ultieme pijn van de persweeën. Hoe meer je toegaf aan de pijn, hoe beter. Het is maar wat je een mooi systeem noemt.

Vanaf vijf uur in de ochtend kondigde de eerste wee je komst aan. Om 14.00 uur dachten wij dat je nog wel een paar uur op je zou laten wachten. Maar zo’n vijftig minuten later begon je ineens haast te krijgen. Ik nam plaats naast je moeder, zodat ze zo goed mogelijk mijn hand kon fijn knijpen. Zij schreeuwde het uit, ik stamelde dat ze het geweldig deed, en vijf minuten later lag jij op haar borstkas. Glibberig en glad en bont en blauw en beurs en onmiskenbaar een volwaardig individu. Tegelijkertijd onvoorstelbaar dat je er bent en dat je er ooit niet bent geweest.

Je bent op een vrij ingewikkelde wereld gezet in een vrij ingewikkelde tijd. De mensen zijn verdeeld en velen raken steeds verder van elkaar verwijderd, omdat ze hun hakken steeds dieper in het zand van hun eigen gelijk zetten. Maar gelukkig ben jij er. En is je broer er. En zijn er andere mensen die de verdeeldheid doen vergeten en die een tegenwicht bieden aan alle ellende. Eigenlijk stikt het in de wereld van de lieve mensen die het allemaal goed bedoelen en die hun best doen anderen zo min mogelijk tot last te zijn. Zelfs mensen die veel ellende veroorzaken, bedoelen het vaak goed. Of doen het omdat ze niet anders kunnen, omdat ze meegesleurd worden door krachten die groter zijn dan henzelf. Mensen willen vaak wel, maar kunnen niet. Of doen het wel, maar worden niet begrepen. Het menselijk tekort staat voor niets. Als je dat ziet, is het leven een bijzonder aardige aangelegenheid.

L. Onwaarschijnlijk lief meisje van me. De dag van je geboorte begon grauw en grijs, maar toen ik een uurtje na het begin van je leven naar buiten keek, zag ik een strakblauwe hemel en scheen de zon. En terecht.

13 responses

  1. Mooie tekst, mooie kindje ook. Te mooi voor deze lelijke wereld denk je dan op een grauwe grijze dag als vandaag. O wacht, ik trek even het gordijn opzij om te kijken of de zon er al door komt. Kan niet lang meer duren nu.

  2. Nogmaals gefeliciteerd, Max. Met wederom een prachtig stukje natuurlijk. Maar ook met L en met je vrouw, die toch maar willens en wetens in die pijn is gaan zitten. Vroeger zei dokter Bremmers, te Limmen: ‘En nou even doorbijten, kind!’ Dat was nog in de tijd van de thuisbevallingen, moeder lag in de voorkamer, de rest van het gezin, inclusief de verlegen vader, zat in de achterkamer. Dokter Bremmers herhaalde op luide toon: ‘Én doorbijten, kind!’

  3. Als je dochter nou onrustig slaapt van deze ingewikkelde tijden, kan ik je de Puckababy aanraden.. een soort bakerslaapzakje is dat… bijkomend voordeel is dat je zelf ook wat meer rust krijgt

  4. Ja, mooi hoor, Molovich. Maar je voldoet nu helemaal aan het stereotype uit de reclames – papa, mama, de twee kindjes en de hond – dus leg er nu maar een knoop in. Je hebt toch wel een hond?

  5. L. contralfalbetisch na M. waar N. meer voor de hand lag.
    Bevallige dochter, voorbestemd voor onmisbare bijdracht aan de instandhouding der mensheid.

    “Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *