Het gaat hollend naar den afgrond

‘Sommigen hebben mij gezegd,’ zegt predikant Boersma, die bij gebrek aan een kerk te Dirkswoud thuis ‘boersmaat’ (zoals hij het zelf noemt), ‘dat ik mij wel eens te somber uit over de situatie. Jawel, te somber. Dan zeggen zij: kan het niet wat minder, Boersma? Of Kees, als zij mij wat nader staan, want dezulken zijn er ook. Te somber. Ik zal het nu niet hebben over de betreurenswaardige weigering van het gemeentebestuur om over te gaan tot een definitieve vergunning voor de bouw van ons kerkgebouw aan de Oosterzij, alhoewel wij daar telkenjare om gevraagd en gesmeekt hebben. Steeds weer lagen wij op onze knieën voor de burgemeester en vroegen wij: wanneer, vader? Wanneer? Maar wij behelpen ons. Wij houden vol en verduren het! Wij vragen helemaal geen kathedraal of basiliek, wij willen slechts een eenvoudig godshuis, desnoods uit plaggen opgetrokken. Uit plaggen en leem, ja, want de Heer ziet wel onze bedoelingen. Geloofd zij de Heer. Te somber, luidt de kritiek, broeders en zusters. Maar neem nu eens de haast waarmee vooral de jeugd door het leven rent, de haast die zich laat halen uit dit muziekje van een ensemble dat zich Brain Drill noemt. Ik noem dit: raasfietserij. Dat is toch geheel iets anders dan dit prachtige stuk muziek, waaraan wij zo gewend zijn, en waarbij men kan nadenken over de plaats der mensheid in het geheel van het goddelijk universum. Te somber, klaagt men. Maar zou men dan niet somber worden van de toenemende ontkerkelijking en de daarmee samengaande verhuftering van onze maatschappij? Zou men dan niet somber worden van de valse gloed van het atheïsme? Godbewaarme, God zij geloofd. Ik lees hier een briefje voor dat  ik afgelopen week kreeg toegestuurd van zomaar een lidmaat. Beste voorganger, staat er. Hoe krijg ik mijn zoon van veertien weeer  op het rechte pad? Was getekend, mevrouw Die-en-Die te Dirkswoud. Vroeger, ja vroeger, zou mijn antwoord geweest zijn: stuurt u de jongeman maar eens naar mij toe, en dan was het probleem vrijwel opgelost. Maar tegenwoordig belt zo’n jongeman een hulplijn of hij kijkt op internet, en hup, foetsie! Men moet ze al op zéér jonge leeftijd vertrouwd maken met Jezus, Maria enzovoorts. Met vrolijkheid en liefde en met vertrouwen in de Heer. De Heer zij geloofd. Amen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *