Correspondentie (7)

Dag Spencer,

In mijn huiskamer hangen zes of acht schilderijen en tekeningen, het zijn geen Picasso’s, maar ze téllen wel, zal ik maar zeggen. Ik heb ze gekocht in de jaren 1985-’95, toen ik nog betrekkelijk rijk was en nog 1000 of 2000 guldens kon uitgeven aan zoiets. God, wat een heerlijke tijd!

Maar de meeste zorg had ik, toen ik moest verhuizen naar mijn huidige woonplek: waar moeten mijn boeken in godsnaam terecht komen? Inmiddels is daarvoor zorggedragen – maak je geen zorgen – met twee extra boekenkasten, waarin de boeken verticulair in plaats van horizontaal, of hoe moet ik het zeggen, zijn opgestapeld, en met twee rijen achter elkaar. Ik hoop dat je het begrijpt. Anders moet je eens een keer een kop koffie bij me komen halen.

Wij zijn allebei ‘duffe konijnen’. Ik weet niet meer wie dat in de jaren ’60 zo benoemde. Ongetwijfeld was het een enthousiast aanhanger van de theorie dat ‘alles’ mocht. Ik vind nog steeds dat zo ongeveer ‘alles’ moet mogen: je moet krenten mogen uitdelen op het Damplein, je moet mogen zeggen dat Johnson of Obama een moordenaar is, en wat is er in vredesnaam tegen naaktlopen?

Naakt volleyballen, daar zou een wet voor gemaakt moeten worden, dat ben ik met je eens, ja. ‘Gij zult niet, op welke ondergrond ook — of die ondergrond van zandige dan wel van steviger aard is – een nettens spel spelen, hoe ook, gekleed of niet.’ Dan is het meteen over. Daar grijpt de politie in.

Maar ik ben nu het meest begaan met Alice, die alweer een jaar dood is. De arme schat. Ik ben de afgelopen week, zeg  maar, continu dronken geweest (port), en aan die dronkenschap moet nu maar eens een einde komen.

Je Ben.

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *