America is good for it, aflevering 1: Living the American Nightmare

Een hilarische nieuwe sitcom, waarin de werkelijkheid gedeeld is door een miljard! Zie hoe zes mensen leven in één huis en in veel meer problemen raken dan waar ze goed voor zijn! Oh jeetje, cataclysmische humor volgt!! IN: AMERICA’S GOOD FOR IT!

Today’s episode: Living the American Nightmare!

De deur gaat open. Bobbert van der Gal komt binnen! De eeuwige chagrijn waarvan iedereen houdt om te haten!
“Hee mensen, ik ben weer terug van vakantie! Hoe is het… Hoooolyyy wat the fucking fuck??”

Lachband: HAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHA

Bobbert keek om zich heen. Een ravage. Jezus Christus het was nog erger dan toen Duitsland de plek in een lesbische hippiecommune had veranderd. Tot twee keer toe. De vloer was bezaaid met vuilnis. Pizzadozen. Half opgegeten hamburgers die lagen te beschimmelen. Het aggregaat van de camping stond vol in de huiskamer, met een uitlaatpijp door het dak. Het plafond was desondanks zwartgeblakerd. De meubels waren afgeleefd, pleisterwerk liet tussen het schimmel gaten zien… Wat de hel hij was maar een jaartje weggeweest!

“Oh hee,” zei Frankrijk, door de zooi schuifelend in een ouwe, versleten badjas. Hij zag er slecht verzorgd uit.
“Wat is hier gebeurd??” riep Bobbert. Hahaha hij zag er zo boos uit!
Frankrijk keek hem niet echt begrijpend aan. Toen merkte hij weer de staat op waar hij zelf gewend aan was geraakt.
“Oh,” zei hij, “Een paar feestjes.”
Bobbert keek nog eens goed naar de vuilnis om zich heen.
“Hoeveel feestjes heb je nodig om zo’n rotzooi te creëren?”
Frankrijk dacht na. “Een paar,” knikte hij langzaam, “Per dag.”

Achter het kleine bureautje met de computer erop zat Nederland aan zijn zak te krabben, op de grond zat in een hoek China, huiswerk te maken, en in een andere Italië, met een asbestgrauw gezicht en donkerblauwe opgezwollen wallen iets als een kater te verwerken.
“Hee Italië,” zei Bobbert. Italië snoof. Naast hem lag Griekenland, die er nog precies hetzelfde uitzag als altijd.

Bobbert zag aan de tafel Duitsland zitten, gebogen over papieren paperassen, waarbij Frankrijk zich gapend aanschoof.
“Zo,” zei Bobbert, “Dan hebben jullie het wel druk gehad, met al die feestjes? Zeker geen tijd gehad om op te ruimen?” Hahaha oh Bobbert, gelijk weer over saaie serieuze dingen gaan praten!!
“Nee,” zei Frankrijk. Bobbert bleef hem aankijken. “Nee,” knikte Frankrijk, “Ja, dat zijn we aan het uitdokteren,” bij “we” knikkend richting Duitsland.
“Uitdokteren,” knikte Bobbert. Frankrijk knikte.

Er kwam geen verdere reactie. Bobbert besloot eerst maar eens wat licht in deze bedomptheid te brengen. Met een vrijkomende stofwolk trok hij een gordijn open, wat niet veel licht deed binnenstromen. De vitrages zagen zo asbestgrauw dat hij ze ook maar opzij trok. Ten gener nutte, de ramen waren bedekt met een wazem die deed denken aan verbrand frituurvet.
Dan maar een lamp. Hij liep naar het lichtknopje en knipte het aan. Nog een keer. En nog een keer. En een ander lichtknopje.
“Wat de fuck? Is de stroom afgesloten??”
Frankrijk kneep zijn ogen dicht en drukte zijn neusbrug tussen twee vingers.
“Oh ja,” zei hij, “We hebben een paar probleempjes. Met die dudes van water en gas en electriciteit enzo.”
Hahahaha je moest Bobbert’s gezicht nu eens zien!!!

Bobbert beende naar de keuken en draaide de kraan open. Er kwam het dreunende, staccato geluid uit van lege leidingen, maar geen water.
“He?? Hoe kan dat?? Zijn de rekeningen niet betaald??”
“Nou,” zei Duitsland geërgerd, “Zo overdreven is het nou ook weer niet.”
“Wat dan?” riep Bobbert uit.

“Wel,” dacht Duitsland na, “Het is niet zo dat we de rekeningen niet betaald hebben,” pauzeerde ze even om dieper na te denken, “Het is meer dat die bedrijven onze mogelijkheid ze te betalen in twijfel trekken.”
“En waarom doen ze dat?” vroeg Bobbert gespannen.
“Nou ze accepteren onze IOU´s niet.”
“Jullie wat?” probeerde Bobbert zo geduldig mogelijk te vragen.

Duitsland zuchtte. Ze wist dat Bobbert van der Gal hier moeilijk over zou doen.
“Zijn dat soms die papieren blaadjes die door het hele huis zwerven?” riep Bobbert, een paar toiletpapierblaadjes van de grond rapend. Vol met koffievlekken. Hij kneep zijn oogleden samen en hield het papiertje bij stoffig licht.
“I.O.U,” las Bobbert, “I, America, Owe u 7 dollar 30 cents, payable on…”
“Oh die is van mij,” zei Italië, het uit zijn landen grissend.
Bobbert draaide zich om, en pakte een stapel van dezelfde IOU’s van onder de bank. “I, America, owe…”
“Oh die is ook van mij,” griste Italië die ook uit zijn handen.
Bobbert keek geïrriteerd. “Lekkere georganiseerde boekhouding, Italië.”
Italië snoof en keek schichtig heen en weer. Hij legde de IOU’s onder de huistelefoon.
“Bemoei je met je eigen zaken,” mompelde hij.

“Waarom proberen jullie ze niet met echt geld te betalen?” probeerde Bobbert weer geduldig te vragen, maar aan het zure gezicht van Duitsland te zien klonk zijn stem waarschijnlijk weer druipend van minachting. Oh Bobbert van der Gal, wanneer leer je toch iedereen niet zo op de zenuwen te werken! HAHAHAHA!!!
“Omdat het geld vast zit in veel lucratievere investeringen,” bromde Duitsland, “Dus. Die IOU´s hebben een fantastische return of investment. Amerika geeft rente. En hij staat er persoonlijk garant voor. En trouwens, we hebben alle problemen al opgelost,” ging ze nu over in trotse stem, “Het water halen we uit de sloot en koken we. En voor de stroom hebben we dat aggregaat aangesloten.”
“De uitlaat loopt via China’s kamer,” grinnikte Frankrijk, maar Bobbert snapte blijkbaar niet hoe lollig dat was. Hahaha het was ook zo’n humorloze zuurpruim!
“Problemen opgelost?? En als de benzine voor dat ding op is?? Dat kost ook ECHT geld, idioten!”
“Dan doen we gewoon zuinig met wat we hebben,” zei Duitsland zuinigjes. Jezus wat had zij een hekel aan Bobbert van der Gal. Ze hadden genoeg benzine voor twee weken op de camping, man, dat zou hier nog jaren mee kunnen gaan. Dit is thuis.

Bobbert masseerde zijn slapen.
“En als jullie nou nieuw geld even opzij zetten?”
“Welk nie…” begon Frankrijk, totdat een pets op zijn achterhoofd van Duitsland hem het zwijgen oplegde.
“Daar zijn we allang mee bezig,” zei Duitsland. Bobbert keek achterdochtig Frankrijk aan.
“Hoe precies… mee bezig?”
“Brieven schrijven aan onze familie,” mompelde Frankrijk.
“Griekenland is ons geld schuldig,” zei Duitsland, “Hij kan al een tijdje de huur voor zijn kamer niet betalen. We vragen aan onze familie of ze het even kunnen voorschieten totdat het weer beter gaat.”
“Even?” vroeg Bobbert, “Totdat het weer beter gaat?”
“Het gaat nu niet zo goed met Griekenland,” zei Duitsland.
“En wanneer zou het precies weer goed moeten gaan met Griekenland? Het is een LIJK!” riep Bobbert.
“Hij ziet een beetje bleek,” beaamde Frankrijk in zoverre.
“HET IS EEN SKELET!” gilde Bobbert.
“Ja, nou, ja,” reageerde Duitsland een beetje geprikkeld. Wat wilde die Bobbert nou?
“Wil je ons dat soms aanrekenen? Is dat ook onze schuld?”
“Oh nee,” zei Bobbert beheerst, om daarna in woede te ontsteken: “HET WAS AL EEN SKELET TOEN JULLIE HEM ALS HUURDER ACCEPTEERDEN!”
“Dat laat gewoon zien dat we goede mensen zijn die wat over hebben voor onze medemens,” zei Duitsland gepikeerd.
“Uhuh,” zei Bobbert, “Daarom hebben jullie hem opgegraven. En zijn gouden tanden verwijderd. En sommige van zijn botten vermalen om er lijm van te maken om te verkopen aan Italië.”
Italië snoof zijn neus door en keek op.
“Wat?” Hij veegde nerveus zijn neus aan zijn mouw.
Bobbert griste een van de brieven van de tafel en verslikte zich na een stukje gelezen te hebben.
“JULLIE GAAN DE FAMILIE VAN GRIEKENLAND VRAGEN OM HET GELD TERUG TE BETALEN??” riep hij uit na wat hoesten.
“Nou hij had de kamer,” zei Duitsland. Ze kreeg gewoon weer zin het huis in een lesbische commune te veranderen zodat ze Bobbert eruit kon smijten.

Bobbert verpropte de brief en gooide hem achter zijn schouder weg.
“Ander plan,” dreigde hij, “Jullie salarissen.”
“Welke sa…” begon Frankrijk tot hij weer een klap tegen zijn achterhoofd kreeg van Duitsland. Nu begon dat te storen.
“We hebben wat beters,” zei Duitsland, “IOU´s, daarmee…”
Bobbert balde zijn vuisten. “Probeer het heel snel weer over salarissen te hebben.”
“We verdienen meer. Met een andere baan,” zei Frankrijk. Bobbert keek hoopvol op, maar zakte in de wan ervan toen Frankrijk de woorden “rente” en “Amerika staat er garant voor” weer begon te gebruiken.
“Jullie worden BETAALD met die IOU’s? Hoe? Door wie??”
“Yes thanks you,” zei China, zwaaiend. Uit reflex zwaaide Bobbert terug.
“Ik verkoop hem gebreide onderzetters, die vind China heel mooi,” zei Duitsland.
“Oh most beautiful, very pretty, I like to buy from my friends Germany and France,” zei China blij.
“Ik maak poppetjes van kurk,” legde Frankrijk uit. “Most pretty,” knikte China diep beleefd buigend.
Bobbert knarste zijn tanden zo komisch hard dat een stuk kies leek te kraken!
“Wat… Is… Er gebeurd… Met jullie echte banen?” sliste hij door zijn malende gebit heen.
“Nou die verdienden natuurlijk lang zo goed niet,” mopperde Duitsland. Het irriteerde haar hoe weinig Bobbert van economie begreep.
“We hebben ons huishouden gemoderniseerd. In plaats van onze ruggen te slopen voor ons dertigste levensjaar doen we nu aan dienstverlening,” legde Duitsland uit.
“Dat past ook beter bij onze opleidingen.”

Dat moest Bobbert beamen. Duitsland was al drie jaar bezig met een scriptie over de rol van de afmetingen van voeten in de kunstgeschiedenis, en Frankrijk studeerde toegepaste astrologie in dierenpsychologie. Daar paste dit soort ONZIN ZEKER BETER BIJ. Hij greep zich bij zijn hoofd.
“China,” hijgde hij, “Jij had toch een goeie baan?”

China verdiende vroeger een aardig centje bij door in de avonden te werken in een chinees restaurant. “Oh no time,” zei China echter blij.
“No time?” vroeg Bobbert Sip.
“No, I has to do America’s homework now,” zei China ernstig, “Most serious business. America pay a lot more, with IOU’s. They have interest, and America’s told me he is good for it!”
Bobbert keek gefrustreerd weg, recht in de uitdrukkingsloze holle ogen van Italië. Bobbert opende zijn mond, maar sloot hem snel weer. Hij was al sip genoeg.
Bij het omdraaien keek hij naar Nederland, die een beetje zat te grinniken achter de computer om de andere landen.
“En jij, Nederland?”
“Ik ben tenminste niet werkloos,” zei deze minzaam, “En mijn financiën zijn op orde.”
“Je hebt helemaal geen baan,” zei Frankrijk.
“Omdat ik arbeidsongeschikt ben,” zei Nederland gekwetst. Hij had onwijs last van misselijkheid soms en soms had hij hoofdpijn.
“En jij geeft ook al jarenlang meer geld uit dan je binnen krijgt,” zei Bobbert.
“Ja maar minder! Zij!!” wees Nederland, “Zij geven pas geld uit; moet je zien, is niet normaal! Laat mij lekker met rust!”
Hij draaide zich boos om en klikte extra hard met zijn muis op zijn virtuele boerderij.
Bobbert snoof twee keer diep door zijn neus. God wat had hij een hekel aan Nederland. Heiligste pater van de klas omdat hij alleen maar het topje van zijn lul in een koorknaapkont had.

“En die feestjes,” zei Bobbert, “Die worden ergens van betaald. Toch?”
“Ja,” wuifde Duitsland weg, “Maar dat zijn vaste lasten.”
“Alle toffe mensen komen naar onze feestjes,” zei Frankrijk, “En sommigen hebben rijke ouders. Als je gaat bezuinigen op feestjes dan gaan ze misschien ergens anders naartoe. Dat is gevaarlijk.”
Die logica ontging Bobbert.
“Geven ze dan geld?”
“Nou…” mijmerde Duitsland, naar het plafond kijkend, “Soms lenen ze ons bier.”
“Tegen een bescheiden rente,” zei Frankrijk, “Echt heel redelijk.”
“Wat?? Dat klinkt alsof je jezelf laat gangbangen voor het privilege NOG een keer gegangbanged te mogen worden!” riep Bobbert boos. Het was even stil, tot Italië hard begon te snikken en zijn gezicht afwendde.
Frankrijk en Duitsland keken ongemakkelijk weg, Bobbert ongemakkelijk naar Italië.

“…Hoe dan ook,” zei hij, een beschimmelde driekwart pizza oppakkend uit een doos, “Volgens mij kun je er dan nog steeds op bezuinigen zonder dat…”
Hij keek naar Italië, die zich in een foetuspositie had opgerold en schokte bij geluidloos snikken.
“Oh dat hoeft niet,” zei Duitsland.
“Amerika betaald dat,” zei Frankrijk, “Hij staat er garant voor.”
“Waarvan!!” riep Bobbert.
“Weet je nog die baan die Afrika had?” zei Frankrijk.
“Afrika had wat schuldenproblemen,” ging Duitsland verder, “En dat heeft Amerika opgelost. Hij heeft met Afrika afgesproken dat hij zijn baan zou krijgen, anders zou Afrika het huis uit moeten.”
“Waar is Afrika nu eigenlijk?” vroeg Bobbert. Duitsland en Frankrijk keken elkaar aan. Wat bedoelde hij daar nou weer mee?
“Weg,” zei Frankrijk natuurlijk.
“En Amerika heeft Afrika’s baan?” vroeg Bobbert, zijn gezicht masserend met een hand.
“Ja natuurlijk,” zei Duitsland, “Hij had schuldenproblemen. Dat moest opgelost worden,” verduidelijkte ze. Luisterde Bobbert niet ofzo? Volgens haar begreep hij niet hoe ernstig dat soort dingen kunnen zijn.

Bobbert begon zich nu echt zorgen te maken. Afrika’s baan was leuk, een beetje de zeehonden doodknuppelen op het eiland om er jassen van te maken, maar zeehonden raken op. En zo modieus vond de wereld die jassen niet meer, ook.
En Amerika… Amerika was nergens goed voor. Die lompe klootzak verbraste al jarenlang geld als een onverantwoordelijke gek. En blijkbaar begon die mafketel besmettelijk te worden. Oehhhhh wat had hij een hekel aan Amerika!! Hij begreep maar niet waarom Amerika zo populair was en hij niet. Hahaha misschien omdat Amerika niet zo’n zuurzeur was! GO AMERICA!!
Anyhoo, Bobbert greep een stapel financiele papieren van de tafel.
“Ik ga dit uitzoeken,” siste hij, “En jullie houden je koest.”

TWEE UUR LATER

“Holy shit,” mompelde Bobbert, de papieren voor zijn neus weer op zijn bureau leggend.
“Het is erger dan ik dacht.”

Lachband: HAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHA

HET EIND!

Kijk ook naar aflevering twee, waarin Bobbert moeilijk gaat doen tegen Amerika!! Zal Amerika zijn excuses aanbieden en stoppen met die ondeugd te zijn zoals we hem allemaal kennen?? Oooohhh… HAHAHA! Oh America, you are something else!! BLIJF KIJKEN!

15 responses

  1. Ik vind dit ook niet kunnen. Waarom wordt er altijd weer zonodig de draak gestoken met dat allerschattigste Limburgse dorpje ? Moet dat nou echt ? Wat hebben de inwoners van Amerika jou ooit misdaan, Kippfest ? Huh ? Huh ?

  2. Inderdaad. IK HEB BRONNEN. Hoe waar die zijn mag god weten, maar dat is het voordeel van dit soort shit schrijven: “Ja nee maar het is satire. Het overdrijft natuurlijk, ook met de tijdsgeest. Het schildert een plaatje van het hele debat. Dat niet? Nee natuurlijk niet! Het ontbreken daarvan, dat is dit stuk belachelijk aan het maken!”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *