Mijn avonden met Piet Mondriaan [fragment] 2


Iemand zei eens dat Piet voor ‘het gewone doen’ altijd een verdieping te hoog leefde, en daar zat beslist een grond van waarheid in. Het triviale alledaagse leven met z’n gebabbel over koetjes en kalfjes kon hem maar weinig boeien, hoewel soms een bepaald aspect zijn aandacht ving, waar hij dan commentaar op leverde vanuit een onverwachte invalshoek. Zo raakte hij eens op een avond ontstemd over het feit dat een schildersezel een ezel werd genoemd, terwijl zo’n voorwerp toch overduidelijk niet op een ezel leek. Want een ezel had een kop, een staart en oren. Wijzend op zijn eigen ezel riep hij: Zie jij ergens oren of een staart? Wat een onzin! In een poging door te dringen tot zijn gedachtenwereld merkte ik op dat taal een eigenaardig medium was waarin de dingen soms anders waren dan ze op het eerste gezicht leken, en ik eens een kerk had bezichtigd waarvan het ‘middenschip’ me weinig zeewaardig had geleken en de ‘zijbeuken’ niets van bomen hadden weggehad, maar daarop keek hij me slechts meewarig aan en deed er het zwijgen toe. Kennelijk vond hij dat dat er niets mee te maken had, of misschien wist hij niet dat kerken onderdelen bevatten die met ‘middenschip’ en ‘zijbeuk’ worden aangeduid. En zo was het eigenlijk altíjd met Piet: dat je nooit precies wist waar je met hem aan toe was. Maar dat maakte hem nu juist zo boeiend. Leven en werk liepen bij hem naadloos in elkaar over. Zo weerspiegelde zijn minachting voor het aardse en streven naar het hogere zich in een sterke afkeer van het wonen op de begane grond. Toen ik hem leerde kennen had hij net een kamer op straatniveau betrokken. Hij was daar erg ongelukkig mee en benadrukte voortdurend dat het een tijdelijke oplossing was. Toen hij enige maanden later een kleine etage op de eerste verdieping kon huren was hij dan ook merkbaar opgelucht. Hij zou in zijn verdere leven nog vele malen verhuizen en ieder nieuw adres bevond zich op een hogere verdieping dan het vorige. Het verbaasde me dan ook niet dat hij uiteindelijk in New York belandde, waar zich in die tijd immers de hoogste gebouwen ter wereld bevonden. Europa was gewoon te klein voor hem geworden, of beter gezegd: niet hoog genoeg.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *