Komt een vrouw bij de dokter

Ik was een beetje bang dat Komt Een Vrouw Bij De Dokter een goede film zou zijn. Want dat zou dan moeten betekenen dat Reinout Oerlemans een goede regisseur is. En dat zou ik niet graag hebben willen moeten toegeven. Maar gelukkig bleek het een heel vervelende film. Over heel vervelende mensen. Voortdurend ondersteund door hele vervelende, opdringerige pas-op-dit-is-een-gevoelige-scène-houdt-uw-zakdoek-bij-de-handmuziek. Vol met heel vervelende scènes die nooit langer duurden dan vijf zinnen. Ik zal u even een voorbeeld geven.

Daar gaan we.

Stijn, de bijzonder vervelende held van het verhaal (gespeeld door Barry Atsma) ligt op de vloer van het appartement van zijn minnares Roos (de meestal zo bevallige, maar nu ook hondssaaie Anna Drijver). Stijn kijkt een beetje bedrukt voor zich uit. Hij ligt op z’n buik, zijn gezicht bevindt zich vlak voor de camera. Op de achtergrond, out of focus, zien we Roos bezig met een action painting (doek op de vloer en dan een beetje met verf spatten).
‘Is er wat?’, vraagt Roos.
‘Carmen…’, zegt Stijn, ‘Ze is zo ongelooflijk sterk…’
Carmen, zo weet u wellicht, is de aan borstkanker lijdende vrouw van Stijn en wordt gespeeld door Carice van Houten, die voortdurend op haar aller ernstigst kijkt. Stijn bedriegt zijn vrouw dus terwijl die aan de chemo zit. Dat zouden wij dan interessant moeten vinden. En daar zouden wij, aan het eind van de rit, zelfs enig begrip voor moeten opbrengen. Maar daar heb je helemaal geen zin in, want het zijn gewoon ontzettend vervelende, met zichzelf ingenomen mensen. Ik heb het dan ook niet tot het eind van de rit uitgezeten. Maar laat ik verder met de scène gaan.
In een wat mij betreft volslagen mislukte poging enige vorm van compassie te tonen, zegt Roos: ‘Jouw leven is momenteel veel te chaotisch, daar heeft Carmen niks aan.’ Woorden waarmee ze zichzelf een voorzetje geeft om op het liggende lichaam van Stijn plaats te nemen. Je moet er maar opkomen.
‘Zeg Picasso…’ Stijn streelt de haren van Roos. ‘…wanneer ga jij trouwens eens een keer dat doek van mij vol kliederen?’
‘O, denk jij zo over mijn werk?’ Roos begint Stijn eerst te stompen, dan te zoenen. Het rollebollen kan beginnen. Einde scène (die ik overigens uit mijn hoofd heb naverteld, het kan zijn dat er hier en daar iets anders wordt gezegd. Maar de strekking is hetzelfde.)

Met zulke dialoog zit de film vol. Langer dan vijf zinnen zijn ze niet. Iemand zegt iets, iemand antwoordt daarop en voordat conflict of diepgang de kans krijgen het interessant te maken, verandert de een of de ander van onderwerp.

Ik heb een klein half uurtje gekeken, maar eigenlijk was dat al te veel eer. Maar wel goed voor m’n gemoedsrust. Reinout Oerlemans stinkt als filmregisseur. Mijn wereldbeeld kon gehandhaafd blijven. Met een opgelucht hart zette ik de televisie uit.

16 responses

  1. Ik deed mee met het collectief niet kijken dat op Twitter nogal bon ton was gisteren. Maar ik heb niks gemist dus. Altijd fijn om te weten.

  2. Ik kijk op tv alleen maar naar films die ondertiteld zijn. Kan ik het geluid uit laten en eventueel een cd’tje draaien. Op die manier zie ik dus nooit Nederlandse films. Maar ik ervaar dat niet als een gemis. Kwam ik onlangs tegen bij Bob den Uyl: ‘Nederlandse acteurs kunnen maar één kop trekken, namelijk hun eigen kop’.

  3. Lieve Molovich,

    Geen woord over de schrijver van dit wanstaltig geheel? Een moderne (spuug, wacht even) met zichzelf ingenomen manspersoon die over het hoofd van zijn dochter ( die heel weinig in beeld was, vreemd!) een boek schrijft over die verschrikkelijke ziekte en menigeen tot in het diepst van de ziel treft door te laten zien wat een klootzak van een echtgenoot hij is?
    Reinout had best een mooie film kunnen maken over dit onderwerp. Vanuit dezelfde visie. Maar niet met KLuun als echtgenoot en vader. KOTS

  4. Ik heb het boek niet gelezen. Dus vond ik dat ik er ook niets over hoef te schrijven. Maar zodra je het hoofd van Kluun ziet, weet je dat het boek niet kan deugen. Eigenlijk zou ik eens een paar bladzijden moeten lezen om ook daarin mijn gelijk bevestigd te zien.

  5. Om met Ben in het hierboven gelinkte stuk te spreken: “Een mens weet aan de kop van de schrijver of hij een goed of een slecht boek geschreven heeft.”

  6. Ik zou er nog aan willen toevoegen: wie een boek schrijft en zich Klúún gaat noemen, die deugt niet. Kluun is hoogstens een liedjeszanger uit Noord-Brabant of Twente.
    Nog vrij onlangs bekende Kluun, op de tv, dat er ‘toch wel iets was’. Hij bedoelde: een God. Of zoiets. De kínderachtigheid!

  7. Nog even iets over die film, die ik dus niet gezien heb, maar waarvan ik een behoorlijk goed inzicht heb gekregen door je stuk.
    Het script is, wanneer het een Nederlandse film betreft, altijd van de hand van de heer Soeteman, die al zoveel schade heeft aangericht met Max Havelaar, zoals je wel weet. Ik weet niet wie de scriptschrijver van deze film was.
    Het lijkt mij duidelijk: jij of ik (of: jij & ik) zouden het drastisch anders doen. Beter.

  8. Je zou bijvoorbeeld dat boek van de naarling Kluun links kunnen laten liggen, en je kunnen concentreren op een puur documentaire aanpak.
    Hoofdpersoon: die vrouw die borstkanker krijgt, en tenslotte doodgaat. Dat laat je zien in allerlei stadia. Die vrouw moet humor hebben.
    Verder in haar omgeving: vrienden en vriendinnen, en een man die inderdaad vreemd gaat. Die moeten ook allemaal enige vorm van humor hebben.
    En verder natuurlijk de doktoren, het ziekenhuispersoneel en zo. Zonder humor, maar wel serieus bezig. Vooral niet met die praatjes van ‘wij zullen eens kijken wat er aan de hand is, mevrouw!’ Zakelijk moeten ze zijn.
    De humor van die man van Linda (de borstkankerpatiënte, ik noem haar maar even Linda) blijkt bijvoorbeeld wanneer hij zijn buitenechtelijke vriendin beurtelings in haar tepels knijpt en daarbij zegt: ‘Maar. Lin. Da. Heeft. Bórst. Kanker!’

  9. Sja. Zo’n scriptschrijver, da’s mij ook een raadsel. Dan had die Oerlemans (ook al zo’n vertrouwenwekkende kop!) net zo goed op de Nederlandse middelbare scholen een opstelwedstrijd kunnen houden.
    Het is niet goed of het deugt niet, in de Nederlandse film, en waardoor komt het: ze halen er geen goede scriptschrijvers bij. Zo simpel is het.

  10. En de film zou moeten eindigen (ik heb nog even wat Frans geschreven op Vrouwke’s blog): hopeloos. Dus met de dood van Linda én met het uitgaan van de relatie van haar man. Er is geen enkele hoop, voor niemand, dat is het uitgangspunt, lijkt mij.
    Het zou dus een documentaire moeten worden: geluk is iets tijdelijks, maar je gaat allemaal dood. Dát zou de boodschap van die film moeten zijn.
    Aan deze ongelukstijding zou je zeer goed kunnen werken met een zekere humor. Linda, die de Kalverstraat op loopt, haar borsten ontbloot, en rondschreeuwt: ‘Ik heb bórstkanker, hoor!’ Zó’n film zou ik wel willen zien.

  11. Ja, dat is een groot nadeel. Maar ik bedoel: sterk wijf naast minder sterke kerel. Met wie het toch allemaal slecht afloopt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *