Ik houd niet van het genre

Er zijn mensen die ik uit de weg ga. Zulke mensen zijn niet schillenboeren, loodgieters, criminelen, PVV-stemmers, gereformeerde medemensen of anderen die klagen over de voortdurende zedelijke verwildering der jeugd (ik lees nu net het prachtige boek Parade der mannenbroeders, Protestants leven in Nederland 1918-1938 van Ben van Kaam. Dat is een boek uit 1964. Van Kaam leeft nog, is 80 jaar, en zegt bijvoorbeeld: ‘Zonder spoorwegnet geen holocaust.’ Dat klopt. Zonder spoorwegnet ook geen Goelag, al ben ik daar minder zeker over. Uit dat boek, dat simpelweg uit hoofdstukjes 1918, 1919 etc. bestaat, valt veel te leren. Uit het hoofdstukje 1926 citeer ik het volgende: De ‘beschaving’ is zoover gevorderd, dat de dansen en de muziek van de onbeschaafde, heidensche negers worden geïmporteerd. En toen dat niet meer voldoende was, het gaat hollend naar den afgrond, haalde men de negers en negerinnen zelf die zoo goed als naakt dansen op het tooneel in Den Haag en Rotterdam. Ja, het was vreselijk. Een pagina verderop staat: Wie zal de ellende peilen, door het bioscoopbezoek veroorzaakt? Want daar waren de volgelingen van Kuyper en Colijn allemaal tegen: gemengd zwemmen, oneerbare kleding voor vrouwen – daar kon de vrouw bij aankoop van een jurk de zitproef voor nemen, toneel, film, dans, muziek behalve wanneer die muziek gemaakt werd op een harmonium, sport. Van al die linkse hobbies moest de gereformeerde medemens niets hebben. Men vroeg zich ook in ernst af, toen de achturige werkdag werd ingesteld: hoe vult de mensch zijn vrije tijd toch? En ja hoor: met zedelijke verwildering zoals sport, bioscoopbezoek, dansen: Toen kwam de neger aan bod. Men ging het leeren van de onbeschaafde volken, men ging bij de heidenen te gast. De cakewalk kwam. Toen de tango. Daarna de charleston. Men ontsloeg een predikant omdat die twijfelde aan het praten van de slang in het bijbelverhaal over Adam en Eva, maar dat kon wel volgens de synode, want dat was een zintuiglijk-waarneembare werkelijkheid).
Zelfs met dezulken kan ik overweg. Waar ik niet mee overweg kan: bijvoorbeeld boekhandelaar Jan Vermaat te Dirkswoud. Vermaat leest mijn stukjes en vindt bijvoorbeeld dat ik mij te pertinent uitdruk. Als ik bijvoorbeeld schrijf dat schilder Cees Broersen, eveneens te Dirkswoud gelegerd, een waardeloze schilder is, die eenvoudig dingen maakt die al in de jaren vijftig en zestig door Fluxus werden vervaardigd – dan maakt Vermaat daar bezwaar tegen: ik had ‘volgens mij’ of ‘althans naar mijn inzicht’ in dat stukje moeten zetten.
Dat soort scherpslijpers ga ik uit de weg.

7 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *