Honger

De NRC kwam donderdag met een snoeiharde voorpagina over de honger in de Hoorn van Afrika. Een paginabrede foto van een stervend kind, met daaronder de kop: ‘Veertien redenen om niet te geven’. Instinctief voelde ik wel aan wat de bedoeling was. Confronteren. Met de onrechtvaardigheid in de wereld, met mijn eigen hypocrisie, met de realiteit. Toch zat het mij niet helemaal lekker. De confrontatie was te cynisch, te kil. Het voelde bovendien een beetje Benetton-achtig aan. Controversieel ter meerdere eer en glorie van vooral jezelf, onder het mom van discussie uitlokken. Want daar kon je vergif op innemen: het doel was natuurlijk dat er over gepraat werd.

Onder het stuk stonden, zoals de kop beloofd had, veertien redenen om niet te geven.  En één reden om wel te geven. Die laatste was de belangrijkste: het gaat hier om mensen die sterven, om tienduizenden kinderen die, als ze het geluk hebben niet dood te gaan, voor hun leven getekend zijn. De ramp is al groot, zonder voldoende hulp wordt de ramp nog groter.

Maar eerst moest de lezer zich worstelen door de veertien redenen om niet te geven. Variërend van ‘mislukte oogsten horen erbij, moet je maar geen Nomade zijn’ (2) en ‘honger is altijd de schuld van een falende overheid’ (1, 2, 5, 6, 7, 9), tot ‘voedselhulp leidt alleen maar tot nog meer corruptie’ (4, 8, 10) en ‘voedselhulp is even verslavend als heroïne’ (13). Wat die laatste reden betekent, weet ik niet precies.

Als je toch al niet wilde geven, denk ik dat je dat na lezing van dit artikel, ondanks die ene reden om wel te geven, dat niet zal doen. Als je twijfelde om te geven, denk ik dat de kans groot is dat je na lezing van dit artikel geen geld zult geven. Als je wel van plan was om geld te geven, is de kans, denk ik, eveneens vrij groot dat je van gedachten verandert en niet zult geven. Die veertien redenen zijn genoeg om tegen jezelf te kunnen zeggen: het maakt toch allemaal niks uit, het is dweilen met de kraan open, ik geef het geld wel aan m’n oude moedertje.

Maar daar ging het natuurlijk niet om. Een krant heeft ook niet als taak om geld in te zamelen. Een krant moet de waarheid boven tafel brengen. En wellicht is de waarheid met dit stuk gediend. Bovendien ging het de NRC om het uitlokken van de discussie. Immers. En die discussie, die was er. Op het wereldwijde web stroomden van alle kanten de reacties binnen. Vele lovend, en vele walgend. Of het over de inhoud ging, weet ik niet, maar het hield de gemoederen in ieder geval bezig.

Totdat hoofdredacteur Peter Vandermeersch zich via Twitter met de zaak ging bemoeien en zich het volgende liet ontvallen:

Moet ik mij boos maken op hen die voorpagina #nrc niet begrijpen? Of gewoon diep treuren over zoveel domheid? #veertienredenenomniettegeven

Zoveel misplaatste arrogantie, zoveel minachting voor je publiek, zoveel verongelijktheid. Peter Vandermeersch zal nooit eens de hand in eigen boezem steken, zal nooit eens bij zichzelf te raden gaan, zal zich nooit eens afvragen of de ander misschien een punt heeft. Kritiek op zijn krant wordt steevast als irrelevant weggezet. Of als dom. Tegenover elke boze lezer komt hij met twintig juichende aanzetten. En als iemand het onder zijn leiding vernieuwde NRC van populisme of van hijgerigheid beschuldigt, heeft die persoon er niks van begrepen. Hij kan er zelfs ‘een beetje boos‘ om worden. Want Peter Vandermeersch heeft altijd gelijk en wie dat niet wenst te accepteren, kan een uitbrander krijgen.

Wie het hele artikel had gelezen, zo meende Vandermeersch, zou moeten hebben begrijpen wat de bedoeling was. ‘Veel mensen op twitter lijken de laatste cruciale paragraaf niet gelezen te hebben.’ Je laat een niets aan duidelijkheid overlatende foto zien, je zet eronder ‘Veertien redenen om niet te geven’, je leidt je stuk in met de woorden ‘Zeker veertien redenen zijn er om geen geld te geven voor noodhulp aan de Hoorn van Afrika. En één reden om dat wel te doen. Aan u de keus, schrijft Dick Wittenberg’, maar het gaat natuurlijk om die laatste paragraaf.

Stompzinnige uilskuikens die we zijn.

8 responses

  1. 1 reden om dat artikel niet te begrijpen: je wordt om de oren geslagen met die 14 redenen om niet te geven. Zoals een arts van die zonder grenzen aldaar werkzaam die in Nieuwsuur verkondigt dat het geld inderdaad niet komt in de hongerige monden, of een Afrikaan met een zelfhulpprojekt die zich verbaast over de plotselinge aandacht: “De hongersnood is een structureel probleem en al jaren aan de gang” etc…

  2. Ik vond 12 nou net de doorslaggevende. De bevolking groeit terwijl ze daar juist sterk aan krimp en geboortebeperking zouden moeten doen om het aantal monden aan te passen aan de hoeveel produceerbaar voedsel.
    Giro 555 is Nederlandse folklore; humanitaire hulp is allang geïnstitutionaliseerd via supranationale organisaties zoals UNOCHA.

  3. A survey of 30,000 American households found that those who gave to charity were 43 percent more likely to say they were “very happy” about their lives than those who did not give. The survey doesn’t show whether giving made people happy, or happy people were more likely to give, but the anecdotal evidence is strong that many people find that when they begin to give, they free themselves from the acquisitive treadmill and find new meaning and fulfillment in their lives. http://j.mp/oT4vnr

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *