Mijn avonden met Piet Mondriaan [fragment 1]

Ach, men moet zich realiseren: het waren hele andere tijden. Radio en televisie bestonden nog niet, om over andere dingen maar te zwijgen, je moest zélf moeite doen om de tijd door te komen.
Ik ontmoette Piet – naar later bleek – aan het einde van zijn bomenperiode. Op een expositie van mijn werk kwam hij naast me staan toen ik de lichtval op het schilderij ‘Twee Bomen’ bestudeerde en zei gedecideerd: Dat is er één te veel!  Hij bedoelde dat één boom wat hem betreft wel genoeg was. En zo raakten we in gesprek. Zelf was hij begonnen met het schilderen van hele bossen, maar gaandeweg had hij het aantal bomen gereduceerd tot slechts één en deze laatste boom was hij al aan het abstraheren om hem los te maken uit de banaliteit van de zichtbare werkelijkheid als zodanig en te verheffen tot… boven… Hij had geloof ik niet veel met Schopenhauer, maar volgens mij probeerde hij de essentie van diens Wereldwil direct op het canvas tot uitdrukking te brengen, dus zonder tussenkomst van haar natuurlijke, stoffelijke verschijningsvormen. Hij had hele theorieën over de toekomst van de schilderkunst en daarover discussieerden we dan savond’s diepgaand op zijn zolderkamer. Hij was altijd erg serieus en als ik dan af en toe eens een relativerend grapje maakte kon hij daar niet om lachen. Nee, zijn gevoel voor humor was niet bijzonder sterk ontwikkeld. Zo betoogde hij eens naar aanleiding van zijn ‘Losangique met grijze lijnen’ uit 1918 dat het punt, op zichzelf visueel gezien, ons hoogstens iets zei door z’n lichtende verschijning en op zichzelf niets uitbeeldde, ook geen verhouding en onze individualiteit niet teniet kon doen. En dat deze individualiteit aldoor vorm creëerde, zelfs daar waar ze niet direct verscheen. Dat we echter geen punt zagen, maar punten. En dat deze punten vormen creëerden en dat tussen twee punten een beeldende lijn optrad en tussen meerdere punten meerdere lijnen. Luchtig merkte ik op dat ik vond dat hij daar een punt had, maar me toch het gevoel bekroop dat we niet helemaal op éen lijn zaten, hoewel het te ver ging om te beweren dat onze standpunten zich lijnrecht tegenover elkaar bevonden. Er kon geen glimlachje af en hij begon omstandig het hele geval opnieuw uit te leggen omdat hij dacht dat ik het niet begrepen had. En voor je het wist was het dan elf uur en deed de hospita het licht uit.

4 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *