Lek

En weer was die ene punaise voor mij. Hij lag met zijn vileine puntje naar boven onder het aanplak/prikbord bij de receptie. En niet eens zo’n  druktemaker met een vrolijk gekleurd hoedje. Maar met een ordinaire koperen kop. Die ik pas zag glinsteren toen ie zich tot aan het heft in mijn achterband had geboord. Waarom ook óp de fiets balancerend tot vlakbij dat bord willen komen en dan zo lang mogelijk blijven zitten als een ware evenwichtskunstenaar. Ik bedoel niemand ziet het, het is zo langzamerhand muisstil in het park waar we onze zomerresidentie tot herfst en winterverblijf hebben opgewaardeerd. In de zomer ja, dan zwermen er campinggasten rond balie en postvakjes en kun je je nog voorstellen dat er een enkele bewonderende blik je richting op gaat;
‘Goh dat die meneer zo lang kan blijven zitten terwijl zijn fiets bijna stilstaat, kijk hij valt om, nee net niet, knap hè, wie is dat ?’
Die meneer is nu even Jan Derksen, WK Sprint 10 minuten sur place tegen een of andere Italiaan op een houten wielerbaan, eind jaren vijftig? Ja ik weet het weer! Antonio Maspes en niet eens gegoogled.
Een lekke band dus die pas tot me doordrong toen ik nog snel even tegen sluitingstijd naar het winkeltje moest en mijn wiel onder me wegblubberde.
Wat te doen, wie te bellen, waarheen.
Qua reparaties kunt u mij doortrekken. Als zelf benoemde morsige lees- en schrijfwurm verwaardigde ik mij tot nu toe nooit een hand vuil te maken aan kettingspanners, remblokjes of binnenbanden.
Graag betaalde ik de daartoe opgeleide professionals en kwam ik het rijwiel aan het eind van de dag met een pinpasje en een opgeruimde glimlach weer ophalen.
Maar hier is in heinde en verre geen fietsenman te bekennen.

‘Maar als je nou alleen in de woestijn was?’ Mijn vader staat naast me beneden aan het portiek en plakt mijn band. ‘Dan moest je het alleen doen.’
Ik ben echter niet van plan ooit alleen in de woestijn te gaan fietsen, ik wil meedoen met voetballen en dus  kijk ik in mijn jeugdige onbezonnenheid alleen naar de andere kinderen op straat en dat breekt me nu lelijk op.
‘Ga je hem zelf plakken?’, vraagt mevrouw Pasquali vanachter haar computerscherm.
‘Natuurlijk’, zeg ik met een nonchalante fietsenmakersstem, ‘morgen haal ik plakspullen’.
‘Kun je dat dan?’ De toon waarop bevalt me niet.
‘Als ik kan helpen, mijn opa..’
Die ken ik, haar opa was enorm handig en heeft haar van alles geleerd, leertjes vervangen, stekkertjes aanzetten, nestkastjes timmeren en nu zeker ook fietsenmaken. ’
‘Je moet eerst het ventiel eruit halen.’
‘Ja’, zeg ik bits,’dat hoef je mij niet te vertellen.’

De marketingafdeling van SIMSON is er goddank al die jaren afgebleven, van het rood-witte reparatiedoosje met de drie bandenlichters, een rij plakkertjes, ventielslang , schuurpapier en het tubetje solutie. Ik heb de fiets op de kop gezet en draai wat aan het wiel, bij elke omwenteling komt dat venijnige kopje voorbij. Op het moment dat ik de punaise uit het rubber heb gewurmd, besef ik dat ik nu ook de locatie van het lek kwijt ben. Geen nood, als ik straks de band door een teiltje water haal geeft die onverbiddelijk zijn geheimen prijs. We zullen wel eens zien wie hier kan plakken. En hoe snel.
Mevrouw Pasquali zal paf staan als ik binnen recordtijd met een kneiterharde achterband voor het raam verschijn.
Ik draai het ventiel los, leg het apart en pak de bandenlichters uit de doos. Systematies werken nu en niet alles tegelijk doen.
Ik schuif een bandenlichter met de kromme kant onder de buitenband. Die moet eerst in zijn geheel over de velg worden getrokken om vervolgens de binnenband als een lege darm naar buiten te kunnen trekken.
Er zit een uitsparing aan de andere kant waarmee je het metalen hefboompje onder druk aan een van de spaken  vast kan haken, zodat je met de volgende bandenlichter weer een stukje verder kan.
De kunst is om met zo min mogelijk bandenlichters de buitenband vrij van de velg te krijgen.
Die handigheid scheidt de klungelaars van de fietsenmakers.
Ik voel een zuchtje wind langs mijn voorhoofd strijken als de eerste bandenlichter met een droge tik vanaf  de spaak wordt gelanceerd en 10 meter verder tussen de struiken belandt.

Binnenband vrij, beetje lucht erin, teiltje is overbodig tijdverlies, ik hoor het sissen als ik met mijn oor langs het zwarte rubber ga. Schuren, solutie uitstrijken, voorgevormd plakkertje erop, even drogen, band erin, oppompen, klaar. Ik heb een mooie tijd neergezet.
Op het moment dat ik de fiets weer om wil draaien hoor ik iets piepen, voorzichtig zet ik het rijwiel neer. Het kan niet, maar toch is het zo. Zienderogen verandert mijn fiere strakke band weer in een zieltogend misbaksel.
Drie gaten later ligt er een mozaïek aan plakkers over het rubber. De punaise heeft zich door mijn gewicht op de fiets aan meerdere kanten door de band geboord.
‘Ik wilde al een Amber Alert doen uitgaan’, zegt Mevrouw Pasquali fijntjes als ik 3 uur later in de vallende schemering voor het raam verschijn.
Ik doe er het zwijgen toe maar fiets nog even een rondje. Met losse handen.
Want dat kan ik ook.

7 responses

  1. Bandenlichters zijn overrated. Dit wist de opa van je ex mooi niet. (Jezus, hoe komt dat er nou uit. Ja, ik weet het wel, mijn ex had ook zo’n opa, vandaar. Maar dat is nog geen reden om te scheiden. Correctie daarom:) Dit wist de opa van je vrouw mooi niet, ha!

    Want wat je doet is de buitenband aan de velgkant samenknijpen, rond de hele velg. Het mooie is dat de velg in het midden dieper is dan aan de buitenkanten. Daarom krijgt die band opeens een centimeter of twee speelruimte, voldoende om hem moeiteloos van de velg te nemen, zonder krachtsinspanning en met blote handen.

    Ook water of zeep heb je zelden nodig, je pompt de geheel uit de buitenband getrokken binnenband op tot de doorsnede een centimeter of tien en dan hoor je het wel. Je kunt ook met je oor of je wang er vlak langs gaan.

    Dit zijn technische suggesties waar je misschien nog eens je voordeel mee kunt doen, en anders andere Nurkslezers wel. Literair werkelijk niets aan te merken op dit stukje.

    • Dank voor je reactie en de technische ondersteuning.
      Zonder krachtsinspanning Poeh hé..
      Kijk zover ben ik nou nog lang niet, daar hebben we wat aan.

  2. @Wouter: Dat ik nou Nurks moet lezen om die tip te weten te komen. Natuurlijk!

    Nou zou ik willen zeggen dat ik het meteen de volgende keer ga proberen, maar sinds ik goeie banden koop (Schwalbe, echte deutsche Qualität, zoiets als dit) heb ik geen lekke banden meer. Ook niet als ik per ongeluk door de scherven bierflesjes rijd. Een punaise heb ik nog niet gehad.

  3. @Bob: dat is ook mijn ervaring, lekke banden worden zeldzaam. Toevallig had ik twee weken geleden een lekke band. Ik heb er minutenlang verbijsterd naar staan kijken. Hoe was dit mogelijk? Ik had ook geen bandenplaksetje, bleek toen pas, dat was nog bij mijn ex. Misschien is dit een betere verklaring voor mijn verspreking dan mijn ex’ opa.

  4. Pingback: Dankwoord | Nurks

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *