Stijloefeningen (95) – Martin Bril

Centraal Station. Iedereen gaat er naartoe, niemand moet er zijn. Behalve om verder te reizen. Ik stap uit de bus, lijn 21.
Van Geuzenveld naar Centraal Station.
Mijn zoon slaapt in zijn kinderwagen. Eindelijk.
Het is druk op het plein, en toch heerst er een rust. De mensen zijn met zichzelf bezig. Kop in de kraag, ogen op de eigen voeten.
Het miezert en het waait.
Ik ben op weg naar de Openbare Bibliotheek. Om stijloefeningen van Raymond Queneau te lenen. Ik loop over een houten plank langs bouwputten.
Amsterdam ligt altijd wel ergens open.
Voor de bibliotheek word ik staande gehouden door een vrouw. Het is een mooie vrouw. Met dik krullend haar, zwart als schoensmeer.
Ze vraagt of dit het postkantoor is. In het Engels, met een Frans accent.
Ooit stond hier inderdaad het postkantoor. Alles verandert constant. Wat is, verdwijnt. Daar kun je donder op zeggen.
Ik wil haar vertellen dat dit de bibliotheek is, maar haar aandacht wordt getrokken door iets wat achter haar plaatsvindt. Ik kijk over haar schouder en zie een roestige, grijze Renault 21 achteruit rijdend wegrijden.
Ze draait zich weer naar me toe en glimlacht. Ze laat mij een briefje zien.
Raadhuisstraat, lees ik.
Maar net als ik wil zeggen dat ze daar moet zijn, draait de vrouw zich om en rent ze weg. Naar de roestende Renault.
Wonderlijk.
Boven op de tweede. Bij de Q. Wel veel Queneau, geen Stijloefeningen. Zul je altijd zien.
Ik raadpleeg de computer. Stijloefeningen is wel aanwezig.
Ik roep de hulp in van een medewerker, een schuchtere jongen met zo’n Noorse trui die Mart Smeets aantrekt als hij over schaatsen moet praten. Maar dan niet echt. Vermoed ik. Het verschil kan ik niet zien.
Hij zoekt met me mee. Maar vind niks. Hij raadt me aan een mail naar het magazijn te sturen. Die hebben nog wel een exemplaar.
Ik mail.
Mail terug: Stijloefeningen moet liggen waar het hoort te liggen.
Tsja.
Op het Bos en Lommerplein koop ik babyschoentjes voor mijn zoon. Hij had nieuwe schoenen nodig. Zo zie je maar weer.
In de verte sterft een reiger.

3 responses

  1. Als Bril hier ter plekke bezwaar kwam maken tegen die tekst, dat zou toch wat zijn. Maar hij checkt vast niet zo vaak zijn Twitter mentions als Dijkshoorn.

  2. Als ik Bril was, zou ik hier geen bezwaar tegen maken. Wel heb ik een suggestie. Kun je er niet een stuk of 150 maken, zodat we straks kunnen kiezen welke erin komen en welke niet? (Ik ga er gemakshalve maar vanuit dat je het in boekvorm uitbrengt. Zou ik wel doen in ieder geval.) Ze worden steeds beter.

  3. Ja, die 99 van Queneau is natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar voor Molovich op een goede dag zegt dat natuurlijk helemaal niks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *