Zomer in Amsterdam

6 augustus 2011
Door Oud Zeikwijf Geplaatst in Non-fictie

17 uur. Het is windstil. De stad ligt verdoofd in afwachting van de hoosbui die komen gaat. Het licht is minder – geen vuurwerk van de zon op het water dit keer –  maar het geluid maakt veel goed. Het geluid wordt gecoat, het stadslawaai ingepakt in een wollig omhulsel. De meeuwen, de eenden, de klok van de kerk klinken mooier, als losse belletjes die zachtjes in je oor kruipen. Zelfs het geblèr van de scooters die over de brug sjezen bereiken je in afgezwakte vorm.

Er drijven vier meeuwen op de gracht, en drie eenden, waar het er normaal van wemelt. Een meeuw houdt het voor gezien en vliegt krijsend op. De rest wacht eventjes, dan volgt er eentje haar voorbeeld. Spoedig blijft er maar één over eenzaam te dobberen; dat houdt ze een halfuur lang. Waarom volgt ze haar soortgenoten niet? Wacht ze nu al op de Turkse overbuurman, die elke dag laat op de avond zijn overtollig brood over het balkon kiepert? Tegen die tijd zijn het er hordes, meeuwen, die zich stilletjes onder zijn raam hebben verzameld. Wanneer hij begint te gooien zullen ze in hysterisch gekrijs uitbarsten.

Onder het balkon woont een echtpaar meerkoeten. Ze hebben daar uit drijvend vuil een vlotje gemaakt, waar hun eitjes hebben gelegen. Als het brood uit de hemel valt proberen ze uit alle macht hun territorium te beschermen tegen de meeuwen, die, gek van begeerte, zich in groten getale op het drijvende baksel storten. De meerkoeten willen echter ook wat brood, dat ze van tussen de gevaarlijke snavels der zeevogels zullen moeten wegkapen. Het is een dun koordje war ze op balanceren, tussen hebberigheid en veiligheid.

Zover is het echter niet. Het geheel baadt nog in ongewone stilte. Twee groene Amsterdamse parkieten sprinten hoog in de lucht en met gekwetter van flat tot flat. Een paar bijen, model horzels, doen zich te goed aan het verrukkelijke nectar der bloemen in de tuin van mijn buurvrouw. Ze slaan het kostelijk goedje op in twee gele boodschappentassen. Als ze weer eens korfwaarts over je heen wegvliegen kun je die tassen zien bungelen aan hun achterpoten.

Dit is “het weer van alle mensen”. Waarom driekwart van mijn stadgenoten nu juist op de vlucht slaat is mij een raadsel.

Aanbevolen:

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Verdachte

‘Ach, meneer de agent, u heeft mijn mondslijm genomen voor het DNA. Dat wordt nu onderzocht, dus probeert u nu niet mij te bewegen om te bekennen. Alstublieft. Jawel, ik was in de buurt toen dat meisje vermoord werd, want ik moest een fornuis afleveren bij haar buren. Maar meer dan in...
Meer »

Parkflarden (1)

Elke middag wordt op het schoolbord voor de ingang van het restaurant het dagmenu geschreven. Vandaag schaft de pot: ‘Roodborstfilet met wokgroenten en gebakken aardappels, op=op.’ Als ik binnenkom informeer ik of er als voorafje ook mezenpaté geserveerd kan worden. Het invalmeisje achter de bar kijkt me niet begrijpend aan. Ik...
Meer »

Jack

Mijn uitslag is alweer wat weggetrokken. Kleine rode bultjes in de nek die ineens lelijk opspelen en een nacht lang onbedaarlijk jeuken. Gisteren was Jack de Vries namelijk prominent aan tafel bij DWDD. Jack weet bij elk optreden de grenzen van de leugen weer een paar meter op te rekken. En...
Meer »

Because you can’t, you won’t and you don’t stop

In de zomer van 1994 kwam Ill Communication uit. Aangestoken door het enthousiasme van Kees de Koning, die destijds een radioprogramma presenteerde, kocht ik het schijfie de dag voordat ik op vakantie ging naar het beroemde lustoord Terschelling. Die vakantie bestond uit: overdag stoned op het strand of in het gras...
Meer »

Pet

‘Eens kijken wie zich vooraan komen melden in deze tweede Giro-etappe! Jawel… het treintje van de Engelsman is er weer. Maar daar komt Jan Stoers met een laatste demarrage, het is natuurlijk kansloos want ze rijden tegen zestig in het uur. Die trein, daar kun je nooit tegenop. Nee, dat ziet...
Meer »