Lieve jongens en meisjes

Het beest inside

Ja, lieve jongens en meisjes, het was waar wat Burak schreef in zijn brief: Tom was al weken niet thuis geweest. Ook zijn familie en vrienden in Gentbrugge hadden niets meer van hem vernomen. Jullie vinden dat misschien vreemd, maar voor degenen die Tom wat beter kennen was het niets nieuws. Het gebeurde wel vaker. Dan leek hij even volledig van de aardbodem verdwenen. Een paar maanden later kwam hij altijd weer tevoorschijn alsof er niets was gebeurd. De eerste paar keren vroegen zijn vrienden nog waar hij had uitgehangen. Maar toen duidelijk werd dat Tom er niets over kwijt wilde, stopten ze daarmee. Eigenlijk maakte het ook niet uit. De uitstapjes leken hem goed te doen, dat was het belangrijkste. De soms wat al te ernstige blik in Toms ogen maakte plaats voor een zekere joie de vivre. Je kon dan echt met hem lachen. Iedereen genoot van de nieuwe Tom. Keer op keer.

Toch wil ik hier wel even een tipje van de sluier oplichten, jongens en meisjes. Al zal Tom het me niet in dank afnemen. Voor het verhaal van Tom is het namelijk wel relevant. Het geeft wat meer inzicht in wie Tom is. Jullie kennen hem als een verstandige jongeman die zijn medemens graag een helpende hand biedt. Mind you, hij is zelfs helemaal naar Nederland gekomen om ons te behoeden voor een al te beperkt wereldbeeld! Daar wil ik niets op afdingen, jongens en meisjes. Tom doet zijn best en zijn bedoelingen zijn goed en oprecht. Maar zoals zo vaak is er ook een down side. De mens is nu eenmaal geen rationaal wezen. Niet alleen maar, in ieder geval. Als je jezelf dwingt tot een fatsoenlijk en verstandig leven, moet je daarvoor een prijs betalen. Dat is een wetmatigheid die al zo oud is als het leven zelf. Jezus Christus had ermee te maken, Ron Brandsteder, en dus ook Tom.

Tom wist dat zelf maar al te goed, lieve jongens en meisjes. Veel had hij niet van zijn psychologiestudie onthouden, maar dat wel: als je je onwelgevallige driften en verlangens onderdrukt, dan komen ze altijd weer ergens naar boven. Soms pas een halve eeuw later, maar het effect is er niet minder om, integendeel! Daarom nam Tom af en toe een ‘sabbatical’, zoals hij het zelf noemde. Hij nam dan even volledig afstand van het leven dat hij leidde en probeerde in contact te komen met het beest dat in hem leefde. Of liever gezegd: het beest dat hij wás, maar dat hij in toom moest houden om een normaal leven te kunnen leiden. Door het beest af en toe vrij te laten, rekende hij af met de psychische rotzooi die zich in hem had verzameld. Het was een reinigingsproces.

Bij zijn eerste sabbaticals ging het er nog gemoedelijk aan toe. Hij sloot zich op in zijn kamer met als enige compagnon een opiumpijp. Maar al snel kwam Tom erachter dat hij het rigoureuzer moest aanpakken om een blijvend effect te sorteren. Zo werden zijn uitstapjes gaandeweg een open retour naar de zelfkant van het leven. Hij sleet zijn dagen grotendeels op straat, nam grote hoeveelheden crack en heroïne tot zich en at soms weken niet. Het idee daarachter was dat hij daarmee zijn ‘natuurlijke barrières’ zou afbreken. Ja, lieve jongens en meisjes, vraag mij niet of het een gangbare aanpak is, maar het leek te werken. Al na drie à vier weken kwam de rotzooi naar de oppervlakte: angst, lust, woede en meer van dat soort zaken. Maar vooral heel veel woede. Waar het vandaan kwam wist hij niet, maar dat het eruit moest, daar was hij zeker van. En wel zo snel mogelijk. Daarom botvierde hij zijn woede doorgaans op toevallige voorbijgangers. Of hij zette zijn tanden in een zwerfkat. En soms kwam de woede ook naar buiten in de vorm van zelfdestructie. Dan spoot hij zich vol met een naald die hij van een junk had gejat of daagde hij krachtpatsers uit waarvan hij zeker wist dat hij het zou verliezen. Af en toe koos hij voor de makkelijke weg door zichzelf van een viaduct te gooien. Daarna zocht het beest dan bloedend zijn slaapplek weer op, een stuk karton tussen het struikgewas van een stadspark. Het beest voelde zich thuis tussen het ongedierte.

Het was balanceren op de rafelranden van het leven, lieve jongens en meisjes. Tom genoot van het gevoel dat hij elk moment kon afglijden naar een bestaan in de marge, of meer definitief: de dood. En hoe dieper hij zichzelf onderdompelde in de zelfkant, hoe groter de euforie als hij zijn gewone leven weer oppikte. Het gaf hem een machtig gevoel. Alsof het leven een pop was waarmee hij kon doen wat hij wilde. Door aan de juiste touwtjes te trekken kon hij de pop laten dansen als een malloot, maar als zijn pet ernaar stond kon hij hem ook vertrappen als oud vuil. Ja, jongens en meisjes. Zo had Tom zich met zijn sabbaticals verheven tot een soort God. Een God van zijn eigen mini-universum weliswaar, maar een God nonetheless. En op een of andere manier speelde hij het klaar om dat mini-universum strikt gescheiden te houden van zijn gewone leven. Hij handelde zijn misdaden altijd netjes af.

Behalve die ene keer in Antwerpen. Tijdens een van zijn sabbaticals werd Tom verliefd op een meisje dat haar diensten aanbood in het Schipperskwartier. Elke avond nam hij rozen voor haar mee. En stiekem maakten ze plannen om er samen tussenuit te knijpen. Totdat haar vriend erachter kwam. Om een lang verhaal kort te maken: het liep uit op een worsteling in een kroeg waarbij Tom een mes tussen de ribben van de vriend stak. Ook het hoertje heeft het niet overleefd. En dat, lieve jongens en meisjes, was waarschijnlijk de echte reden voor Tom om naar Nederland te komen. Mensen hadden het beest gezien. Het was daarom beter even een low profile te houden.

Ja, kindertjes, nu weten jullie het. Het is geen leuke geschiedenis, maar misschien wel nuttige achtergrondinformatie bij de verhalen van Tom. Doe ermee wat je wilt.

Veel wijsheid en kracht toegewenst.

De verteller

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *