Druk

Ondanks de hitte stapte ik stevig door, er was immers geen tijd te verliezen. Bij de school aangekomen daalde ik meteen af naar de fietsenkelder en begon zwetend de ventielen van de gestalde rijwielen los te draaien. De geluiden die daarbij vrijkwamen leken sterk op elkaar maar waren toch nooit precies hetzelfde. ‘Eenheid in verscheidenheid'; was er vroeger op school niet een boekje geweest met die titel? Of was het juist andersom: ‘Verscheidenheid in eenheid’? In ieder geval was er een boekje geweest dat ‘Variaties op een thema’ heette. Zou het, zo dacht ik, niet aardig zijn om zulke geluiden eens op te nemen en te verwerken in een muziekstuk? Verdorie, nu was ik de tel kwijtgeraakt! Was dit ventiel nu het 24ste, 25ste of 26ste waaruit ik de lucht had laten ontsnappen? Ik wist het niet meer en er zat niets anders op dan ze te gaan tellen. Het bleken er 24 te zijn. Dus nog eentje want het moesten er precies 25 zijn, dat luisterde nauw. Psjoew! zei het laatste ventiel en daarop haastte ik me naar buiten.

Ik keek op m’n horloge, zag dat ik achter lag op het schema en voerde mijn tempo op tot een ferme draf. Het zoute zweet begon in m’n ogen te prikken en door de zichtbeperkende gevolgen miste ik bijna de afslag.

Zeven minuten en 32 seconden later stormde ik verhit de winkel van de warme bakker binnen, gelukkig was ik de enige klant. Het meisje achter de toonbank vroeg waarmee ze me van dienst kon zijn. Met brood, zei ik. Wat voor brood? wilde ze weten. Al het brood, zei ik. Hoe.. eh.. hoe bedoelt u?, hakkelde ze. Ik voelde me kwaad worden. Wat was dat tegenwoordig toch met de mensen dat ze zelfs de eenvoudigste mededelingen niet meer begrepen? Ongeduldig begaf ik me achter de toonbank, duwde het wicht opzij en begon de broden die op de planken lagen in de plastic tassen te proppen die ik speciaal voor dit doel had meegenomen. Het viel mee, het waren er maar een stuk of 40, het was dan ook al in de namiddag. Ik schatte de totale waarde, vermenigvuldigde het bedrag met 7 en wierp het de verkoopster toe. Nu snel verder.

Ik sprintte naar buiten en stak de straat over waar ik de tassen boven de gracht op hun kop hield waardoor alle broden in het water vielen. Eenden waren nergens te zien, maar je kon niet alles hebben. Hoewel, misschien was het juist wel goed dat er geen eenden waren, je wist het niet. Eenden oogden onschuldig, maar dat was alleen maar de buitenkant en het was nogal onnozel om daar op af te gaan. Nu eerst een krant kopen en deze onder het lopen versnipperen. Daarna de achterlichten van een Duitse auto bedekken met de inhoud van de gezinstube tandpasta die ik in mijn binnenzak had verstopt. Het hoefde geen dikke laag te zijn, als je maar geen rood of geel meer zag. Tenzij het woensdag was. Want dan zou ik eerst de hamster moeten aftappen en m’n bergschoenen vullen met appelstroop.

5 responses

  1. Ja, opbouw! Aanvankelijk denk je aan een dekselse streek, middelbare-schoolperikelen zeg maar, vervolgens lijkt er iets van een plan te zijn, compleet met minuten en seconden, en dan blijkt het, potverdrie, toch gewoon weer de totale waanzin die zich gelden laat. En bergschoenen met appelstroop – als dat geen climax is, dan weet ik het ook niet meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *