Occupy Amsterdam

“Jij bent van het Rode Kruis, jij kunt vast koffie voor me halen”, zei een zwerver tegen een meisje met een witte band om haar arm. In zijn hand hield hij een dekseltje van een gourmetgashoudertje. “De koffie is gratis”, zei ik tegen hem, “die kunt u ook zelf halen.” Hij schudde zijn hoofd en fluisterde: “Ik ben de baas hier. Ze hebben me vannacht weggesleept.”

Ik had zelf ook een kop koffie gekregen. Van een Portugese jongen die Ricardo heette. Hij kwam uit Lissabon, waar de demonstraties veel heftiger waren geweest. Hij was op doorreis naar Berlijn. De koffie was de smerigste koffie die ik ooit heb gedronken. Ik vroeg me af of het niet ooit met koffie begonnen was. De beurs, bedoel ik. Aangezien de VOC de eerste onderneming was die aandelen van zichzelf verkocht.

Een dronkaard kwam op ons af. Mijn zoontje stond naast me. De dronkaard zag hem en begon vrolijk te grijnzen. “Hoe heet jij”, vroeg hij. Ik pakte mijn zoontje op en zei hoe hij heette. “Ik had het niet tegen jou”, snauwde de dronkaard. Waarna hij zijn fout inzag en vriendelijk probeerde te lachen. Hij wilde mijn zoontje een hand geven, maar mijn zoontje had een pepernoot in zijn hand. De dronkaard wilde de pepernoot uit zijn handje pakken, zodat hij mijn zoontje een hand kon geven. Maar mijn zoontje keek wel uit. Die zag zijn pepernoot al in de mond van de dronkaard verdwijnen. Bezit maakt bezitterig. Dan maar een boks. Mijn zoontje had ook geen zin om een boks te geven. De dronkaard bleef maar proberen contact met mijn zoontje te maken. Mijn zoontje en ik, wij waren op onze hoede. In de buurt van honden gedraagt hij zich hetzelfde. Wantrouwig. Honden en dronkaards. Hij voelt dat ze iets onberekenbaars hebben.

Een vrouw kwam huilend naast ons staan. Ze had een klein hondje in haar armen. Type Bobby van Kuifje. Ze zei dat haar buurman haar bedreigd had omdat ze mee deed aan Occupy. “Waarom heeft hij u bedreigd”, vroeg ik haar. “Omdat ik mee doe aan Occupy.” “Hoe heeft hij u bedreigd?”, vroeg ik. “Hij zei dat hij me gaat slaan. Die klotemannen altijd. Ik hoop dat ik bescherming krijg. Van andere mannen.” Ze werd op een stoel neergezet en kreeg een kop koffie.

Ronald Jan Hein liep er rond. Op z’n mannenuggs. Op een prikbord las ik dat ook de duiven kapitalistisch zijn. Ze voelen zich te goed om gewone frietjes van de grond te rapen. Ze willen frietjes met. En daarna willen ze frietjes oorlog. Ze willen altijd meer. Ricardo de Portugees vond het goed dat er iets gebeurde. Die nacht had iemand een spandoek met het woord ‘CASINO’ op de ingang van de beurs gehangen. Dat kon hij wel waarderen.

Ik probeerde wat gesprekken af te luisteren. Er werd veel gediscussieerd. “De media willen dat we een duidelijk verhaal hebben, dat we met alternatieven komen”, zei iemand. “Maar die hebben we niet. Het probleem is dat we nooit alternatieven hebben gekend. We zijn opgegroeid in dit systeem, en we hebben geleerd dat dit het enige werkzame systeem is. We kennen geen alternatieven. We kunnen alleen maar aangeven dat we het anders willen. Niet hoe. Wij hebben geen idee van hoe het anders moet.”
“Nou”, zei iemand, “toevallig heb ik wel een idee hoe het anders moet. Wat echte vrijheid is. Maar ja, dat is mijn vrijheid, de vraag is of dat ook voor jou vrijheid is.”

Twee jongens waren met elkaar aan het praten. Halverwege de twintig. Niks bijzonders aan te zien. “Belangenverstrengeling, alleen dat woord al. Het is gewoon corruptie. Niks belangenverstrengeling.”
“Precies. Net als met de Mexicaanse griep. Wist je dat de Rijksvoorlichtingsdienst, dezelfde Rijksvoorlichtingsdienst die aan de minister van Volksgezondheid heeft aangeraden om tien miljoen vaccins te kopen, dat die Rijksvoorlichtingsdienst aandelen heeft in de farmaceutische industrie die die vaccins levert! Terwijl het een gewoon griepje was. Er gaan veel meer mensen dood aan auto-ongelukken. En de mensen die zouden sterven aan dat griepje waren toch wel dood gegaan. Aan een hartaanval of zo.”
“In de jaren ’60 had je in Amerika The Swine Flew. Daar hoor je niemand over.”

Ik kwam iemand tegen die ik kende. Hij was bezig met flessen en bekers en koffiebonen rammelaars te maken voor de demonstratie. Hij was er al de hele week. Het ging prima. Elke avond was er wel wat rumoer. Dan waren er dronken lui die het niet eens waren met hoe het ging en dan vonden er opstootjes plaats. Was niet te vermijden. Hij had er niks mee te maken. Verder ging het wel goed. Of ik mee ging lopen met de demonstratie. Ze gingen naar de Nederlandse Bank. Om 13.00 uur zouden ze vertrekken. “Nee”, zei ik, “dan moet mijn zoontje slapen.”

Het zonnetje scheen. Er waren veel dagjesmensen, zoals ik. Een vrouw van een jaar of zestig vertelde voor een camera van RTL dat ze zeer onder de indruk was.

Even later vond de vergadering plaats. Een bijzonder normaal uitziende jongeman met een legergroene muts op zijn hoofd nam het woord: “Voor nieuwkomers”, zei hij. “Voor nieuwkomers”, zei de massa in koor. “Leg ik nog één keer uit”, zei hij. “Leg ik nog één keer uit”, zei de massa. “Wat het principe is.” Wat het principe is. “Van general assembly.” Van general assembly.
“Hallelujah”, riep de dronkaard. De zwerver die beweerde dat hij de baas was, lag schrijlings een sjaggie te roken.
De jongeman met de legergroene muts op legde uit hoe er vergaderd werd. Iedereen mocht zeggen wat hij wilde zeggen. Alle woorden werden herhaald. Of je het er mee eens was of niet. Als je het ergens mee eens was, mocht je met je handen wapperen. Als er iets racistisch of seksistisch gezegd werd, dan moest je je rechterhand over je linkeroor doen. Hij zei dat wij hier met z’n allen ook niet wisten wat de oplossingen waren. We wisten alleen dat het systeem kapot was. Dat er iets moest gebeuren. We waren hier samen om problemen te signaleren en om te bedenken hoe het anders kan.
Ik vond het wel een prettige opstelling. Mijn probleem met betogingen is dat ik altijd het gevoel krijg dat ik een mening ingerommeld wordt. Betogingen zijn altijd zo verrekte rechtlijnig, laten zo weinig ruimte vrij voor twijfel. Hier leken ze te zeggen: wij weten niks, behalve dan dat het systeem kapot is. (Nu denk ik zelf dat er geen systeem is. En dat je het systeem dus ook niet kunt maken. Maar dat betekent niet dat er niks moet gebeuren. Het deed mij wel deugd dat hier mensen bijeen waren die een poging deden iets te forceren.)

Een meisje las een flyer voor met zeven redenen waarom De Nederlandse Bank een slechte instelling was. Alle woorden werden herhaald. Kern van het verhaal: wij, het volk, hadden niks te zeggen over wat De Nederlandse Bank, een private instelling (waarvan het hoofd door de Koningin werd aangesteld), besloot. Alle woorden werden herhaald. De jongeman met de muts nam het woord weer en zei dat dit nu een goed voorbeeld was van iemand die initiatief had getoond. Ben je het er niet mee eens, of vind je dat het beter kan, dan moet je hetzelfde doen.

Een man stak zijn hand op. Hij kreeg het woord. “Voordat we gaan demonstreren”, zei hij. Voordat we gaan demonstreren, zei de massa. “Gaan we eerst mediteren”, zei hij. Gaan we eerst mediteren, zei de massa. Middels een handgebaar gaf de voorman te kennen dat de meditatie niet te lang moest duren. Op het podium zou de yogalerares voorgaan in de meditatie. De man bedankte de massa dat hij het woord had gekregen. De massa bedankte zichzelf. Er werd geklapt. Mijn zoontje schudde enthousiast met zijn bekertje koffiebonen.

10 responses

  1. En ik moest denken aan dat fragment (vast wel ergens op youtube)uit The life of Brian, waarin hij, Brian dus, de menigte op het plein toespreekt: ‘you are all individuals’, roep hij, de massale menigte: ‘we are all individuals!’ – klinkt er 1 stemmetje: no, not me.

  2. Prettig stukje, sympathieke mening spreekt eruit. Ik bedoel: het is ook zo gemakkelijk om er geringschattend, badinerend etc. over te doen. En dat gebeurt dus niet in dit stuk. Ik vroeg me alleen af, hoe zit dat daar met het sanitair, afwas, wassen, wc, douche etc?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *