Overstag

Afgelopen woensdag was ik op de braderie te Dirkswoud (ik meen dat die gehouden wordt om het toerisme op peil te houden) en aan het tweedehands boekenstalletje kocht ik De zedeloosheid van Dirkswoud, en andere onthullingen over West-Friesland in de negentiende eeuw van J.G. ten Padt. Het boekje is van 1976 en kostte maar 4 euro.
Jan ten Padt (geboren in 1930 te Dirkswoud) was onderwijzer op de R.K. Lagere School St. Clara, en later was hij leraar geschiedenis aan het Murmellius Gymnasium te Alkmaar. Ook was hij een groot reiziger, die landen als Rusland, Mongolië, Uruguay, Zwitserland aandeed. Hij schreef over al die landen boekjes, en natuurlijk schreef hij ook boekjes over de negentiende eeuw.
Het boekje bevat geen hoogstaande literatuur, het staat vol met zinnen zoals deze: ‘Opmerkelijke uitspraken voor een eenentwintigjarige jongedame!’ of deze: ‘Gaarten heeft de dagen geteld. Geen wonder!’ Toch leest het boekje vlot weg. Het heeft twaalf hoofdstukken. Die hoofdstukken gaan over dingen als Een luchtreis, het eerste SF-boek in Nederland, geschreven door de Dirkswoudenaar Johan Cromtepaert in 1803. Een ander hoofdstuk beschrijft hoe twee Haagse jongeheren, tijdens hun voettocht door Nederland in 1824, Dirkswoud aandoen, ruzie maken omdat de herberg waarin ze terecht komen onder de vlooien zit, ze naar de plaatselijke notabelen gaan, die er de plaatselijke politie op afsturen en de herbergier arresteren. Weer een ander hoofdstuk gaat over de walvisjacht nabij Groenland (‘Nu nog herinneren de walviskaken die bij sommige boerderijen in Dirkswoud de toegang tot het oprijpad markeren, aan deze periode uit onze geschiedenis’).
Maar het mooiste hoofdstuk is toch wel Ondeugende impressies van een deftig burger: Fysiologie van Dirkswoud. Die fysiologie – eerder waren er al fysiologieën van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam verschenen – verscheen in 1846, en was geschreven ‘door een Humorist’. Uitgeverij onbekend, drukkerij ook onbekend, dus de autoriteiten hadden er geen grip op.
In 1848 zou het overal in Europa misgaan (denk maar aan de Parijse Commune). Zo ver ging het in Dirkswoud niet. De ondeugendheid van die impressies ging in die gezapige tijd voornamelijk over de hogere heren, die ‘een walg hebben van Hollandsche zeden en Hollandsche taal. Hollandsche munt is hem echter altijd welkom, al is hij er niet altijd even goed van voorzien’.
Dit stak natuurlijk die hogere heren, die het boekje recenseerden als ‘zedenloze quatsch’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *