Moderne problemen: Het gruwelijke misverstand van Gerard Freriks

gru·we·lijk bn, bw 1 afgrijselijk: een ~e misdaad 2 geweldig: het is ~ koud 3 fantastisch: wat een ~ feest!

Dat taal een dynamisch fenomeen is, voortdurend aan verandering onderhevig, dat wist Gerard Freriks (familie van? “Helaas wel ja”), geschiedenisleraar op een VMBO in Alkmaar. Dat wist hij en dat accepteerde hij. Zo had hij meegemaakt dat het woord “vet” niet enkel meer werd gebezigd om bijvoorbeeld duidelijk te maken dat iemand te veel patat in z’n leven had gegeten.

Met een dergelijke flexibiliteit van de taal heeft Freriks vrede. Hij heeft er eveneens vrede mee dat hij het lang niet altijd kan bijbenen. “Als leraar strompel ik er een beetje achteraan. Je moet niet proberen ze bij te houden, maar je moet wel kunnen volgen.” Echter, vanuit zijn eenvoudige woonst in Alkmaar-Zuid wenst Gerard ook een waarschuwing te geven: “Als woorden een nieuwe betekenis krijgen die min of meer tegenovergesteld is aan de oude, dan dient zulks de kop ingedrukt.”

Een poging van Freriks om een dergelijke ‘woordenwenteling’ inderdaad de kop in te drukken, eindigde voor de geschiedenisleraar jammerlijk in een schorsing voor onbepaalde tijd. Een klein jaar geleden behandelde Freriks in de vierde klas de Tweede Wereldoorlog. “Uiteraard kom je dan ook over de Holocaust te spreken. Ik vertelde over Auschwitz en hoe gruwelijk het allemaal was. Ik kon er niet al te diep op ingaan, want dat staat het aantal uren dat ik tot mijn beschikking heb niet toe. Maar ik meende de essentie op z’n minst duidelijk te hebben gemaakt.”

“Wie schetste mijn verbazing toen ik de proefwerken nakeek? Maar liefst vier leerlingen hadden op de vraag in een paar zinnen te vertellen wat de Holocaust inhield, geantwoord dat het een waanzinnig feest was geweest waaraan miljoenen mensen uit heel Europa hadden deelgenomen. Wat is dit voor zieke grap, dacht ik. Dus de eerstvolgende keer dat ik ze les gaf, ben ik naar ze toe gegaan om ze eens goed de waarheid te vertellen. Of ze wel beseften hoe kwalijk hun antwoord was. Begrijp je wel hoe gruwelijk de Holocaust was? Ze keken me vol ongeloof aan, toen een van hen zijn mond open deed. Gruwelijker dan Sensation White, vroeg ie. Nou, die heb ik een hengst met Sprekend Verleden deel 4 gegeven.”

Nog diezelfde dag is Freriks voor onbepaalde tijd uit zijn functie ontheven. “Toen ik onlangs op een familiefeest de toedracht van mijn schorsing vertelde, werd ik keihard uitgelachen door die nieuwslezende neef van mij. Dat ik dat niet wist! Dat ik wat niet wist, vroeg ik. Dat het woord gruwelijk bij de jeugd van tegenwoordig een positieve betekenis heeft. Hij begon nog harder te lachen. Hij kwam niet meer bij. Met z’n kale kop. Nou, toen heb ik hem ook maar een hengst met Sprekend Verleden deel 4 verkocht. Dat draag ik altijd bij me. Je weet immers nooit.”

5 responses

  1. Ik kan als kortstondig geschiedenisleraar beamen dat je zelfs voor de belangrijkste onderwerpen eerder in minuten dan in uren moet denken. Om te beginnen bleek geschiedenis ten opzichte van mijn jeugd van drie uur à 50 minuten tot twee uur à 45 minuten per week te zijn teruggebracht. Dan kwamen de kinderen standaard met jassen aan de klas binnen. Voordat die helemaal uit waren en ze bovendien hun ciabatta’s en sushi op hadden of althans in de prullenbak hadden gegooid, was je een minuut of zeven de les in. En natuurlijk mocht je van het studiehuis nauwelijks ‘frontaal lesgeven’, waardoor van de overgebleven 38 minuten een kleine dertig als verloren moesten worden beschouwd. Tenslotte waren er aan de lopende band snuffelstages en badmintondagen. Al met al mocht je blij zijn als je de kids echt iets mocht leren, waarbij aangetekend moet worden dat het nog lang niet makkelijk was, met de methodes die we hanteerden, om iets nieuws te vertellen, want veel onderwerpen worden bewust cyclisch behandeld. Dus wordt alles wat je vertelt onmiddellijk door die hersenen ingepast in wat ze al denken te weten.

    Misschien had ik moeten zeggen dat de bewakers van Auschwitz nog wreder waren dan de doorbitches van Sensation White. En dan gewoon afwachten.

  2. Dit is toch literair, daar hoef je toch niet van in verwarring te raken? Natuurlijk gebruik ik dat woord nooit serieus, noch als het over mijn eigen kinderen gaat, noch als het over die van anderen gaat. Áls ik iemand zou vragen hoe het met de kids gaat, zou dat ironisch zijn. Ik zou het dan met een bepaalde nadruk uitspreken. Zo is het ook met dit stukje, die nadruk is dan niet hoorbaar, maar ik hoop toch dat de hele toon wel iets weggeeft. Daarbij gaat het over een bepaald soort kinderen.

    Bij het schrijven dacht ik trouwens wel ‘En nu eens zien of Molovich het ziet’, dat leek me ook wel leuk. Je maakt het me wel makkelijk door zomaar weg te geven dat je het inderdaad zag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *