De visser

Het was later dan normaal toen Peter zijn huis verliet voor zijn gebruikelijke wandeling naar de IJssel. In gedachten verzonken volgde hij de vaste route, een vergeten fietspad dat gedeeltelijk parallel liep aan de rivier en na een paar honderd meter weer afboog naar de uiterwaarden. Al snel bereikte hij het water.

De hemel was bewolkt en de enkele zonnestralen die nog wisten te ontsnappen, waren te mager om Peter te kunnen verwarmen. Hij was stil blijven staan en rilde nu, terwijl hij uitkeek over de rivier. Zijn lege ogen volgden een machtig vrachtschip, dat langzaam van hem afdreef.

Reusachtige waterkolken deden hem huiveren. De deining die het schip veroorzaakt had, leek een ogenblik de hele rivier te beheersen, maar nam al snel weer af. Toen de golven helemaal verdwenen waren, merkte Peter opeens dat hij niet de enige was die naar het water stond te kijken. Een eindje verderop bleek nog iemand te staan. Een visser.

‘Wat een schip, hè?’

De visser had hem blijkbaar ook opgemerkt.

‘Ja! Gigantisch!’

Peter liep naar hem toe. Van een afstand staan blijven schreeuwen, vond hij onbeleefd.

‘Al wat gevangen?’

De visser keek uit over het water en negeerde zijn vraag. Hij had een grijze stoppelbaard en ingevallen wangen. Hij droeg versleten kleren. Peter wilde zijn vraag herhalen, toen de man zich plotseling naar hem omdraaide en zei:

‘Jij dacht zeker dat Jezus Christus een visser was?’

Hij keek Peter even bedroefd aan en draaide zich toen weer naar het water.

‘Pardon? Dat Jezus Christus een visser was? Wat, wat bedoelt u precies?’

Stilte.

‘Jezus was toch ook een visser?’

Stilte.

Was deze man wel helemaal honderd procent? Peter begon zich nu opeens erg ongemakkelijk te voelen. Zijn handen werden klam, en het leek alsof het water weer langzaam begon te deinen. Het bleef stil.

Juist op het moment dat Peter besloten had om weg te lopen, en aarzelend een stap achteruit zette, zei de man, zonder hem aan te kijken:

‘Jezus was geen visser. Jezus was een masochist.’

Peter versteende. Hij wilde wat zeggen, maar zijn mond was plotseling zo droog, dat hij eerst een paar keer moest slikken voordat hij iets kon uitbrengen. Ook voelde hij zich nu duizelig worden. Wat was er toch aan de hand? Het leek verdomme wel of hij ging flauwvallen.

‘Waar heeft u het over? Jezus een masochist? Ik begrijp niet goed wat u bedoelt.’

‘Een masochist, je weet toch wel wat dat is? Een masochist is iemand die geniet van vernedering en pijn. Laat je niets wijsmaken, Jezus Christus genoot gewoon van pijn.’

De visser staarde nog altijd naar het water. Het leek wel alsof Peters aanwezigheid hem in het geheel niet interesseerde. Gespannen bleef Peter naar hem kijken, maar de man zei geen woord meer. Hij leek te zijn uitgepraat.

‘Ik, ik weet niet zo goed waarom u mij dit vertelt, maar u zou best eens gelijk kunnen hebben. Jezus een masochist, ja, dat is een heel aardige theorie.’

Stilte.

‘Heeft u dat zelf bedacht?’

Stilte.

Wat moest hij nu doen? Die man was niet goed in orde, dat was duidelijk. Hij kon maar beter gewoon weggaan. Voorzichtig liep hij terug naar het fietspad, hij was nog steeds erg duizelig. Toen hij zich een laatste maal omdraaide, stond de visser nog steeds naar het water te staren.

Met moeite vervolgde Peter zijn wandeling. Pas toen hij weer thuis was, voelde hij zich wat beter.

De dag liep ten einde. Peter bekeek zichzelf in de spiegel. Waarom kon Jezus niet masochist en visser tegelijk zijn geweest? Dat had hij natuurlijk aan die man moeten vragen! Maar dit was waanzin, die idiote visser was niet goed bij zijn hoofd. Krankzinnig, gewoon krankzinnig.

’s Nachts kon hij niet slapen. Met grote ogen staarde hij in het duister en bleef maar denken aan de visser. ‘Laat je niets wijsmaken’, dat had hij gezegd. Jezus een masochist, het klonk eigenlijk heel aannemelijk. Die man was natuurlijk gek, maar dat wilde niet zeggen dat wat hij zei niet waar kon zijn. Waarom zou het niet waar kunnen zijn? Waar maakte hij zich druk om?

De volgende ochtend wist hij hoe het zat. Hij voelde zich goed en keek uit het raam. Het waaide, hij moest naar buiten. Zonder jas en zonder schoenen verliet hij zijn huis. Hij zou zich nooit meer iets laten wijsmaken.

Hoewel de visser geen enkel spoor had achtergelaten, herkende Peter de plek meteen. Opnieuw maakte een duizelig gevoel zich van hem meester, terwijl hij ging staan waar de visser had gestaan en naar het water staarde, zoals de visser naar het water had gestaard. De wind rukte aan zijn kleren. Hij huiverde.

Langzaam begon het water weer te deinen voor zijn ogen, toen hij in de verte een reusachtig vrachtschip aan zag komen, hetzelfde als de vorige dag. Het schip deed het water golven en de golven rolden één voor één richting de kant. Peter deed een stap naar voren.

De wind suisde in zijn oren en alles leek nu te deinen en te golven. Het schip was zo dichtbij, dat hij meende het te kunnen aanraken. Hij kon het aanraken. Hij zou het aanraken. Hij liet zich niets meer wijsmaken.

En terwijl de wereld donker werd en de golven één voor één op de kant rolden, dacht Peter aan de visser en liep langzaam het water in.

5 responses

    • And Jesus was a sailor
      When he walked upon the water
      And he spent a long time watching
      From his lonely wooden tower
      And when he knew for certain
      Only drowning men could see him
      He said “All men will be sailors then
      Until the sea shall free them”
      But he himself was broken
      Long before the sky would open
      Forsaken, almost human
      He sank beneath your wisdom like a stone

      Aldus Leonard Cohen. Als volgt vertaald:

      En Jezus was een visser,
      die het water zo vertrouwde,
      dat Hij zomaar over zee liep,
      omdat Hij had leren houden
      van de golven en de branding,
      waarin niemand kan verdrinken,
      Hij zei: ‘ Als men blijft geloven,
      kan de zwaarste steen niet zinken’.
      Maar de hemel ging pas open,
      toen Zijn lichaam was gebroken
      en hoe Hij heeft geleden,
      dat weet alleen die Visser aan ‘t kruis

      En vissen deed Ie natuurlijk ook naar zieltjes. U kent Hem. Zo was Ie.

  1. Wonderschoon verhaal trouwens. Altijd interessant, zo’n gedachte die niet loslaat en uiteindelijk tot een vorm van waanzin leidt. In zo’n kort verhaal zie je dat niet vaak. En het is toch geloofwaardig. Zeer knap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *