Stijloefeningen (86) – Alwetende verteller

Kijk, daar gaat Max J. Molovich. Hij is net uit de bus gestapt en loopt nu achter een gifgroene kinderwagen waarin zijn zoon ligt te slapen. Zie ‘m daar toch dapper voortstappen over het stationsplein van Amsterdam. Het regent en het waait, maar Max stapt onverdroten voort. Het is een aardig ventje, ik mag ‘m graag. Hij behoort tot m’n favoriete personen in dit aardse tranendal. Hij is op zoek naar Stijloefeningen van Raymond Queneau in de vertaling van Rudy Kousbroek. Daar is hij al een tijdje naar op zoek, maar het boek is nogal gewild en nergens meer verkrijgbaar. Dus nu hoopt hij het te kunnen bemachtigen in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Dat zal ‘m niet lukken, kan ik u nu al verklappen. Alhoewel, verklappen is een groot woord. Want hoogstwaarschijnlijk weet u, zeer gewaardeerde lezer, ook al dat Max dat boek binnen dit verhaal niet gaat vinden. Als u een volhouder bent heeft u dit verhaal al zo’n 85 keer gelezen, steeds in een iets andere gedaante. Dus u weet zo ongeveer wel wat er komen gaat. Net zoals ik dat weet. Zo weten u en ik dat hij het boek vandaag niet vinden zal. En zo weten u en ik dat Max nu over een houten plank loopt, die dienst doet als een soort loopbrug over modderige plassen. En dat hij kijkt naar de modderige bouwputten en luistert naar de heipalen en de drilboren.

Vlak voordat hij de bibliotheek wil betreden, zal Max staande worden gehouden door een vrouw die in het Engels met een Frans accent vraagt of dit het postkantoor is. Het is een beeldschone vrouw, met weelderig zwart krullend haar. De vrouw heeft haar informatie uit een reisgids uit 2001. Zo zie je maar weer: er kan een hoop veranderen in tien jaar. Maar op het moment dat Max aan de vrouw wil uitleggen dat dit niet het postkantoor maar de Openbare Biblitoheek is, zal achter de vrouw een oude, grijze Renault 21 wegrijden. Achter het stuur zit de echtgenoot van de vrouw. Hij is in de veronderstelling dat zijn vrouw zo dadelijk het postkantoor binnen zal gaan en is op zoek naar een plekje om te parkeren. Hij doet dat achteruit rijdend, daarbij kijkt hij over zijn schouder met als gevolg dat hij niet ziet dat zijn vrouw zich omkeert om naar hem toe te rennen. Want dat is wat er, tot een lichte verbazing van onze dappere held, zal gebeuren. De vrouw rent weg, en zal haar echtgenoot pas een half uur later zien. Nat gerekend als een verzopen katje.

Kijk, daar is Max al op de tweede verdieping van de biblitoheek. Hij staat bij de Q van Queneau te zoeken. Daar zal hij Stijloefeningen niet vinden. Hij zal bij de P en de R kijken, en ook daar zal hij niks vinden. Hij zal voor de zekerheid op de computer kijken en daarop zal hij lezen dat het boek gewoon op de plank hoort te liggen. Maar daar ligt het boek niet. Het boek ligt namelijk heel ergens anders, namelijk tussen de esoterische zelfhulpboeken van lieden als James Redfield en Rhonda Byrne en Eckhart Tolle en hoe ze ook allemaal mogen heten. Het boek is daar neergelegd door een gefrustreerde student Franse literatuur in de 20e eeuw en zal pas in het jaar 2018 gevonden worden, want al die zelfingenomen zelfhulpzoekers zien wel dat Stijloefeningen niet thuishoort tussen de Celestijnse Belofte en De Kracht van het Nu en Het Boek Met Alle Antwoorden, maar ze zijn zo met zichzelf bezig dat het niet in ze op komt om het boek even aan een bibliotheekmedewerker te geven. Nee, ze pakken het op, geïntrigeerd door de titel, kijken het in, begrijpen niet wat ze zien en leggen het weer terug.

Maar waar was ik? O ja, Max zal zijn vraag voorleggen aan een medewerker. En de medewerker zal mee helpen met zoeken, maar ook de medewerker zal niks kunnen vinden. Want ook de medewerker weet niet dat Stijloefeningen verdwaald is. En de medewerker zal aanraden om een mail te sturen naar het magazijn, omdat die ongetwijfeld nog een exemplaar zullen hebben. En Max stuurt braaf die mail. En krijgt een kwartier later een mail terug waarin staat Stijloefeningen van Raymond Queneau gewoon op de daartoe aangewezen plek stond. Max zal een vermoeide zucht slaken. Hij zal het pand verlaten en hij zal de bus terug naar huis nemen. En in een babywinkel op het Bos en Lommerplein zal hij een paar babyschoentjes kopen. En later die avond zal hij het avontuur van die dag op vier verschillende wijzen vertellen, bij wijze van eerbetoon aan Raymond Queneau. Of eigenlijk: omdat hij dat gewoon leuk vond om te doen. Maar zodra hij die eerste vier Stijloefeningen heeft geschreven, zal Max Molovich, de goeierd, begrijpen dat er nog 95 zullen moeten volgen. Want wie 1 t/m 4 zegt, moet ook 5 t/m 99 zeggen.

Die nacht kan hij de slaap niet vatten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *