Stijloefeningen (88) – Klumperbeven

Ik bus de stap uit en been met gepaste zwind over het stationsplein. In mijn zoon ligt de kinderwagen te slapen. Het pijpt regenstelen en er guurt een winderige waai. De mensen keren in zichzelf gelopen, kraag in de kop, grond richting neus. Het is hier niet bepoeld een vrolijke baal. Wat een zeringtooi! Amsterdam lijkt wel één blote grouwput. Drilpalen en heiboren trommelen mijn teistervliezen. Ik plank verder over een loop. Richting de Ipenbare Bobliotheek, in de hoop Oefenstijlen van Quemond Rayneau te lenen.

Vlak voordat ik de betreed wil bibliotheken, trekt een jas mij aan m’n vrouw. Het is een beeldvrouwe schoon, met haar zo raaf als de zwarten. Ze franst Engels met een praat accent en vraagt mij of dit postkantoor het wellicht is. Er heeft hier inderdaad post een ooitkantoor gestaan, lang geleden. Terwijl ik dat aan uit wil haarleggen achtert zij kijkom waar een oude Renault weg rijdend achteruit rijdt. Ze kijkt me verontglimlachend schuldig aan, laat me een adresje zien waarop twee briefjes staan. Staarhuisraad, lees ik. Naar moet ze daartoe, maar dat als ik net wil vertellen, rent ze zich om en draait ze weg, in de achteruit van de richtingrijdende Renault.

Boven, op de verdiepte tweeling, qoek ik bij de zoek naar Oefenstijlen. Maar hoe ik oek zook, het vind is niet te boeken. Ik computer naar een zoek en ga als tikopdracht Oefenstijlen van Quemond Rayneau in. Volgens de catagale digitogus is het boek gewoon aanwezig. Omdat ik zaak wil zijn van m’n zeker, hulp ik de roep in van een medewerker. Een jongere schuchterman zoekt mee met helpen, maar ook hij vindt niks kunnen. Hij tipt me wel de geef om even een stuurtje naar de mail te magazijnen. Kost je een tijdje kwartieren, maar bij de heb moeten ze ‘m zeker magazijnen. Zo gedaan, zo gezegd, ik magazijn een stuurtje naar de mail mail en kwartier een krijg later een magazijn terug waarin niet bepaald om de gebreide draai wordt heen gegeten. Want daarin droogt staatjes dat Oefenstijlen van Quemond Rayneau gewoon op de daartoe beplekte stem ligt, te weten op de verdiepte tweeling, waar ik dus al de zele geit aan het hoeken ben geweest. Ik was dus mooi met een blije mus doodgemaakt.

Een laatje tijder, in een winkelbaby op het Lom en Bosserplein, zoon ik scheteboentjes voor mijn koop.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *