Onbewoond eiland

In een zee van tijd komen bepaalde vragen als vanzelf bovendrijven. Zoals deze: als je gedwongen werd de rest van je leven op een onbewoond eiland door te brengen en je mocht maar één cd meenemen, welke zou dat dan zijn? Omdat ik verder toch niets te doen had heb ik me maar eens serieus in deze kwestie verdiept en het hiernavolgende is het resultaat van mijn noeste inspanningen:

A: Alle popmuziek valt af. Want de meeste muziek in dat genre is voorzien van tekst die over het algemeen verwijst naar zaken die in de – vermoedelijk voor altijd onbereikbare – bewoonde wereld spelen. Bovendien behelzen die zaken in minstens tweederde van de gevallen de liefde voor [of het verlangen naar] een partner – veelal van het andere geslacht – en de kans dat het bewuste object toevallig aanspoelt is bijzonder klein. Schlagers vallen als eerste af. U hoeft zich uzelf alleen maar voor te stellen op een onbewoond eiland terwijl u tussen de luidsprekers van uw stereoinstallatie zit waaruit krachtig ‘Ich bau dir ein Schloss’ van Heintje klinkt, om in te zien dat zoiets ‘nicht im Frage’ komt. Verder is originaliteit en technische virtuositeit bij popmuzikanten niet vanzelfsprekend, de meeste beperken zich tot het op een voor de hand liggende manier begeleiden van de gezongen melodie en dat gaat na een paar keer draaien vervelen.

B: Jazz dan? Oorspronkelijkheid en een bovengemiddelde instrumentbeheersing treft men in dit genre veel vaker aan dan in de popmuziek. Verder is de meeste jazz instrumentaal en dus tekstloos. Vanwege het hogere abstractieniveau is het zondermeer geschikter dan pop, maar wie moet je dan meenemen? Charlie Parker? Te hectisch. Ornette Coleman? Te nerveus. John Coltrane? Te lyrisch. Miles Davis dan? Ja, dat zou kunnen, maar welke cd? Na lang wikken en wegen bleef Kind of blue over. Daar kun je je geen buil aan vallen. Hoewel.. Zoals de titel al aangeeft is Kind of blue nogal melancholisch van aard en in het gegeven van een man die noodgedwongen z’n dagen op een onbewoond eiland moet slijten ligt al zo veel melancholie besloten dat het benadrukken van die emotie waarschijnlijk niet verstandig is. Het zou te veel van het goede zijn. Exit Miles, exit jazz.

C. Klassiek? Technische en artistieke bekwaamheid is hier een standaardgegeven, want als het daar aan ontbreekt wordt men niet in de gelegenheid gesteld een plaat op te nemen. Alles met tekst valt uiteraard af [zie popmuziek]. Mozart is te vrolijk, Beethoven te bombastisch, Mahler te veel muziek voor bij kojbojfilms, Stockhausen te Stockhausen. Bach is meer geschikt. Maar wát van Bach? Na het selectieproces bleven de Goldbergvariaties over. Uitgevoerd door wie? Glenn Gould natuurlijk, want die gaf er een modern tintje aan wat de tijdloosheid ten goede kwam. Welke versie? De tweede en laatste – de eerste gaat te snel – uit 1981. Deze muziek voert de luisteraar door allerlei toonsoorten en stemmingen zonder ooit naar iets concreets te verwijzen. Men kan er dus bij denken en voelen wat men wil. Bovendien gaat hij [of zij; is muziek mannelijk of vrouwelijk?] nooit vervelen. Mij althans niet en ik weet dat ik lang de enige niet ben. Ik kan er nog steeds met plezier naar luisteren terwijl ik het al minstens 1000 keer gehoord heb. Voor wie er onbekend mee is: het begint met een vrij simpel deuntje [aria] en daarna volgen 30 variaties op dat thema. Het eindigt waar het begonnen is, dus met de aria uit het begin, het heeft dus een cyclisch karakter. Met wat goede wil zou men zich er een Formule 1 coureur bij voor kunnen stellen die immers eveneens aan het eind van de rit uitkomt waar hij begonnen is: de lijn die de finish aangeeft is tevens de startstreep.

Goed, u heeft mijn advies opgevolgd en zit nu – op het enige onbewoonde eiland ter wereld dat voorzien is van een stopcontact – naar Bach te luisteren. Maar bent u nu tevreden? Nee, het is veel waarschijnlijker dat u een hevig verlangen naar ‘Ich bau dir ein Schloss’ van Heintje voelt opwellen. Sorry..

23 responses

  1. Jezus wat een gelul. Maar goed, hij heeft zeker weer een keer niets te doen. Tja, dan komt er vanzelf dergelijke onzin uit. Wat staat ons nog meer te wachten? Almachtige God help mij!

  2. God – als hij bestaat en volgens mij doet hij dat niet maar wie ben ik – heeft tijd teveel en van teveel tijd komt meestal weinig goeds. Zo zag ik dinsdagavond toen ik per fiets van mijn werk naar huis terugkeerde een auto vol negers. Dan vraagt een mens zich af: als er een god bestaat die zijn wil oplegt aan alles wat er op deze aardkloot gaande is, dan heeft hij vast tijd te veel. Een auto vol negers, geef toe, kan het nog gekker? Even later bolde er ook een neger per fiets voorbij, maar dat kan met een beetje goede wil nog door de beugel vind ik.
    Dan doet Spencer nuttiger dingen met zijn teveel aan tijd, nl. tekstjes produceren die andere mensen met teveel tijd kunnen lezen.
    In feite beweer ik hier dus dat Spencer beter werk aflevert dan god. Ja, dat beweer ik.

  3. Volgens mij kom je op een onbewoond eiland helemaal niet toe aan het draaien van cd’s. Je hebt het veel te druk met overleven. Probeer maar eens een kokosnoot met je blote handen open te krijgen. Of is hier sprake van een volledig verzorgd verblijf? Of gaat het daar in dit stukje eigenlijk helemaal niet om?

  4. Het betreft hier een volledig verzorgd verblijf. Inclusief de verstrekking van een goed gevulde gereedschapskist. Maar daar gaat het inderdaad niet om.

  5. Een zonder gereedschap te openen kokosnoot is ook slechts een kwestie van tijd. En geld. En de juiste kas natuurlijk.

  6. De juiste kaas bedoelt u? Ja, kaas kan je ook vergeten op zo’n onbewoond eiland, tenzij je een paar geiten, schapen of koeien vindt om tam te maken die je dan in een weide opsluit, regelmatig laat dekken, melkt, en dat je dan ook nog weet hoe je van melk kaas moet maken.
    Hoe komt een mens er op om kaas te maken? Wellicht hadden de mensen vroeger ook tijd te veel, anders verzin je zoiets toch niet?

  7. Jagers zagen 11.000 jaar geleden pasgeboren dieren melk bij hun moeder drinken. Toen gingen ze de moeders melken en als ze melk over hadden bewaarden ze die in zakken die gemaakt waren van dierenmagen. Door de achtergebleven maagsappen werd de melk wat dikker en de mensen aten dat dan. Het was kaas in zijn oervorm. Vast niet erg lekker, maar daar gingen ze daarna dus aan werken.

  8. Je hebt precies de muziekkeuzes gemaakt die ikzelf ook zou maken. Alleen zou ik zeer twijfelen of ik niet een cd van William Byrd door The Tallis Scholars zou meenemen, in plaats van de Goldbergvariaties uit 1981, maar nee, ik zou ook kiezen voor Glenn Gould.
    En ik zou, hoe onbewoond en eenzaam het eiland er ook bijligt, niet gaan verlangen naar Heintje’s ‘gouden keeltje’.

    • Van Byrd kende ik wel de naam, maar niet de muziek. Heb een paar stukjes daarvan op Youtube beluisterd en het klonk me in de oren als een lichtvoetige versie van Bach. Bach met een scheutje Mozart, zeg maar. Haha!

      • Ja, van Byrd (die een eeuw vóór Bach leefde) moet je niet het getriangel horen, maar zijn koorwerken. Die zijn meeslepend mooi.

  9. Als je maar lang genoeg alleen op zo’n eiland zit ga je volgens mij zelfs naar Heintje verlangen. En dan heb ik het niet over z’n keeltje.

  10. Je gaat misschien verlangen naar een wat grotere bevolking, maar het eiland is onbewoond op jou en Glenn Gould na. Wat ik dus zou doen, en wel vanaf dag één: die grotere bevolking verzinnen. Daar zou Heintje niet tussen zitten, maar figuren als Dawkins, een nog gezonde Hitchens, P.Z. Myers zouden daar tussen zitten. Figuren om aardige gesprekken mee te voeren, bedoel ik. Gesprekken die je dus ook zelf verzint.

  11. Ik zou een groepje poedelnaakte meisjes (allemaal + 12 natuurlijk, met haar erop) verzinnen en daar mijn gang mee gaan. Nadat ik met dat denkbeeldig groepje vrouwelijk schoon mijn gang ben gegaan, komt uiteraard de wroeging. Misschien dat ik dan wel een gesprek zou willen voeren met Dawkins, of liever nog met Louis Paul Boon, waarna ik weer mijn gang zou gaan met dat groepje huppelkutjes.

    • Dan zijn ze dus 13 en ik weet niet of dat hier kan, met of zonder haar erop. Julia [van Romeo] was weliswaar 13, maar dat stuk werd geschreven in een progressieve tijd en tegenwoordig waait de wind uit [neo]conservatieve richting. Maar ik doelde eigenlijk op het gebruik van het woord ‘huppel…jes’.

  12. Als ik op varen ga met mijn drijvende eiland van piepschuim, neem ik overal mee een oude klysmapeer van rubber voor het geval ik ergens aanspoel waar geen drinkbaar water is. Zo kan ik vies water in mijn kont spuiten en niet dood gaan. Je houdt het nl langer vol zonder eten dan zonder water. En je darmen kunnen beter tegen bijvoorbeeld zout water dan je maag. Dat heb ik tenminste begrepen van wijlen mijn vriend Arthur IJzerdraat. Hij is er helaas niet meer om te checken of ik het goed heb, het zou niet de eerste keer zijn dat ik iets wat hij zei verkeerd begreep.

    • OZ, zou dat echt werken? Ik kon zo snel niets vinden over deze reddingsmaatregel bij Google. Klinkt spectaculair.

      Ik zou op een onbewoond eiland liever een muziekinstrument bij me hebben dan een cd. Een gitaar of een piano. Een piano is erg lastig op een onbewoond eiland ja, maar dat is een stereo-installatie ook.

  13. Vies water in je kont spuiten, hahaha! Volgens mij zou dat wel eens kunnen werken. De jeugd van tegenwoordig stopt toch ook in alcohol gesopte anaaltampons in hun kakgaatje om sneller dronken te worden.
    Zou dat het drinkwaterprobleem in van die ontwikkelingslanden niet kunnen oplossen? Stuur ze gewoon wat peertjes en rubberen darmen.
    Ik ruik hier een nobelpijs!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *