De dood van Dr. Rat

Dr. Rat de punker des vaderlands is weer springlevend. Op 29 juni werd zijn dood herdacht, voornamelijk door de lancering van het jongste boek van journalist Martijn Haas die zich aan zijn biografie heeft gewaagd, nadat hij vorig jaar een boek aan de knotsgekke kunstenaarsgroepering Stads Kunst Guerilla had gewijd. Over beide weet ik toevallig het een en ander. Mijn twee beste vrienden waren destijds zijdelings betrokken bij de SKG, en zijn degene die Dr. Rat dood hebben gevonden. Het ging zo.

De avond voor zijn dood was er een pandvergadering in de Uilenburg waar besloten werd dat alle junks het pand uit moesten. De jas die Martijn Haas draagt op de foto’s, een stoer leren jack met opschrift, droeg Rat al een tijdje niet meer. Hij was een bomberjack gaan dragen, zo’n groen van buiten oranje van binnen, zoals de Disco’s droegen – net als die van de skins later maar die waren zwart en oranje. In die tijd matten Disco’s en Punkers met elkaar moet u weten. Hij had genoeg van punk. Hij wilde de punks tegen het zere been schoppen, de provocateur die de provocateurs provoceerde. Volgens de overlevering had Ivar op die vergadering in de Uilenburg de fles methadon geheven met de toast ‘alle junks het pand uit’. Zijn laatste woorden waren overigens: “Willen jullie mij nooit meer met mijn kop in de WC laten liggen?” Hij was eerder ‘s nachts al kotsend out gegaan in de WC en kwam toen met deze woorden weer de kamer in.

David en de Adeldude woonden toen in een zelfgebouwd boomhuis op het Waterlooplein. Het Waterlooplein zat between jobs, dwz, de buurt was compleet gesloopt voor de bouw van de Stopera en de rommelmarkt was verbannen naar de Valkenburgerstraat. In die plaats strekte zich een dorre zandvlakte uit met hier en daar de oude iepen er nog in, als verbaasde doch waardige getuigen van het geweld om hen heen. En natuurlijk de Kinderkeet van Cocky, die helegans geen kinderkeet was maar een hangplek voor volwassen kunstenaars. In een van die grote iepen hadden David en de Adeldude een huis getimmerd waar ze werkelijk in woonden. Op die bewuste 29 juni troffen ze vriendin wijlen Liesbeth Wegman op de koffie bij de Kinderkeet.

Zij vertelde dat Dr. Rat die nacht bij haar had aangeklopt – dat deed hij wel vaker, Liesbeths huis was een van de plekken waar hij ‘s nachts kon neerstrijken, als het op zijn route lag – en op een matras naast de bank out was gegaan. Misschien was hij wel bevriend met een van de kinderen van Liesbeth (en van Peter Verstegen), dat weet ik niet. Toen ze ‘s ochtends vertrok was hij nog niet wakker. David en de Adeldude kunnen tot de dag van vandaag niet uitleggen hoe dat kwam, want vroeg wakker worden was zeker geen hobby van Dr. Rat, maar zij voelden dat er iets niet klopte. Zij besloten poolshoogte te gaan nemen. Liesbeth, die dat eng vond worden, zou wel in de Kinderkeet wachten. Zij gaf hen de sleutel mee.

Ze liepen naar het huis op de Plantage en gingen door de gang rechtstreeks naar de woonkamer, waar ze ook anderen aantroffen die op matrassen op de grond lagen te maffen (Liesbeths dochter J. was er in ieder geval, en ene Walter). Ze zagen hem acuut. De jongens beseften meteen dat hij dood was. Zijn huid lag onder de vlekjes, kleine blauwe vlekjes. David raakte hem aan. Hij gaf geen sjoegge. Dr. Rat lag dood bij Liesbeth Wegman, op een matras onder het raam.

Moniek V. die zich op dat moment ook bij de Kinderkeet ophield, vond het lang duren en kwam ze achterna, met Liesbeth in haar kielzog. De politie werd gebeld, en de ziekenbroeders. Met twee man stonden de agenten in de woonkamer. “We zullen de ouders maar bellen”, zei de een. Waarop de Adeldude bezwaar maakte: “Is het niet gebruikelijk om iemand in een uniform persoonlijk langs te sturen?” De agent mompelde. Daar had hij nou geen trek in, zo’n wijsneus die hem kwam vertellen hoe hij zijn werk moest doen. Hij belde en kreeg de moeder van Ivar (zo heette Dr. Rat in het echt) aan de lijn: “Goede morgen, ik heb uw zoon hier.” De moeder was het gewend, Ivar werd om de haverklap opgepakt. Dan: “Nee nee het is niet wat u denkt, hij is dood.” “WAT ZEGT UUU??!!” klonk het oorverdovend tot buiten de hoorn, die oom agent in een reflex van zijn oor had verwijderd.

Op dat moment stormde Suzan de kamer binnen, een punkmeid met het obligate hooggetoepeerde peroxydehaar, waar Ivar na lang aandringen “hem een keer in had gehangen”. Ze zeeg neer bij het lichaam en weende hartstochtelijk: “Ik ben de weduwe van Dr. Rat”, iets waar later Ivars ouders in meegingen; ze wisten toch niet wat hun zoon uitspookte laat staan met wie hij wat had – of niet.

De hele kamer werd overgenomen door rechercheurs en politie. Liesbeth, David en D. trokken zich terug in de keuken. Zij lieten de ouders van Ivar binnen. Vader was een sterke man met een gedrongen postuur. Hij vloog Liesbeth aan en greep haar naar de keel: “Je hebt mijn zoon vermoord!” Een agent sprong ertussen. Ivar lag nog steeds op het matras onder het raam, naast hem was een lange bank, waarop ik later veelvuldig heb gezeten om te ouwehoeren met Liesbeth, onwetend van de beladen geschiedenis. Liesbeth heeft me steevast dat verhaal over Dr. Rat verteld, zoiets meen ik me vaag te herinneren. Maar daar had ik destijds niet naar geluisterd; die hele Dr. Rat boeide mij totaal niet, ik was te egocentrisch, teveel bezig met mijn eigen grootse projecten om mij te interesseren voor beroemdheden. Op die bank zaten dus zijn ouders en Suzan. De moeder aaide Ivar over zijn hoofd. Persoonlijke bezittingen werden op de koffietafel uitgestald. Tussen al die spulletjes lag een tientje, een guldentientje, knalblauw, en even later lag het er niet meer. De politie werd hysterisch: “WAAR IS DAT TIENTJE? HIER LAG EEN TIENTJE!” De aanwezigen hadden geen idee, niemand had opgelet. Achteraf bleek dat J. dat tientje had gepakt en daarmee naar de koffieshop gegaan om hash te kopen. David en de Adeldude hebben de hele dag daar gezeten, tot 19 uur minstens, om Liesbeth te steunen. Uiteindelijk gingen zij weg. Het lichaam werd vrijgegeven en meegenomen door een uitvaartonderneming.

Op Ivars bureau in de Uilenburg werd een tekening gevonden die hij gemaakt had. Een vel in vieren verdeeld, met in elk vak was een figuur met Oostindisch inkt getekend: James Dean, Marilyn Monroe, Sid Vicous met daaronder hun naam, geboorte en sterfdatum. Rechtsonder een zelfportret met als opschrift: “Ivar Vičs, 1960 – … Live Fast Die Young”. Die tekening was geknipt voor een overlijdensadvertentie, die zijn vrienden wilden plaatsen. Helaas werd die door alle kranten geweigerd. In die tijd was het nogal oubollig in uitvaartland – het is uiteindelijk David geweest die daar verandering in heeft gebracht toen hij vroeg in de jaren negentig zijn begrafenisonderneming stichtte. Uiteindelijk heeft het Parool dat toch maar gedaan, dat plaatsen van die advertentie, voor 5000 gulden. Liesbeth heeft de opdracht daartoe gegeven terwijl zij, zoals de rest van het troepje, geen cent te makken had. Jaren is ze achterna gezeten door de schuldeisers.

David en de Adeldude hebben op het Waterlooplein nog gecollecteerd voor de kosten van de advertentie, en op Westgaarde voor die van de crematie. Ze waren laat voor de plechtigheid, en hebben de afstand Waterlooplein-Westgaarde in record tempo gefietst, elk om de beurt met de ander achterop. Vooral de lange rit langs de plas had eindeloos geleken. De muziek in de aula was zo zacht dat iedereen daarover klaagde. Ivars vader is bij Sid Vicious’ My way uiteindelijk zelf naar achteren gelopen om het harder te draaien. De kist werd door de aanwezigen veelvuldig getagd. Op de weg terug namen David en Adeldude een duik in de Sloterplas.

Toen Juris Vičs, vader van Dr. Rat, in de jaren nul overleed, heeft SGK- en vuurkunstenaar Erik Hobijn hem voor de uitvaart heel opmerkelijk in gebruikt karton verpakt.

Nu lees ik dat het volgende boek van Martijn Haas over Mike von Bibikov gaat. “Oprichter van de reagering” staat op de aankondiging. Maar Mike von Bibikov was helemaal niet de oprichter van de reagering, dat was Don Bierman.

Met dank aan David en de Adeldude voor hun medewerking.

7 responses

      • Boos dat ik over ZIJN onderwerp schreef.
        Dank voor het compliment Kipp. Volgende keer iets over de Reagering. Weet je wel, van: “We beloven niets en daar houden we ons aan.”

        • Hij zal wel een beetje kwaad zijn geworden over je laatste zin, OZ. Over al het voorafgaande kan hij moeilijk kwaad zijn geworden, want dat lijkt mij toch meer ‘een goede recensie’ van zijn boek.
          Over ZIJN onderwerp schrijven: daar moet je vooral mee doorgaan! Want stel je bijvooorbeeld voor dat je niet meer over het katholicisme kan schrijven omdat Augustinus en Christopher Hitchens dat al gedaan hebben.

          • Ja dat dachten we ook, maar hij viel werkelijk op elke zin van het stuk. Niets deugde. Anders stuur je toch geen 16 mailtjes (het zijn er nu 16, still counting). Een van de mooiste verwijten was dat ik geen toestemming had gevraagd aan betrokkenen. Ik popelde om te antwoorden: “Goh, heb jij soms toestemming aan Ivar gevraagd?”

  1. Martijn moet niet zeiken. Overigens is dat wel een aanwijzing voor je relevantie.

    Ja, die kraakverhalen he. Die hebben wel wat, een aparte sfeer. Als ik lees over die vergadering dan doet me dat denken aan de beschrijvingen van Houellebecq (mijn god, hoe wordt die naam eigenlijk geschreven) over de communes en klieken uit die tijd. In principe was het anarchistisch, maar in de praktijk hadden de mooie jonge en charismatische mensen met de grootste mond het voor het zeggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *