Gijs

Gijs was een boerenzoon. Stugge vader. Lieve moeder. Zeer godvrezend. Hun zoon was een soort buitenaards wezen voor ze. Aan zijn Christelijke opvoeding had Gijs een onbedwingbare behoefte om God te tarten overgehouden.

Toen ik nog geen tien was, kende ik hem van de stoïcijnse manier waarop hij op zijn brommers over de dijk scheurde, op weg naar een of ander crossbaantje. Blik strak vooruit, gekromde rug, de linkerhand rustte op de tank of op de knie. Toen ik jaren later autorijles had, zei mijn instructrice als we bij de Molenstraat de dijk afreden dat ik, hoewel het een voorrangsweg was, moest stoppen bij het kruispunt, want Gijs zou zomaar de weg op kunnen stuiven.

Hij belandde ooit in het prikkeldraad zodat z’n halve oor eraf lag. Van Gogh noemde we hem toen. Wij stonden graag te kijken hoe hij aan zijn brommers sleutelde. We hielpen een beetje. Daarna wasten we onze handen met groene zeep waarin zand zat, om de smeer eraf te schuren.

Het verhaal ging dat Gijs, als je ruzie met hem zocht, je naar de keel vloog en niet meer losliet.

Wij waren nog geen achttien. Hij was een jaar of zeven ouder en reed ons rond in zijn zilvergrijze Talbot Solara. Zijn stoel stond zo ver mogelijk achterover, bijna op ligstand, hij keek net boven het stuur uit. Hij reed altijd vrij rustig. Rotondes nam hij, wanneer het verkeer en de rotonde dat toelieten, dwars door het midden.

Ik ging naar Amsterdam. Vrienden naar Utrecht. Gijs bleef in de buurt. Hij kwam nog wel eens langs. Dan kon hij de hele dag bij je zijn, zonder al te veel te zeggen. Als een soort schaduw. Zat uren in m’n vensterbank naar buiten te turen. Of hij vertelde hyperenthousiast over feesten die hij had bezocht. Hoe vrolijk hij ook was, er hing altijd een soort donker wolkje boven zijn hoofd. Een hoogstpersoonlijk regenwolkje.

Hij liet pijpenkrullen groeien en zag eruit als een orthodoxe jood. Met z’n grote bril. Mijn contact met hem vervaagde. De verhalen die ik hoorde verontrustten. Hij verdacht mijn beste vriend ervan dat die via allerlei media berichten over hem uitzond. Hij belandde in een psychose. Scheurde naakt door het dorp. Paranoïde schizofrenie, geloof ik. Ik ben hem niet gaan opzoeken toen hij werd opgenomen.

In november 2008 zat ik met vrienden in Istanboel, te eten bij een Armeniër die eruit zag als de Vieze Man van Van Kooten. Hij had een tijdje in Nederland gewoond en zei ‘lekker neuken in de keuken’ toen we vroegen of hij Nederlands sprak. Mijn telefoon ging. Het was Gijs. Hij had nooit zo’n moeite om to the point te komen. Of ik een filmpje met hem wilde opnemen. Hij had een nummer gemaakt samen met iemand die zich Tureluurs noemde. Die had de beat verzorgd, Gijs had er overheen gefloten. Een deuntje dat hij altijd floot als hij aan het dansen was. Het idee voor het filmpje was als volgt: Gijs had reflecterende schoenen. Hij zou de stroboscoop aan zetten en gaan dansen. De camera moest die schoenen filmen. Ik zei dat ik zou kijken of ik wat kon regelen. Ik heb nog wel geprobeerd om te kijken of ik wat kon regelen, maar heel veel moeite heb ik niet gedaan. Een paar maanden later belde hij me op om te vertellen dat een vriendin hem had gefilmd. Het was niet helemaal wat hij bedoeld had. Zij had er een minidocumentaire van gemaakt. Een erg mooi filmpje waarin Gijs goed tot z’n recht komt. Hij heeft inmiddels nog wel iemand bereid gevonden om te filmen wat hij bedoelde, zag ik toen ik verder keek.

Vanochtend hoorde ik dat het leven voor Gijs kennelijk geen zin meer had. Hij is eruit gestapt.

7 responses

  1. Een half jaar of een jaar geleden was er, laat op de avond, een televisie-uitzending over een jongeman, die dood was gevonden in de isoleer van een inrichting. Die jongeman maakte ook muziek, en wel ongeveer dezelfde muziek als Gijs. Alleen een stuk wilder, maar met ongeveer dezelfde teksten. Hij was, net als Gijs, paranoïde schizofreen of iets dergelijks. Dat was het tweede geval dat ik leerde kennen.
    Eerder al, een jaar of vijftien geleden, leerde ik Mik kennen. Heeft ook zelfmoord gepleegd. Maakte ook ongeveer dezelfde muziek, met ongeveer dezelfde teksten. Hij maakte ook beelden en beeldjes. Er staat er nog één van in mijn huiskamer (‘Wat is dit?’ vroeg ik. ‘Dat ben jij, Ben!’ zei hij. Daar kon ik niks op terugzeggen).
    En nu jouw Gijs, met die muziek, en die rare woorden.
    Wat ook opvalt: ze hadden alledrie nog een vriendin, tot op het allerlaatst. De mens is blijkbaar een sociaal wezen, denk ik dan maar.

  2. tsja, sneu, geen enkele controle over je eigen brein of je eigen leven, dan zou ik ook de hand aan mezelf slaan.. soort ultieme wilsbeschikking? of was ie gewoon weer kookoo? +1

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *